Lien had gisteren een paar kleine zakjes chipjes gekocht. En dat lust Philip wel. Let op: alles wat je zegt zal tegen je gebruikt worden. Als Philip moet eten dan zeg ik wel eens dat hij daardoor groot wordt. Dus wat zei hij vanochtend? “Philip moet groot worden. Philip moet eten. Chips.”
Berichten weergeven met het label laos. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label laos. Alle berichten weergeven
dinsdag 3 juni 2008
Chips eten om groot te worden
Uit mijn dagboek van de vakantie in Laos, dinsdag 25 maart:
Onvermoede verbanden
Mijn werkgever heet ICT. Ik heb me ooit laten vertellen dat dat staat voor Industriële Computer Toepassingen. Dus niet eens Informatie en Communicatie Technologie.
Mijn vriendin komt uit Laos. Dat was onderdeel van het vroegere Indochina, samen met Vietnam en Cambodja.
Wat hebben die twee dingen nou met elkaar te maken?
Meer dan ik dacht. Vanochtend voerde ik een afspraak in in mijn web-based agenda. Daarbij kan ik in één keer de tijd en de omschrijving opgeven. Dus ik schreef zoiets als dit:
Wat blijkt: ICT is een bestaande afkorting voor een tijdzone. De Indochina Time, UTC+7. Tegenwoordig beter bekend als Bangkok Time.
Vreemd genoeg werd de afspraak om 11:15 lokale tijd (UTC+1DST) aangemaakt in mijn agenda. Dus de tijdzone ICT wordt genegeerd. Hmm.
Mijn vriendin komt uit Laos. Dat was onderdeel van het vroegere Indochina, samen met Vietnam en Cambodja.
Wat hebben die twee dingen nou met elkaar te maken?
Meer dan ik dacht. Vanochtend voerde ik een afspraak in in mijn web-based agenda. Daarbij kan ik in één keer de tijd en de omschrijving opgeven. Dus ik schreef zoiets als dit:
11:15-11:20 ICT bellen i.v.m. …. De afspraak werd netjes aangemaakt, op de juiste tijd. Maar tot mijn verbazing waren de letters ICT verdwenen!Wat blijkt: ICT is een bestaande afkorting voor een tijdzone. De Indochina Time, UTC+7. Tegenwoordig beter bekend als Bangkok Time.
Vreemd genoeg werd de afspraak om 11:15 lokale tijd (UTC+1DST) aangemaakt in mijn agenda. Dus de tijdzone ICT wordt genegeerd. Hmm.
zaterdag 17 mei 2008
De wegen in Laos
Er zijn prima wegen in Laos. En slechte wegen. En van alles daartussenin. Zoals beloofd vertel ik daar nu wat over. In de vorm van een fotoverslag.
De wegen in Vientiane (de hoofdstad) zijn redelijk goed. Het meeste is geasfalteerd en wordt goed onderhouden. Er staan zelfs vaak witte strepen en pijlen op, en ze hebben een stoep voor de voetgangers.
Maar niet álle wegen in Vientiane zijn geasfalteerd. Zo zag het er vier jaar geleden uit, toen we er in de regenperiode waren:
De doorgaande wegen zijn meestal van goede kwaliteit. Hier zie je er een op enkele tientallen kilometers van de hoofdstad. Je kan ook zien dat de afslagen meteen weer kleiwegen zijn.
Die kleiwegen zijn meestal ook goed berijdbaar. Maar daar kunnen ook behoorlijk grote gaten in zitten, zeker in het regenseizoen. Gelukkig waren we er dit keer niet in het regenseizoen.
Dan gaan we naar het noordoosten van Laos. Het is daar bergachtig. De wegen zijn dan ook al gauw bergwegen. En over het algemeen prima berijdbaar.
Maar het is niet altijd zo mooi. De asfaltweg die van Sam Neua naar Vietnam gaat was vier jaar geleden nog prima in orde, maar nu zitten er regelmatig gaten in. Blijkbaar doen ze hier niet zoveel aan onderhoud.
Een afslag van die weg gaat naar Ban Lao. Vier jaar geleden was het vanaf daar nog een modderig bergpad (van wel 70 km lang). Ze waren wel al hard aan het werk om er een behoorlijke weg van te maken. We moesten toen nog een tijdje wachten omdat ze net de berg aan het opblazen waren:
Hieronder zie je diezelfde weg, ook vier jaar geleden, zoals die toen op z'n best was. Er was een oude Chinese vrachtwagen kapot gegaan, op één van de vele plaatsen waar je elkaar niet kan passeren.
Maar nu is dat bergpad veranderd in een prima asfaltweg! Helaas bleek de ondergrond en de rots op sommige stukken niet zo stabiel. Hier was een stukje weg in de rivier gezakt:
Dan de wegen in en bij Ban Lao (jawel, meervoud: er zijn 2 wegen). Ban Lao is een dorpje van zo'n 70 huizen, die voor het grootste deel langs één weg staan. Een modderweg. Gelukkig gaat er niet zoveel verkeer over. Vooral voetgangers en brommertjes. En natuurlijk allerlei vee.
Aan het begin van het dorpje splitst de doorgaande weg naar Vietnam zich af. Dat is een iets betere modderweg, die regelmatig aangestampt wordt door zware vrachtwagens (en vee).
Maar ook die weg verandert in de regenperiode in iets - euhm - doorwaadbaars. Kijk maar hoe die er vier jaar geleden uitzag:
De laatste foto is een luchtfoto. Er staan wegen op, en dat is voldoende kwalificatie om opgenomen te worden in dit fotoverslag.
De wegen in Vientiane (de hoofdstad) zijn redelijk goed. Het meeste is geasfalteerd en wordt goed onderhouden. Er staan zelfs vaak witte strepen en pijlen op, en ze hebben een stoep voor de voetgangers.
Maar niet álle wegen in Vientiane zijn geasfalteerd. Zo zag het er vier jaar geleden uit, toen we er in de regenperiode waren:
De doorgaande wegen zijn meestal van goede kwaliteit. Hier zie je er een op enkele tientallen kilometers van de hoofdstad. Je kan ook zien dat de afslagen meteen weer kleiwegen zijn.
Die kleiwegen zijn meestal ook goed berijdbaar. Maar daar kunnen ook behoorlijk grote gaten in zitten, zeker in het regenseizoen. Gelukkig waren we er dit keer niet in het regenseizoen.
Dan gaan we naar het noordoosten van Laos. Het is daar bergachtig. De wegen zijn dan ook al gauw bergwegen. En over het algemeen prima berijdbaar.
Maar het is niet altijd zo mooi. De asfaltweg die van Sam Neua naar Vietnam gaat was vier jaar geleden nog prima in orde, maar nu zitten er regelmatig gaten in. Blijkbaar doen ze hier niet zoveel aan onderhoud.
Een afslag van die weg gaat naar Ban Lao. Vier jaar geleden was het vanaf daar nog een modderig bergpad (van wel 70 km lang). Ze waren wel al hard aan het werk om er een behoorlijke weg van te maken. We moesten toen nog een tijdje wachten omdat ze net de berg aan het opblazen waren:
Hieronder zie je diezelfde weg, ook vier jaar geleden, zoals die toen op z'n best was. Er was een oude Chinese vrachtwagen kapot gegaan, op één van de vele plaatsen waar je elkaar niet kan passeren.
Maar nu is dat bergpad veranderd in een prima asfaltweg! Helaas bleek de ondergrond en de rots op sommige stukken niet zo stabiel. Hier was een stukje weg in de rivier gezakt:
Dan de wegen in en bij Ban Lao (jawel, meervoud: er zijn 2 wegen). Ban Lao is een dorpje van zo'n 70 huizen, die voor het grootste deel langs één weg staan. Een modderweg. Gelukkig gaat er niet zoveel verkeer over. Vooral voetgangers en brommertjes. En natuurlijk allerlei vee.
Aan het begin van het dorpje splitst de doorgaande weg naar Vietnam zich af. Dat is een iets betere modderweg, die regelmatig aangestampt wordt door zware vrachtwagens (en vee).
Maar ook die weg verandert in de regenperiode in iets - euhm - doorwaadbaars. Kijk maar hoe die er vier jaar geleden uitzag:
De laatste foto is een luchtfoto. Er staan wegen op, en dat is voldoende kwalificatie om opgenomen te worden in dit fotoverslag.
Labels:
laos
dinsdag 6 mei 2008
Vlakte der Kruiken
Laos heeft niet zoveel toeristen. En niet zoveel toeristische bezienswaardigheden. De meeste toeristen gaan naar Vientiane (de hoofdstad), Vang Vieng (een idyllisch plaatsje een stukje naar het noorden) en Luang Prabang (de oude hoofdstad, vol met tempels en een paleis, nog verder naar het noorden). Allemaal in het noordwesten van Laos.
Er is wel meer bezienswaardigs, maar dat is nóg minder bezocht. Neem bijvoorbeeld de Vlakte der Kruiken (Plain of Jars). Die ligt ook in het noorden, maar dan een beetje meer naar het oosten. 't Heet zo omdat het een vlakte is, zomaar tussen de bergen, en omdat er kruiken liggen. Die kruiken zijn groot, sommige wel meer dan twee meter; je kan je erin verstoppen. Ze zijn zo'n 2000 jaar oud, en niemand weet met zekerheid te zeggen waarvoor ze waren. We zijn bij Site 1 geweest. De grotere kruiken staan daar op een heuveltje.
Er zijn ook een heleboel kleinere exemplaren. De meeste daarvan zijn zo ongeveer één meter hoog. Ze staan op een veldje onder de heuvel.
De vlakte is in de “secret war”, ten tijde van de Vietnamoorlog, behoorlijk gebombardeerd door de Amerikanen. Daarbij zijn ook de kruiken niet gespaard gebleven. Die oorlog werd zo'n 40 jaar geleden gevoerd, maar de kraters zijn er nog. Toen we later van Sam Neua terug naar Vientiane vlogen kwamen we over de vlakte heen, en ik kon overal kleine en grote kraters zien.
En er zijn heel wat van die bommen niet ontploft. Dat levert een aardige decoratie op voor in en om het huis. Maar er vallen nog steeds af en toe gewonden als een bom alsnog ontploft.
Er is wel meer bezienswaardigs, maar dat is nóg minder bezocht. Neem bijvoorbeeld de Vlakte der Kruiken (Plain of Jars). Die ligt ook in het noorden, maar dan een beetje meer naar het oosten. 't Heet zo omdat het een vlakte is, zomaar tussen de bergen, en omdat er kruiken liggen. Die kruiken zijn groot, sommige wel meer dan twee meter; je kan je erin verstoppen. Ze zijn zo'n 2000 jaar oud, en niemand weet met zekerheid te zeggen waarvoor ze waren. We zijn bij Site 1 geweest. De grotere kruiken staan daar op een heuveltje.
Er zijn ook een heleboel kleinere exemplaren. De meeste daarvan zijn zo ongeveer één meter hoog. Ze staan op een veldje onder de heuvel.
De vlakte is in de “secret war”, ten tijde van de Vietnamoorlog, behoorlijk gebombardeerd door de Amerikanen. Daarbij zijn ook de kruiken niet gespaard gebleven. Die oorlog werd zo'n 40 jaar geleden gevoerd, maar de kraters zijn er nog. Toen we later van Sam Neua terug naar Vientiane vlogen kwamen we over de vlakte heen, en ik kon overal kleine en grote kraters zien.
En er zijn heel wat van die bommen niet ontploft. Dat levert een aardige decoratie op voor in en om het huis. Maar er vallen nog steeds af en toe gewonden als een bom alsnog ontploft.
Labels:
laos
Huisje op palen
Laatst waren we bij de ouders van Lien op bezoek, in Laos. Daar staan de huisjes vaak op palen. Zodat je, bijvoorbeeld, eronder in de schaduw kan zitten.
Laatst waren we bij mijn ouders op bezoek, in Nederland. Daar hebben ze een blokkendoos, en kurken. Dus wat bouwt Lien? Een huisje op palen.
Laatst waren we bij mijn ouders op bezoek, in Nederland. Daar hebben ze een blokkendoos, en kurken. Dus wat bouwt Lien? Een huisje op palen.
maandag 5 mei 2008
Vientiane
Vientiane is de hoofdstad van Laos. Het is een rustige stad; er gebeurt niet veel. Je kan 's avonds lekker door het centrum wandelen. 's Middags is het daar te heet voor.
Er staan allerlei heel oude bouwsels, er zijn koloniale gebouwen en ik zie ook steeds meer moderne gebouwen. Vanuit ons eerste hotel hadden we uitzicht op de That Dam. Dat is een oud boeddhistisch bouwsel. Er gaan geruchten dat er een draak in woont, ofzo. Het staat gewoon ergens op een rotondetje en ik heb er nooit iets bijzonders zien gebeuren.
De Talat Sao is dé markt hét winkelcentrum van Vientiane. Je kan er bijna alles kopen, van ingrediënten voor je avondmaaltijd (inclusief allerlei insecten) via kleren en mobiele telefoons tot enorme koelkasten. De winkels zijn niet groot, het zijn eigenlijk gewoon veredelde marktstalletjes. Veel winkeltjes verkopen precies hetzelfde als het winkeltje ernaast. Het is binnen overal rommelig, en er zitten ook buiten veel handelaartjes op de stoep.
Laos was ooit een Franse kolonie. Je kan er nog steeds prima stokbrood kopen. Niet alleen bij de Talat Sao, maar ook op allerlei andere plekken.
Sinds mijn vorige bezoek aan Laos, vier jaar geleden, hebben ze een nieuwe vleugel bij de Talat Sao gebouwd die er heel modern uitziet. Met airco en parkeerdek.
In die nieuwe vleugel zit ook een mooi restaurantje. Je kan er Lao eten krijgen, maar ook westers eten. Het oude restaurantje, waar ze alleen maar Lao eten hadden en waar ik zo graag kwam, heb ik niet meer gezien.
Philip vond het ook wel leuk in Vientiane. Hij wandelde vrolijk rond op zijn sandaaltjes.
Philip reisde bij voorkeur per tuktuk. Die zijn er genoeg in Vientiane. Meestal stond hij erop dat hij, en niet mama, de chauffeur betaalde.
't Is tropisch en er groeit dan ook van alles. Philip raapt graag bloempjes op, die hij dan aan mama aanbiedt.
Er zijn natuurlijk ook kappers in Vientiane. Lien vindt de kappers in Nederland niet zo goed en wel heel duur, dus ze maakte uitgebreid van de gelegenheid gebruik. Ze heeft minstens vier uur aan één stuk bij de kapster gezeten. Het resultaat was dan ook wel mooi.
In al die uren hebben Philip en ik ons ook maar laten knippen. Philip keek daar nogal zorgelijk bij. Nou heb ik 'm in Nederland nooit bij een kapper gezien (daar was Lien tot nu toe altijd bij), dus misschien is dat zijn gebruikelijke houding ten opzichte van kappers.
De kapper stelde voor dat 'ie mij ook zou scheren. Maar de man sprak alleen maar Lao, dus dat snapte ik niet meteen. En Lien had ja gezegd voordat ik het begreep. Hij begon met een tondeuse de baard van drie weken af te scheren, maar na een tijdje kiepte de stoel achterover en kwam het barbiersmes tevoorschijn. Slik. (Zoals Akshay zegt, als hij zich in India laat scheren: als ze met een vlijmscherp mes in razendsnelle bewegingen rakelings langs je halsslagaderen gaan, dan moet je je gewoon ontspannen.)
Laos was een Franse kolonie, zoals ik hierboven al aangaf. Ze hebben in Vientiane zelfs een Arc de Triomphe gebouwd, en die staat ook nog in het midden van een enorme rotonde. Ze noemen 't de Patuxay. Men is er niet bijster trots op; het bordje met uitleg dat erop zit heeft het over “a monster of concrete”. Maar het is wel een imposant gebouw. En vanaf bovenop heb je een leuk uitzicht.
De Patuxay heeft tegenwoordig zelfs een leuke fontein. 't Was al donker aan het worden toen 'ie aangezet werd, en dan is het lastig om te fotograferen. De foto hieronder doet dan ook niet echt recht aan de fontein. Er zijn honderden spuitmonden, die in een leuke choreografie een mooi waterballet opvoeren. En er zijn begeleidende ondergedompelde lampjes in diverse kleuren. Bovendien is het er gewoon heel gezellig. Er zitten en wandelen allemaal mensen, die heel ontspannen niks doen. Zowel Lao als buitenlanders.
Er staan allerlei heel oude bouwsels, er zijn koloniale gebouwen en ik zie ook steeds meer moderne gebouwen. Vanuit ons eerste hotel hadden we uitzicht op de That Dam. Dat is een oud boeddhistisch bouwsel. Er gaan geruchten dat er een draak in woont, ofzo. Het staat gewoon ergens op een rotondetje en ik heb er nooit iets bijzonders zien gebeuren.
De Talat Sao is dé markt hét winkelcentrum van Vientiane. Je kan er bijna alles kopen, van ingrediënten voor je avondmaaltijd (inclusief allerlei insecten) via kleren en mobiele telefoons tot enorme koelkasten. De winkels zijn niet groot, het zijn eigenlijk gewoon veredelde marktstalletjes. Veel winkeltjes verkopen precies hetzelfde als het winkeltje ernaast. Het is binnen overal rommelig, en er zitten ook buiten veel handelaartjes op de stoep.
Laos was ooit een Franse kolonie. Je kan er nog steeds prima stokbrood kopen. Niet alleen bij de Talat Sao, maar ook op allerlei andere plekken.
Sinds mijn vorige bezoek aan Laos, vier jaar geleden, hebben ze een nieuwe vleugel bij de Talat Sao gebouwd die er heel modern uitziet. Met airco en parkeerdek.
In die nieuwe vleugel zit ook een mooi restaurantje. Je kan er Lao eten krijgen, maar ook westers eten. Het oude restaurantje, waar ze alleen maar Lao eten hadden en waar ik zo graag kwam, heb ik niet meer gezien.
Philip vond het ook wel leuk in Vientiane. Hij wandelde vrolijk rond op zijn sandaaltjes.
Philip reisde bij voorkeur per tuktuk. Die zijn er genoeg in Vientiane. Meestal stond hij erop dat hij, en niet mama, de chauffeur betaalde.
't Is tropisch en er groeit dan ook van alles. Philip raapt graag bloempjes op, die hij dan aan mama aanbiedt.
Er zijn natuurlijk ook kappers in Vientiane. Lien vindt de kappers in Nederland niet zo goed en wel heel duur, dus ze maakte uitgebreid van de gelegenheid gebruik. Ze heeft minstens vier uur aan één stuk bij de kapster gezeten. Het resultaat was dan ook wel mooi.
In al die uren hebben Philip en ik ons ook maar laten knippen. Philip keek daar nogal zorgelijk bij. Nou heb ik 'm in Nederland nooit bij een kapper gezien (daar was Lien tot nu toe altijd bij), dus misschien is dat zijn gebruikelijke houding ten opzichte van kappers.
De kapper stelde voor dat 'ie mij ook zou scheren. Maar de man sprak alleen maar Lao, dus dat snapte ik niet meteen. En Lien had ja gezegd voordat ik het begreep. Hij begon met een tondeuse de baard van drie weken af te scheren, maar na een tijdje kiepte de stoel achterover en kwam het barbiersmes tevoorschijn. Slik. (Zoals Akshay zegt, als hij zich in India laat scheren: als ze met een vlijmscherp mes in razendsnelle bewegingen rakelings langs je halsslagaderen gaan, dan moet je je gewoon ontspannen.)
Laos was een Franse kolonie, zoals ik hierboven al aangaf. Ze hebben in Vientiane zelfs een Arc de Triomphe gebouwd, en die staat ook nog in het midden van een enorme rotonde. Ze noemen 't de Patuxay. Men is er niet bijster trots op; het bordje met uitleg dat erop zit heeft het over “a monster of concrete”. Maar het is wel een imposant gebouw. En vanaf bovenop heb je een leuk uitzicht.
De Patuxay heeft tegenwoordig zelfs een leuke fontein. 't Was al donker aan het worden toen 'ie aangezet werd, en dan is het lastig om te fotograferen. De foto hieronder doet dan ook niet echt recht aan de fontein. Er zijn honderden spuitmonden, die in een leuke choreografie een mooi waterballet opvoeren. En er zijn begeleidende ondergedompelde lampjes in diverse kleuren. Bovendien is het er gewoon heel gezellig. Er zitten en wandelen allemaal mensen, die heel ontspannen niks doen. Zowel Lao als buitenlanders.
Allemaal vliegtuigjes
We hebben op vakantie nogal wat vliegtuigen van binnen gezien. Het begon groot, werd steeds kleiner, en werd toen weer groter. We hebben ook zoveel mogelijk verschillende luchtvaartmaatschappijen genomen.
De langste vlucht was natuurlijk die van Schiphol naar Bangkok. Daar namen we dan ook het grootste vliegtuig voor, een Boeing 747 van China Airlines. Philip vermaakte zich kostelijk aan boord. We hadden eigenlijk helemaal geen last van hem. De meneer naast hem ook niet. Waarschijnlijk heeft die meneer geen kinderen, en vond hij alle interrupties van Philip nog wel grappig.
We gingen meteen door van Bangkok naar Vientiane. Met een Boeing 737 van Thai Airways. Dat heeft Philip niet meer helemaal meegekregen, want hij viel al gauw in slaap.
We bleven ruim een week om en in Vientiane, en daarna vlogen we naar Xieng Khouang. Met een MA60 (een toestel van Chinese makelij) van Lao Airlines. Het was het kortste vluchtje van allemaal, minder dan 200 km.
Daarna gingen we een stuk met de auto, zodat het volgende vliegtuig waar we instapten, anderhalve week later, van Sam Neua vertrok. Dat was een Cessna Grand Caravan van Lao Air, waarmee we naar Vientiane vlogen. Leuk hoor, zo'n klein vliegtuig. Het uitzicht was prachtig. We konden net niet de boom- en bergtoppen aanraken. En we konden de piloten goed in de gaten houden.
(De oplettende lezertjes hebben gezien dat deze (binnenlandse) vlucht door een andere maatschappij werd uitgevoerd dan de vorige (ook binnenlandse) vlucht.)
We hadden daarmee ook het kleinste formaat vliegtuig bereikt. De jumbo jet kan enkele honderden mensen vervoeren, de 737 ruim honderd, de MA60 een stuk of 50, en in de Cessna passen niet veel meer dan 10 mensen (plus eventueel kleine kinderen die je op schoot neemt).
Het is van Sam Neua naar Vientiane hemelsbreed ongeveer 300 km, dus een stuk verder dan de vorige vlucht. Sterker nog: we vlogen zo ongeveer over het vliegveld van Xieng Khouang heen. Waarom dan toch in zo'n klein toestel? In ieder geval omdat het vliegveld van Sam Neua nogal in de bergen ligt; er kunnen alleen kleine vliegtuigjes landen en opstijgen.
Van Vientiane terug naar Bangkok ging weer met een Boeing 737. Het vele vliegen begon al helemaal te wennen.
En terug van Bangkok naar Amsterdam hadden we weer een Boeing 747. Philip is duidelijk een ervaren luchtreiziger geworden.
Philip is ook heel erg safety-bewust. Hij stond erop dat zijn riem goed werd vastgemaakt. En in elk vliegtuig ging hij uitgebreid, en meerdere malen, de kaart met safety instructions bestuderen.
De langste vlucht was natuurlijk die van Schiphol naar Bangkok. Daar namen we dan ook het grootste vliegtuig voor, een Boeing 747 van China Airlines. Philip vermaakte zich kostelijk aan boord. We hadden eigenlijk helemaal geen last van hem. De meneer naast hem ook niet. Waarschijnlijk heeft die meneer geen kinderen, en vond hij alle interrupties van Philip nog wel grappig.
We gingen meteen door van Bangkok naar Vientiane. Met een Boeing 737 van Thai Airways. Dat heeft Philip niet meer helemaal meegekregen, want hij viel al gauw in slaap.
We bleven ruim een week om en in Vientiane, en daarna vlogen we naar Xieng Khouang. Met een MA60 (een toestel van Chinese makelij) van Lao Airlines. Het was het kortste vluchtje van allemaal, minder dan 200 km.
Daarna gingen we een stuk met de auto, zodat het volgende vliegtuig waar we instapten, anderhalve week later, van Sam Neua vertrok. Dat was een Cessna Grand Caravan van Lao Air, waarmee we naar Vientiane vlogen. Leuk hoor, zo'n klein vliegtuig. Het uitzicht was prachtig. We konden net niet de boom- en bergtoppen aanraken. En we konden de piloten goed in de gaten houden.
(De oplettende lezertjes hebben gezien dat deze (binnenlandse) vlucht door een andere maatschappij werd uitgevoerd dan de vorige (ook binnenlandse) vlucht.)
We hadden daarmee ook het kleinste formaat vliegtuig bereikt. De jumbo jet kan enkele honderden mensen vervoeren, de 737 ruim honderd, de MA60 een stuk of 50, en in de Cessna passen niet veel meer dan 10 mensen (plus eventueel kleine kinderen die je op schoot neemt).
Het is van Sam Neua naar Vientiane hemelsbreed ongeveer 300 km, dus een stuk verder dan de vorige vlucht. Sterker nog: we vlogen zo ongeveer over het vliegveld van Xieng Khouang heen. Waarom dan toch in zo'n klein toestel? In ieder geval omdat het vliegveld van Sam Neua nogal in de bergen ligt; er kunnen alleen kleine vliegtuigjes landen en opstijgen.
Van Vientiane terug naar Bangkok ging weer met een Boeing 737. Het vele vliegen begon al helemaal te wennen.
En terug van Bangkok naar Amsterdam hadden we weer een Boeing 747. Philip is duidelijk een ervaren luchtreiziger geworden.
Philip is ook heel erg safety-bewust. Hij stond erop dat zijn riem goed werd vastgemaakt. En in elk vliegtuig ging hij uitgebreid, en meerdere malen, de kaart met safety instructions bestuderen.
zaterdag 3 mei 2008
Laos wordt minder arm
Laos is een arm land. Maar het gaat al beter dan de vorige keer dat ik er was, vier jaar geleden. Ik zie meer rijkdom. De Talat Sao heeft een nieuwe vleugel. Glazen deuren met het opschrift Talat Sao Mall, drie verdiepingen winkels en daarboven een dubbel parkeerdek. Links ervan kan je het oude gebouw zien staan.
Er is daar een restaurantje dat in een willekeurig westers land niet zou opvallen. Ze serveren er zelfs frietjes.
En ik zie meer auto's, nieuwere auto's, duurdere auto's. Ik zag zelfs, bij de ingang van de nachtclub van het dure Mekong Hotel, een glanzende Hummer staan. Waar (kennelijk) de plaatselijke nouveau riche zich vermaakt.
Nou is het in Laos helemaal niet zo gek dat je een goede terreinwagen hebt. De wegen zijn nog lang niet overal verhard. De kleiwegen zijn vaak meer gat dan weg. Wat dat betreft zijn er duidelijk twee soorten terreinauto's te onderscheiden: de auto's die ook daadwerkelijk als terreinauto gebruikt worden (oud, vies, modderig, kapot) en de auto's die meer als statussymbool dienst doen (glanzend en opvallend geparkeerd).
Er is daar een restaurantje dat in een willekeurig westers land niet zou opvallen. Ze serveren er zelfs frietjes.
En ik zie meer auto's, nieuwere auto's, duurdere auto's. Ik zag zelfs, bij de ingang van de nachtclub van het dure Mekong Hotel, een glanzende Hummer staan. Waar (kennelijk) de plaatselijke nouveau riche zich vermaakt.
Nou is het in Laos helemaal niet zo gek dat je een goede terreinwagen hebt. De wegen zijn nog lang niet overal verhard. De kleiwegen zijn vaak meer gat dan weg. Wat dat betreft zijn er duidelijk twee soorten terreinauto's te onderscheiden: de auto's die ook daadwerkelijk als terreinauto gebruikt worden (oud, vies, modderig, kapot) en de auto's die meer als statussymbool dienst doen (glanzend en opvallend geparkeerd).
Labels:
laos
vrijdag 2 mei 2008
Smakelijk hapje
We logeerden in Laos onder andere bij tante Soi. Op een avond waren we op bezoek geweest bij tante La, en toen we weer terug kwamen bij het huis van Soi zaten een paar mensen lekkere snacks te eten. Gebakken sprinkhanen.
Philip had daar ook wel zin in. Hij kreeg er meteen eentje aangeboden en at 'm smakelijk op. En daarna nog een.
Ik twijfelde zelf nogal. Maar één van mijn (zij het minder gebruikte) motto's is “je leeft maar één keer”, dus ik probeerde het ook. Je eet het net als een garnaal: de harde stukjes breek je eraf. Wat overblijft is zacht en is niet vies. Het smaakt eigenlijk nergens naar.
Philip had daar ook wel zin in. Hij kreeg er meteen eentje aangeboden en at 'm smakelijk op. En daarna nog een.
Ik twijfelde zelf nogal. Maar één van mijn (zij het minder gebruikte) motto's is “je leeft maar één keer”, dus ik probeerde het ook. Je eet het net als een garnaal: de harde stukjes breek je eraf. Wat overblijft is zacht en is niet vies. Het smaakt eigenlijk nergens naar.
woensdag 16 april 2008
Toch even werken
Maandag, aan het eind van de middag, stort ik in. Ik heb anderhalf etmaal zonder slaap overleefd, maar nu is het mooi geweest. Slapen. Gelukkig heb ik de hele week vrij, dus kan ik heerlijk nagenieten en uitrusten. Hoewel… Lien wil dat ik meehelp met het huishouden.
Dinsdagochtend voel ik me alweer een stuk frisser. En dan, om een uur of half tien, krijg ik een mailtje van kantoor…:
Overleggen met de collega's, of in opdracht van Lien stofzuigen en de was ophangen? De keus is gauw gemaakt. Ik bel naar kantoor. Er zijn nog een paar urgente probleempjes met Spidi. Het gevolg is dat ik woensdag om tien uur 's ochtends op kantoor zit.
Dinsdagochtend voel ik me alweer een stuk frisser. En dan, om een uur of half tien, krijg ik een mailtje van kantoor…:
Als je uit Laos terug bent en je bent in de gelegenheid om ons bij te staan.... Bel dan even.
Overleggen met de collega's, of in opdracht van Lien stofzuigen en de was ophangen? De keus is gauw gemaakt. Ik bel naar kantoor. Er zijn nog een paar urgente probleempjes met Spidi. Het gevolg is dat ik woensdag om tien uur 's ochtends op kantoor zit.
maandag 14 april 2008
Weer thuis
We zijn weer veilig thuis. Eerst met de taxi door Bangkok, waar ze iedereen nat gooien omdat het binnenkort nieuwjaar is (gelukkig was de taxi voldoende waterdicht). Dan urenlang wachten op het vliegveld, waar ze niet eens een behoorlijke boekwinkel hebben (dat wil zeggen, nergens een Discworld-boek te zien). Tenslotte eindeloos zitten en hangen in het vliegtuig naar Nederland, waar ik geen moment heb kunnen slapen.
Philip kon wel slapen, die past dwars op z'n stoel. Lien kon ook slapen, die past dwars op twee stoelen, zelfs zonder dat Philip (die het benodigde deel van zijn stoel ter beschikking stelde) er last van heeft.
Op Schiphol ging 't ook allemaal goed, hoewel we wat lang op de bagage moesten wachten. Opa kwam ons ophalen. Oma niet, die moest naar de tandarts. Omdat het in Nederland toch wat minder warm is dan in Bangkok moesten we, voordat we in de auto stapten, toch nog even sokken, schoenen en jassen uit de bagage opdiepen.
Even uitrusten bij opa en oma, wachten tot oma terug van de tandarts was, kadootjes geven, en daarna met de eigen auto naar huis. Althans, we moesten van Lien eerst langs de Chinese supermarkt om pepertjes en kleefrijst te kopen. Wat is het verkeer hier op de maandagochtend heerlijk rustig! Althans, vergeleken met het chaotische verkeersbeeld van Bangkok.
Philip begon halverwege de autorit al over “zijn” Playstation te zeuren. Hee, daar had ik hem drie weken niet over gehoord! Eenmaal thuis kon ik echt niet de stapel post gaan doornemen voordat ik de Playstation had aangezet. Inderdaad, we zijn weer helemaal thuis.
Philip kon wel slapen, die past dwars op z'n stoel. Lien kon ook slapen, die past dwars op twee stoelen, zelfs zonder dat Philip (die het benodigde deel van zijn stoel ter beschikking stelde) er last van heeft.
Op Schiphol ging 't ook allemaal goed, hoewel we wat lang op de bagage moesten wachten. Opa kwam ons ophalen. Oma niet, die moest naar de tandarts. Omdat het in Nederland toch wat minder warm is dan in Bangkok moesten we, voordat we in de auto stapten, toch nog even sokken, schoenen en jassen uit de bagage opdiepen.
Even uitrusten bij opa en oma, wachten tot oma terug van de tandarts was, kadootjes geven, en daarna met de eigen auto naar huis. Althans, we moesten van Lien eerst langs de Chinese supermarkt om pepertjes en kleefrijst te kopen. Wat is het verkeer hier op de maandagochtend heerlijk rustig! Althans, vergeleken met het chaotische verkeersbeeld van Bangkok.
Philip begon halverwege de autorit al over “zijn” Playstation te zeuren. Hee, daar had ik hem drie weken niet over gehoord! Eenmaal thuis kon ik echt niet de stapel post gaan doornemen voordat ik de Playstation had aangezet. Inderdaad, we zijn weer helemaal thuis.
zaterdag 12 april 2008
Einde vakantie
Helaas, helaas. Ik moet terug naar Nederland. Mijn lectuur is namelijk op.
Eerst heb ik Just Six Numbers gelezen, van Martin Rees. Gaat over serieuze astronomie. 't Is weliswaar slechts populair-wetenschappelijk, maar toch reuze interessant.
Daarna de eerste drie Discworld-boekjes: The Colour of Magic, The Light Fantastic en Equal Rites. De Discworld-boekjes zijn ook astronomisch getint, maar dan, ehm, anders.
Ik heb nog wel een woordenboek Lao-Engels, maar om dat nu te gaan lezen… nee.
Eerst heb ik Just Six Numbers gelezen, van Martin Rees. Gaat over serieuze astronomie. 't Is weliswaar slechts populair-wetenschappelijk, maar toch reuze interessant.
Daarna de eerste drie Discworld-boekjes: The Colour of Magic, The Light Fantastic en Equal Rites. De Discworld-boekjes zijn ook astronomisch getint, maar dan, ehm, anders.
Ik heb nog wel een woordenboek Lao-Engels, maar om dat nu te gaan lezen… nee.
Labels:
laos
donderdag 10 april 2008
Thailandstrand
Het is heet in Thailand. Zeker vergeleken met het noorden van Laos (dat is dan ook subtropisch, terwijl het hier tropisch is - althans, volgens de kaart van Lonely Planet is het daar subtropisch; andere bronnen vinden dat subtropisch pas nog noordelijker begint). Maar ze hebben hier strand en zee en een verkoelend briesje. Dat is wel lekker.
We zijn neergestreken in Cha-Am, een badplaatsje zo'n 100 kilometer ten zuidwesten van Bangkok. Het is hier wel toeristisch, maar dan voor Thai; er zijn nauwelijks westerlingen. Hier in het internet-café spreken ze niet eens behoorlijk Engels. Gelukkig is “internet?” voldoende om duidelijk te maken wat ik wil (dat is in een internet-café natuurlijk al gauw voldoende). Ik maak het de juffrouw nog even moeilijk door te vragen hoeveel het kost (“how much?”), en dat begrijpt ze nog net. Ze heeft dan wat moeite om te zeggen dat het 20 baht per uur is (dat is nog niet eens een halve euro). Ik herken iets dat op “twenty” zou kunnen lijken, en het helpt dat ik weet hoe je “twintig” en “uur” in het Thai zegt. Het gezicht van de juffrouw klaart helemaal op en ze knikt enthousiast.
Het is hier een uur of twee in de middag, en ik ben het strand even ontvlucht. Want ondanks goed insmeren ben ik gisteren toch wat verbrand. Vooral op mijn schouders. Lien en Philip zitten op het strand of in de zee, niet ver hier vandaan. Zij zijn helemaal niet verbrand. En Lien heeft zich niet eens in hoeven smeren.
Lien vermaakt zich kostelijk op het strand. Ze zit heerlijk in een strandstoel, onder de parasolletjes, met allerlei plaatselijk eten voor zich op tafel. Er lopen hier namelijk continu mensen heen en weer met allerlei “lekkers”. Onder meer diverse gefrituurde dingen, waaronder visjes; fruit waarvan ik het bestaan nog niet wist; en flinterdunne koekjes zo groot als een pizza. Ze wil hier nóg wel een week blijven.
En Philip vermaakt zich kostelijk in zee. Althans, zolang papa of mama hem optilt. Want anders is het eng. Hij heeft een water-in-de-oogjes-fobie (heel lastig als we zijn haar willen wassen). Maar de golfjes zijn wel geweldig, daar kan je overheen springen of tegenaan schoppen en slaan. En dan roept hij “spinazie”, of “taartjes” of “ijsjes”. Dat zijn zijn standaard strijdkreten als hij iets of iemand aanvalt, de laatste weken.
Dat brengt me meteen op een andere observatie. Philip wil graag met dieren spelen. Dat beperkt zich tot dieren van het formaat huisdier; formaat rund is eng. Zelfs baby-rund. “Spelen” betekent voor Philip: aanspreken met “wegwezen”, enthousiast eropaf rennen en zo mogelijk een trap uitdelen. Gevogelte en pluimvee zijn dan natuurlijk allang weg, en katten en kleinere honden meestal ook. De wat grotere honden kijken hooguit verbaasd. Het is me tot nu toe gelukt om fysiek contact tussen Philip en dergelijke honden te voorkomen.
Morgen (vrijdag) gaan we met de bus naar Bangkok. Dat kost ons nog geen 300 baht (zes euro). Vanaf het vliegveld naar hier hebben we met de taxi gedaan; dat was wel heel luxe maar daar hebben we dan ook 50 euro voor moeten betalen.
Lien gaat in Bangkok kleren inkopen. In Nederland is ze namelijk vaak veroordeeld tot de grotere kindermaatjes. Ik moet haar een beetje inhouden, denk ik, want we mogen maar zestig kilo meenemen in het vliegtuig naar Nederland, zondagavond laat.
We zijn neergestreken in Cha-Am, een badplaatsje zo'n 100 kilometer ten zuidwesten van Bangkok. Het is hier wel toeristisch, maar dan voor Thai; er zijn nauwelijks westerlingen. Hier in het internet-café spreken ze niet eens behoorlijk Engels. Gelukkig is “internet?” voldoende om duidelijk te maken wat ik wil (dat is in een internet-café natuurlijk al gauw voldoende). Ik maak het de juffrouw nog even moeilijk door te vragen hoeveel het kost (“how much?”), en dat begrijpt ze nog net. Ze heeft dan wat moeite om te zeggen dat het 20 baht per uur is (dat is nog niet eens een halve euro). Ik herken iets dat op “twenty” zou kunnen lijken, en het helpt dat ik weet hoe je “twintig” en “uur” in het Thai zegt. Het gezicht van de juffrouw klaart helemaal op en ze knikt enthousiast.
Het is hier een uur of twee in de middag, en ik ben het strand even ontvlucht. Want ondanks goed insmeren ben ik gisteren toch wat verbrand. Vooral op mijn schouders. Lien en Philip zitten op het strand of in de zee, niet ver hier vandaan. Zij zijn helemaal niet verbrand. En Lien heeft zich niet eens in hoeven smeren.
Lien vermaakt zich kostelijk op het strand. Ze zit heerlijk in een strandstoel, onder de parasolletjes, met allerlei plaatselijk eten voor zich op tafel. Er lopen hier namelijk continu mensen heen en weer met allerlei “lekkers”. Onder meer diverse gefrituurde dingen, waaronder visjes; fruit waarvan ik het bestaan nog niet wist; en flinterdunne koekjes zo groot als een pizza. Ze wil hier nóg wel een week blijven.
En Philip vermaakt zich kostelijk in zee. Althans, zolang papa of mama hem optilt. Want anders is het eng. Hij heeft een water-in-de-oogjes-fobie (heel lastig als we zijn haar willen wassen). Maar de golfjes zijn wel geweldig, daar kan je overheen springen of tegenaan schoppen en slaan. En dan roept hij “spinazie”, of “taartjes” of “ijsjes”. Dat zijn zijn standaard strijdkreten als hij iets of iemand aanvalt, de laatste weken.
Dat brengt me meteen op een andere observatie. Philip wil graag met dieren spelen. Dat beperkt zich tot dieren van het formaat huisdier; formaat rund is eng. Zelfs baby-rund. “Spelen” betekent voor Philip: aanspreken met “wegwezen”, enthousiast eropaf rennen en zo mogelijk een trap uitdelen. Gevogelte en pluimvee zijn dan natuurlijk allang weg, en katten en kleinere honden meestal ook. De wat grotere honden kijken hooguit verbaasd. Het is me tot nu toe gelukt om fysiek contact tussen Philip en dergelijke honden te voorkomen.
Morgen (vrijdag) gaan we met de bus naar Bangkok. Dat kost ons nog geen 300 baht (zes euro). Vanaf het vliegveld naar hier hebben we met de taxi gedaan; dat was wel heel luxe maar daar hebben we dan ook 50 euro voor moeten betalen.
Lien gaat in Bangkok kleren inkopen. In Nederland is ze namelijk vaak veroordeeld tot de grotere kindermaatjes. Ik moet haar een beetje inhouden, denk ik, want we mogen maar zestig kilo meenemen in het vliegtuig naar Nederland, zondagavond laat.
dinsdag 8 april 2008
Frans uit Laos
Het is alweer zover: we vertrekken uit Laos. We zijn nu op het vliegveld van Vientiane, en we hebben zojuist ingechecked voor de vlucht naar Bangkok. Nog een paar daagjes op het strand in Thailand ergens en dan is deze reis weer voorbij. Lien heeft het er al over dat ze een stuk grond en een huis wil kopen in Laos. De familie kan dan daar wonen, en als wij zin hebben om langs te komen dan hebben we altijd een goedkoop verblijf.
De laatste paar dagen hier in Vientiane hebben we eigenlijk niks gedaan. Toerist gespeeld. We hebben wat over de markt geslenterd, een beetje gesightseed. Bij de Patuxai hebben ze nu een leuk vijvertje met een mooie fontijn, honderden spuitmonden in een prachtige choreografie. Foto's volgen.
En we hebben natuurlijk rijst gegeten. Behalve Philip, die wilde alleen maar cola en chips en ijsjes, maar dat mocht allemaal nauwelijks. Dus hij heeft niet zoveel gegeten. Hij klaagt al een tijdje regelmatig over buikpijn en soms heeft hij een beetje diarree (foto's volgen niet). Gelukkig had hij dat vandaag alleen vanochtend. Diarree in het vliegtuig lijkt me niet zo handig.
De laatste paar dagen hier in Vientiane hebben we eigenlijk niks gedaan. Toerist gespeeld. We hebben wat over de markt geslenterd, een beetje gesightseed. Bij de Patuxai hebben ze nu een leuk vijvertje met een mooie fontijn, honderden spuitmonden in een prachtige choreografie. Foto's volgen.
En we hebben natuurlijk rijst gegeten. Behalve Philip, die wilde alleen maar cola en chips en ijsjes, maar dat mocht allemaal nauwelijks. Dus hij heeft niet zoveel gegeten. Hij klaagt al een tijdje regelmatig over buikpijn en soms heeft hij een beetje diarree (foto's volgen niet). Gelukkig had hij dat vandaag alleen vanochtend. Diarree in het vliegtuig lijkt me niet zo handig.
zaterdag 5 april 2008
Rondje Laos
Vandaag een korte update, want ik zit in een internetcafe en het toetsenbord typt zeldzaam beroerd.
We zijn weer in Vientiane, en ik heb voor het eerst weer toegang tot internet. We hebben namelijk een klein rondje Laos gedaan.
Eerst zijn we naar Phonsavan gevlogen. Daar hebben ze eeuwenoude kruiken op een vlakte liggen. Groot, ook, die kruiken. Vaak manshoog. Niemand weet met zekerheid te vertellen waar ze voor waren. De gids gaf voor de lol een stuk of drie verklaringen, en ik heb er op internet nog meer gevonden.
Daarna zijn we naar Sam Neua gereden. Lien wilde graag naar de boeddhistische tempel daar. Helaas bleek dat de oude monnik die daar woonde ondertussen is overleden. Er is verder niet zoveel te doen in Sam Neua, het is een stoffige (letterlijk) provinciehoofdstad. Maar we willen naar Ban Lao, en gezien de topologie van de wegen hier moet je dan via Sam Neua.
We zijn met de auto van broer Tham van Sam Neua naar Ban Lao gereden. Dat is zo'n 140 kilometer. Vroeger was de tweede helft een modderig bergpad waar je alleen met een degelijke terreinauto overheen kwam, maar nu is het een keurige asfaltweg (maar meer daarover later).
We gingen via Vieng Sai (waar natuurlijk ook familie woont; waar heeft Lien niet familie wonen). Bij Vieng Sai zijn grotten die we bezocht hebben. In die grotten heeft de Pathet Lao jarenlang geschuild tegen de bommenregen van de Amerikanen, begin jaren zeventig. Daarna werden ze de baas in Laos (en dan bedoel ik dus niet de Amerikanen, he).
In Ban Lao is helemaal niks te doen. Maar daar komt Lien vandaan, en haar ouders wonen er (weer). Dus daar hebben we een weekje niks gedaan. Lekker rustig. Geen internet. Geen mobiele telefoon (er is wel een netwerk daar, maar niet Tango Lao, en da's de enige waar ik op kan roamen hier).
Gisteren reden we terug naar Sam Neua, en vandaag vlogen we in een vliegtuigje dat over de boomtoppen scheerde naar Vientiane.
In Phonsavan, Sam Neua, Vieng Sai en Ban Lao was het lekker koel. Je kan gewoon in een t-shirtje rondlopen zonder te zweten (tenzij je een berg opklautert, daarover meer later). En je kan gewoon in de buitenlucht douchen zonder het koud te krijgen (nouja, douchen, water uit een grote emmer met een kleinere emmer over je heen gooien). In Vientiane was het vandaag 35 graden (volgens de piloot).
Tot zover. Ik ga vrouw en kind weer opzoeken.
We zijn weer in Vientiane, en ik heb voor het eerst weer toegang tot internet. We hebben namelijk een klein rondje Laos gedaan.
Eerst zijn we naar Phonsavan gevlogen. Daar hebben ze eeuwenoude kruiken op een vlakte liggen. Groot, ook, die kruiken. Vaak manshoog. Niemand weet met zekerheid te vertellen waar ze voor waren. De gids gaf voor de lol een stuk of drie verklaringen, en ik heb er op internet nog meer gevonden.
Daarna zijn we naar Sam Neua gereden. Lien wilde graag naar de boeddhistische tempel daar. Helaas bleek dat de oude monnik die daar woonde ondertussen is overleden. Er is verder niet zoveel te doen in Sam Neua, het is een stoffige (letterlijk) provinciehoofdstad. Maar we willen naar Ban Lao, en gezien de topologie van de wegen hier moet je dan via Sam Neua.
We zijn met de auto van broer Tham van Sam Neua naar Ban Lao gereden. Dat is zo'n 140 kilometer. Vroeger was de tweede helft een modderig bergpad waar je alleen met een degelijke terreinauto overheen kwam, maar nu is het een keurige asfaltweg (maar meer daarover later).
We gingen via Vieng Sai (waar natuurlijk ook familie woont; waar heeft Lien niet familie wonen). Bij Vieng Sai zijn grotten die we bezocht hebben. In die grotten heeft de Pathet Lao jarenlang geschuild tegen de bommenregen van de Amerikanen, begin jaren zeventig. Daarna werden ze de baas in Laos (en dan bedoel ik dus niet de Amerikanen, he).
In Ban Lao is helemaal niks te doen. Maar daar komt Lien vandaan, en haar ouders wonen er (weer). Dus daar hebben we een weekje niks gedaan. Lekker rustig. Geen internet. Geen mobiele telefoon (er is wel een netwerk daar, maar niet Tango Lao, en da's de enige waar ik op kan roamen hier).
Gisteren reden we terug naar Sam Neua, en vandaag vlogen we in een vliegtuigje dat over de boomtoppen scheerde naar Vientiane.
In Phonsavan, Sam Neua, Vieng Sai en Ban Lao was het lekker koel. Je kan gewoon in een t-shirtje rondlopen zonder te zweten (tenzij je een berg opklautert, daarover meer later). En je kan gewoon in de buitenlucht douchen zonder het koud te krijgen (nouja, douchen, water uit een grote emmer met een kleinere emmer over je heen gooien). In Vientiane was het vandaag 35 graden (volgens de piloot).
Tot zover. Ik ga vrouw en kind weer opzoeken.
woensdag 26 maart 2008
De eerste week in Laos
We zijn ondertussen al bijna een week in Laos. Het weer is lekker. Lekker warm vooral, maar zeker niet te heet. En overdag regent het niet. 's Nachts soms wel, en dan soms ook heel hard. Het lijkt onder een dak van golfplaten nog veel harder. En dan kan ik dus echt niet slapen. Als ik al in slaap gevallen was. Ze hebben hier namelijk ook hanen. En die kraaien. Je kent het gezegde: als er één haan kraait, dan volgen er meer. De haan het dichtste bij mij in de buurt was ook nog eens schor.
De eerste dagen waren we te gast bij Broer Soldaat. Die heeft een huisje op enkele tientallen kilometers van Vientiane. Het is hier alsof je in een kinderboerderij woont: overal lopen kippen en eenden. En er wandelt regelmatig een kudde runderen voorbij.
Philip vermaakt zich kostelijk. Hij heeft een nieuw spelletje bedacht: water aan het pluimvee geven. Daarvoor heeft hij een beker, die de welwillende vrouw des huizes steeds vult met water. En de inhoud gooit Philip over de beestjes heen. Die het redelijk gelaten ondergaan. Een en ander tot groot vermaak van de omstanders, vooral een babietje.
Ze hebben hier geen waterleiding, maar wel een pomp die het water diep uit de grond oppompt. Elektriciteit hebben dus ze wel. Ruim genoeg voor een kleurentelevisie en een paar ventilatoren.
Het is hier heerlijk rustig. Ik heb volop de tijd om weer eens wat te lezen. Op Schiphol heb ik een boekje van Martin Rees gekocht: Just Six Numbers, over astronomie. Heel boeiend. En ik heb ook drie Discworld-boekjes gekocht; ik moet daar toch ooit eens aan geloven.
Na een paar dagen zijn we naar het huis van Soi gegaan, een zus van Lien. Dat is wat dichter bij Vientiane, maar niet veel. Het huis van Broer Soldaat was een simpel houten huis, met “muren” van vlechtwerk; het huis van Soi is een echt betonnen huis met heuse kamers.
Ook bij Soi zijn er genoeg eenden en kippen. En een hond. Philip heeft ondertussen een waterpistooltje gekregen van Lien, en daarmee bestookt hij al die dieren. Hier reageren ze een stuk beter; ze fladderen regelmatig op. De hond blijft er gelukkig heel ontspannen onder, die wandelt gewoon weg. Terwijl Philip “wegwezen!” roept.
Een andere zus van Lien is On. Zij woont in Vang Vien, en ze is ook een paar dagen op bezoek gekomen. Met haar kindertjes. Waaronder Noei. Philip en Noei sluiten al snel vriendschap. Ze rennen samen rond en halen soms zelfs kattekwaad uit.
Weer een paar dagen later gaan we naar Vientiane. Eindelijk kan ik weer eens aan het Internet. Dat heb ik helemaal niet gemist, dat valt me reuze mee. Ze zijn hier ook met de tijd meegegaan: de PC heeft slots voor allerlei soorten memory cards. Maar aargh, ik krijg de xD-kaart van mijn fototoestel er niet in! Gelukkig is er ook een USB-aansluiting. Zo kan ik toch nog een paar fotootjes uploaden voor dit blog.
Het is toch wat lastig om hier met Philip te wandelen. Hij vindt tuktuks geweldig! Elke keer als hij er eentje ziet wil hij instappen.
Er is wel wat veranderd sinds de vorige keer dat ik hier was. Dat is alweer vier jaar geleden. De Talat Sao is de grote markt hier. Dat was altijd een rommelige markt met losse kraampjes in een grauw betonnen gebouw. Dat is nog steeds zo, voor een deel; maar er is nu ook een modern deel dat er keurig uitziet. Er zijn zelfs glazen deuren met het opschrift “Talat Sao Mall”. En een restaurantje waar je friet kan kopen. Het is nog steeds heel rommelig, dat zal wel typisch zuidoost-azië zijn.
De eerste dagen waren we te gast bij Broer Soldaat. Die heeft een huisje op enkele tientallen kilometers van Vientiane. Het is hier alsof je in een kinderboerderij woont: overal lopen kippen en eenden. En er wandelt regelmatig een kudde runderen voorbij.
Philip vermaakt zich kostelijk. Hij heeft een nieuw spelletje bedacht: water aan het pluimvee geven. Daarvoor heeft hij een beker, die de welwillende vrouw des huizes steeds vult met water. En de inhoud gooit Philip over de beestjes heen. Die het redelijk gelaten ondergaan. Een en ander tot groot vermaak van de omstanders, vooral een babietje.
Ze hebben hier geen waterleiding, maar wel een pomp die het water diep uit de grond oppompt. Elektriciteit hebben dus ze wel. Ruim genoeg voor een kleurentelevisie en een paar ventilatoren.
Het is hier heerlijk rustig. Ik heb volop de tijd om weer eens wat te lezen. Op Schiphol heb ik een boekje van Martin Rees gekocht: Just Six Numbers, over astronomie. Heel boeiend. En ik heb ook drie Discworld-boekjes gekocht; ik moet daar toch ooit eens aan geloven.
Na een paar dagen zijn we naar het huis van Soi gegaan, een zus van Lien. Dat is wat dichter bij Vientiane, maar niet veel. Het huis van Broer Soldaat was een simpel houten huis, met “muren” van vlechtwerk; het huis van Soi is een echt betonnen huis met heuse kamers.
Ook bij Soi zijn er genoeg eenden en kippen. En een hond. Philip heeft ondertussen een waterpistooltje gekregen van Lien, en daarmee bestookt hij al die dieren. Hier reageren ze een stuk beter; ze fladderen regelmatig op. De hond blijft er gelukkig heel ontspannen onder, die wandelt gewoon weg. Terwijl Philip “wegwezen!” roept.
Een andere zus van Lien is On. Zij woont in Vang Vien, en ze is ook een paar dagen op bezoek gekomen. Met haar kindertjes. Waaronder Noei. Philip en Noei sluiten al snel vriendschap. Ze rennen samen rond en halen soms zelfs kattekwaad uit.
Weer een paar dagen later gaan we naar Vientiane. Eindelijk kan ik weer eens aan het Internet. Dat heb ik helemaal niet gemist, dat valt me reuze mee. Ze zijn hier ook met de tijd meegegaan: de PC heeft slots voor allerlei soorten memory cards. Maar aargh, ik krijg de xD-kaart van mijn fototoestel er niet in! Gelukkig is er ook een USB-aansluiting. Zo kan ik toch nog een paar fotootjes uploaden voor dit blog.
Het is toch wat lastig om hier met Philip te wandelen. Hij vindt tuktuks geweldig! Elke keer als hij er eentje ziet wil hij instappen.
Er is wel wat veranderd sinds de vorige keer dat ik hier was. Dat is alweer vier jaar geleden. De Talat Sao is de grote markt hier. Dat was altijd een rommelige markt met losse kraampjes in een grauw betonnen gebouw. Dat is nog steeds zo, voor een deel; maar er is nu ook een modern deel dat er keurig uitziet. Er zijn zelfs glazen deuren met het opschrift “Talat Sao Mall”. En een restaurantje waar je friet kan kopen. Het is nog steeds heel rommelig, dat zal wel typisch zuidoost-azië zijn.
dinsdag 25 maart 2008
Naar Laos
We zijn in Laos. Het was nogal een eind reizen, maar het is gelukt. Eerst met de auto naar opa en oma. Dat ging niet zo best; “ze” hadden de A4 bezaaid met files. Opa en oma brachten ons maar meteen naar Schiphol. Daar waren we toch nog mooi op tijd. We kwamen moeiteloos door de paspoortcontrole, maar bij de “veiligsheidscontrole” moesten we een fles water en de nieuwe pot haargel van Philip inleveren. De pakjes chocomel had ik nog gauw even opgedronken.
De piloot bracht ons netjes naar Bangkok International Airport. Hij deed er alleen wel lang over. Nouja, het is dan ook een heel eind. Het beviel Philip wel, hoewel hij regelmatig vroeg waar de piroot nou ergens was.
We besloten om meteen door te vliegen naar Laos. Nouja, meteen - we moesten meer dan 4 uur wachten. Hadden we mooi tijd om Soi te bellen. Maar Soi nam niet op. Dan maar Broer Soldaat, die nam wel op. Zodat een hele delegatie ons stond op te wachten bij het vliegveld van Vientiane.
De laatste vlucht was teveel voor Philip. Terwijl hij nog volop vrolijk rondrende in het vliegveld van Bangkok, viel hij in het vliegtuig naar Vientiane al gauw in slaap.
Vanaf Vientiane gingen we per pickup-truck naar het huis van Broer Soldaat. Lien, ik en twee kindertjes (waaronder Philip) voorin; de rest (waaronder oma en een baby) in de bak. Met paraplu's tegen de zon. Het zal tussen een half en een heel uur rijden zijn geweest. Per saldo waren we bijna een etmaal onderweg.
De piloot bracht ons netjes naar Bangkok International Airport. Hij deed er alleen wel lang over. Nouja, het is dan ook een heel eind. Het beviel Philip wel, hoewel hij regelmatig vroeg waar de piroot nou ergens was.
We besloten om meteen door te vliegen naar Laos. Nouja, meteen - we moesten meer dan 4 uur wachten. Hadden we mooi tijd om Soi te bellen. Maar Soi nam niet op. Dan maar Broer Soldaat, die nam wel op. Zodat een hele delegatie ons stond op te wachten bij het vliegveld van Vientiane.
De laatste vlucht was teveel voor Philip. Terwijl hij nog volop vrolijk rondrende in het vliegveld van Bangkok, viel hij in het vliegtuig naar Vientiane al gauw in slaap.
Vanaf Vientiane gingen we per pickup-truck naar het huis van Broer Soldaat. Lien, ik en twee kindertjes (waaronder Philip) voorin; de rest (waaronder oma en een baby) in de bak. Met paraplu's tegen de zon. Het zal tussen een half en een heel uur rijden zijn geweest. Per saldo waren we bijna een etmaal onderweg.
Abonneren op:
Berichten (Atom)






