maandag 17 december 2007

Verbazing

Soms lukt het me om stomverbaasd te zijn.

Ik heb lang geleden een autootje voor Philip gekocht. Zo’n autootje dat je op (een kleine) afstand radiografisch kan besturen. Voor vijftien euro ofzo, op de Haagse Markt. Toen ik ’m kocht was Philip nog niet eens geboren. Lien vond het maar onzin. Ach, ik zou het onzin gevonden hebben als ze toen al een pop voor hem gekocht zou hebben. Een kind is nou eenmaal de ideale smoes voor een volwassene om speelgoed te kopen.



Voor die prijs mag je natuurlijk niet echt hoge kwaliteit verwachten, dus ik was allang blij dat het ding het nog deed toen Philip oud genoeg was om er een beetje mee te kunnen spelen. Nu, ruim drie jaar later, is het ding op sterven na dood. Er is mee gegooid, mee gevoetbald, op geslagen, mee geslagen, noem maar op. De antenne van de zender was al afgebroken, en is een tijdje geleden helemaal verdwenen. En de antenne op de auto is ook niet meer helemaal zoals ’ie hoort. Om nog maar te zwijgen van alle barsten in de carrosserie, en de ontbrekende onderdelen. Hij deed het dus al een tijdje niet meer.




Vorige week declameerde Philip opeens dat hij met de auto wilde spelen. Dat wil hij wel vaker, en dan is het niet meteen helemaal duidelijk welke auto hij bedoelt. De driewieler waar hij op kan zitten? Of één van de vele modelautootjes? Of zo’n auto bij de supermarkt, waar je voor een halve euro een minuutje in heen en weer geschud wordt, samen met Nijntje, Mickey Mouse, Bert en Ernie ofzo? Of misschien zelfs de auto van papa? Nee, hij bleek de radiografisch bestuurbare auto te bedoelen. Hij pakte namelijk al vrij gauw de afstandsbediening erbij. Ik zei nog dat de auto toch echt kapot was. Philip hield vol dat ’ie het wel deed. Om mijn gelijk te bewijzen zette ik de aan-uit-schakelaar op “aan” en daagde Philip uit om te gaan rijden.



Dus wie schetst mijn verbazing toen het ding gewoon ging rijden? Ik heb ettelijke seconden met mijn mond open gestaan. Iemand had batterijen in de auto gestopt (dat zal Lien wel gedaan hebben). Zolang Philip maar dicht genoeg bij de auto bleef dan kon hij ’m besturen. Dat wil zeggen, de bocht om sturen lukte niet, dat was teveel van het goede; maar de auto wilde wel vooruit en achteruit. Niet snel, maar toch.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen