Berichten weergeven met het label klimmen. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label klimmen. Alle berichten weergeven

zondag 13 juli 2008

Slackline oefenen is lastig

't Valt niet mee, hoor, om in mijn eigen achtertuin op mijn eigen slackline te oefenen. Ik kan wel steeds langer blijven staan, en ik kom steeds verder. Het probleem is dat ik steeds vaker op mijn beurt moet wachten. Philip wil namelijk ook steeds, en de buurjongetjes zijn ook al helemaal enthousiast geworden.

Buurjongetje op mijn slackline

zaterdag 12 juli 2008

Klimwand vlakbij huis

Een kleine maand geleden schreef ik over de nieuwe inrichting van het kinderspeelpleintje vlakbij huize Rijstveld. Vanmiddag heb ik weer een feature daarvan ontdekt. Ik was bezig om de slackline in de achtertuin op te hangen. Maar toen declameerde Philip dat hij wilde fietsen. En ik moest mee. Dus de slackline moest wachten.

In de eerdere reportage noemde ik de boulderstenen al. Maar er is meer. Zoals een grote schommel, een huisje en een klauterding met onder meer een glijbaan.

Het nieuwe klauterding

Maar is iets merkwaardigs met dat klauterding. Ik vroeg me al een tijdje af wat die schuine plaat aan de linkerkant zou kunnen zijn. Eindelijk weet ik het: het is een klimwand!

Klimwand

Philip had weinig aanmoediging nodig om 'm te beklimmen:



(Dat was overigens de tweede poging. De eerste poging mislukte. En tijdens latere pogingen werd de klimtechniek steeds beter. Ook dat is online te bewonderen.)

En wat doe je als je boven bent? Dan ruim je je karabiners netjes op.

Bovenaan de klimroute

En voor de oplettende lezertjes: zo vader, zo zoon (hoi, Abby).

zondag 6 juli 2008

Nog meer natuurkunde

Ik heb op de HTS wel eens meegemaakt dat een docent een ingewikkelde formule op het bord schreef (bij het vak elektronica, 't was een transistor-equivalent, als ik 't me goed herinner).  Daar moesten wij dan iets mee doen.  Maar de formule was zo ingewikkeld dat we daar gewoon niet uitkwamen.  Na een kwartiertje ging de man uitleggen hoe je dat kan aanpakken.  “Dit deel is zo klein, dat kan je verwaarlozen.  Dat ook.  En dat ook.”  In luttele seconden had hij zoveel weggekrast dat er een simpele formule overbleef, waar wij wel wat mee konden.  Moraal van dit verhaal: als je snel resultaten wil dan moet je niet al te precies doen.  De vraag die zich dan opdringt is: hoe weet je nou wat je buiten beschouwing kan laten?

Kort geleden betoogde ik dat de belasting op de ankerpunten bij een slackline theoretisch wel vrij groot kan worden, maar dat je daar in de praktijk nogal wat moeite voor moet doen.  Ik vertrouw mijn karabiners na een slackline-opspan-avontuur nog wel.  Betweter  Kritische lezer nanske vroeg waarom ik eigenlijk de kracht die door de spanning van het koord op de ankers ontstaat buiten beschouwing laat.  Mijn antwoord was: “omdat ik daar helemaal niet bij heb stilgestaan”.  De vraag die ze misschien bedoelde te stellen is: “moet je niet ook de opspankracht in beschouwing nemen?”

(Er zijn niet zo veel vakgebieden waarin de exacte formulering van een uitspraak of vraag van cruciaal belang is.  Ik weet er zo gauw eigenlijk maar twee: juridische zaken en computerprogramma's.  Bij de computertechniek is de computer relatief onpartijdig en zo vriendelijk om de meeste fouten te benoemen voordat ze een probleem worden.  Advocaten hebben het wat dat betreft wat moeilijker.  Maar ik dwaal af.)

(1) Laten we beginnen bij een situatie waarin we bijna alles hebben weggestreept.  De ankerpunten zitten muurvast en kunnen dus helemaal niet bewegen.  De slackline zelf is zonder massa en rekt helemaal niet.  Tenslotte zijn we erin geslaagd om de slackline zuiver horizontaal op te spannen.  Opspannen is niet het juiste woord, want er staat in deze situatie geen enkele kracht op de ankerpunten.

Wat nu als er iemand op gaat (en blijft) staan?  Omdat de slackline niet kan uitrekken, en de ankerpunten niet kunnen bewegen, blijft de slackline zuiver horizontaal.  De belasting door de persoon is vertikaal, maar de slackline kan de ankerpunten alleen maar horizontaal belasten.  De ankerpunten kunnen dus niet een tegengestelde steunkracht geven.  Deze situatie kunnen we niet natuurkundig berekenen.  We hebben teveel weggestreept.

(2) We nemen nu dezelfde situatie, maar de slackline is iets te lang.  Als je er nu op gaat staan, dan heb je precies de situatie die ik in mijn vorige betoog beschreef (laten we die (0) noemen).  Maar er is niks opgespannen, dus 't zegt niks over de opspankracht, en dus al helemaal niks over de opmerking van nanske.

(3) Dan passen we 't systeem op een andere manier aan.  De slackline is nog steeds zonder massa en rek, en precies lang genoeg om horizontaal tussen de ankerpunten te passen.  Maar nu kunnen de ankerpunten bewegen.  Laten we zeggen dat de ankerpunten met een veer aan de ankerpunten van situatie (1) vast zitten.  De nieuwe ankerpunten en de veren zijn ook massaloos, maar de veren rekken uit.  Lineair met de kracht: als je er twee keer zo hard aan trekt dan rekken ze twee keer zo ver uit.  Laten we ook zeggen dat de veren vrij kunnen roteren om het originele ankerpunt, zodat ze keurig in de richting van de kracht kunnen gaan liggen.  Als er niemand op de slackline staat dan hangt 'ie zuiver horizontaal.  Zodra er iemand op gaat staan dan worden de veren een beetje uitgerekt en dan heb je gek genoeg weer precies situatie (0).

Maar omdat de slackline precies lang genoeg is, zijn de ankerpunten onbelast als er niemand op de slackline staat.  En de veren zijn dan helemaal niet uitgerekt (heet dat ingerekt?).  Da's dus ook niet de situatie waar nanske op doelde.

(4) Stel dat de veren van (3) een beetje slap zijn.  Dan rekken ze een heel eind uit, zelfs als je Philip op de slackline zet.  Om dat nou tegen te gaan kan je de slackline opspannen.  In ons model betekent dat dat de slackline iets te kort is.  Daardoor zijn de veren al een beetje uitgerekt, ook al staat er niemand op de slackline.  Als er dan iemand op gaat staan, dan rekken de veren nog wat verder uit, en trekken dus harder aan de slackline - waardoor de slackline minder ver inzakt.  De hoek is groter dan bij (3), maar de beschrijving bij (0) houdt nog steeds stand.

(5) We gaan nog één stapje realistischer, uitgaande van situatie (4).  We laten de slackline nog steeds massaloos (die massa is nl. verwaarloosbaar vergeleken met de massa van de persoon die erop gaat staan).  Maar de slackline rekt nu wel uit.  Dit soort rek is verrassend genoeg redelijk proportioneel met de uitgeoefende kracht (Robert Hooke, 17e eeuw).  Als onze proefpersoon op de slackline gaat staan, dan krijgen we twee rechte stukken slackline: van het ene anker naar de proefpersoon, en van de proefpersoon naar het andere anker.  Ze zijn allebei iets uitgerekt.  De werklijn van de kracht die daarmee samenhangt (de veerkracht) ligt in de lengterichting van dat stuk slackline.  En omdat een kracht langs zijn werklijn mag worden verplaatst, kunnen we rekenkundig, in de evenwichtssituatie, de rek van de slackline verplaatsen naar (extra) rek in de veren van de ankerpunten die we in situatie (3) introduceerden.

Ik denk dat het antwoord op de vraag “moet je niet ook de opspankracht in beschouwing nemen?” nu wel duidelijk is.  Het antwoord luidt:  “We houden impliciet al rekening met de opspankracht.  Die bepaalt namelijk (mede) de hoek die in de slackline ontstaat als je erop gaat staan.  De geometrie van de evenwichtssituatie bepaalt de vermenigvuldigingsfactor.”

Oefenen op de slackline

't Valt nog niet mee, hoor, op mijn slackline lopen.  De nieuwe slackline in de klimhal in de Uithof is heel breed en hangt heel strak.  Die van mij is juist nogal smal, en hangt niet zo super strak.  Bovendien is de mijne nogal wat korter.  Dat maakt allemaal nogal wat verschil.

In de klimhal kan ik al aardig stil blijven staan zonder eraf te donderen.  En ik kan een stukje lopen.  Nou, thuis ben ik nog lang niet zover.  Ik kan hooguit een paar seconden blijven staan.  Als ik één of twee stappen kan lopen dan komt dat doordat ik vooruit val in plaats van opzij.  't Gekke is dat ik op twee voeten veel stabieler sta dan op één voet, terwijl op één voet staan in de klimhal juist makkelijker is.



Na een paar minuutjes oefenen gaat het al beter.  Een beetje, maar toch.  Als het een beetje mooi weer blijft de komende weken dan kan ik mijn slackline-vaardigheid behoorlijk verbeteren.

zaterdag 5 juli 2008

Karabiners weggooien?

Ik was het al eens ergens tegengekomen toen ik de afgelopen dagen naar wat informatie zocht over slacklines bouwen. En nu schrijft nanske het ook al. Als je karabiners gebruikt hebt voor een slackline, gebruik ze dan daarna niet meer bij het klimmen. Ik begrijp dat niet helemaal. Wat kan er mis zijn met die karabiners? Wat is er zo bijzonder aan een slackline?

Wij leren onze klimcursisten hoe ze een spinverankering moeten maken. Dat is een manier om een belasting netjes te verdelen over twee (of meer) ankerpunten. De spinverankering ziet eruit als een V, met de twee ankerpunten boven en het ‘zekerpunt’ onderaan. Nou mag die V niet al te breed worden; de hoek die de twee benen maken moet je zo klein mogelijk houden. De reden daarvoor is dat de kracht op de twee ankerpunten een stuk groter wordt (in plaats van kleiner) als ze te ver uit elkaar zijn. Als de hoek te groot is, dan wordt de kracht op elk ankerpunt zelfs (vele malen) groter dan de belasting op het zekerpunt

Zou dat de achtergrond zijn van de opmerking over de slackline-karabiners? Als je op een slackline gaat staan, dan krijg je ook een V-vorm. Hoe strakker je je slackline opspant, hoe vlakker die blijft, dus hoe groter die hoek. Dus: hoe groter de belasting op de ankerpunten.

Even wat theorie. Iemand die op de slackline staat oefent daar een vertikale kracht op uit. Als je in het midden staat, en de slackline is symmetrisch opgehangen, dan voelen beide ankerpunten dezelfde kracht. En die kracht is 1 / (2 × cos(φ / 2)) maal zo groot als de vertikale kracht die jij op de slackline uitoefent, waarbij φ de hoek is die de slackline maakt op het punt waar je erop staat. Dit geldt op dezelfde manier voor de spinverankering.

Dat is het worst case scenario. Als je niet in het midden staat, dan belast je het ene ankerpunt meer en het andere minder. Het extreme geval is dat je recht onder een ankerpunt staat. Dat ankerpunt belast je dan met een factor 1, terwijl je het andere ankerpunt helemaal niet belast.

In de grafiek hieronder zie je hoe groot de vermenigvuldigingsfactor is bij verschillende hoeken. Als de hoek 0° is, dan hangen de ankerpunten recht boven elkaar. Bij een slackline zal je dat niet zo gauw tegenkomen, maar bij een spinverankering kan dat wel. De belasting van het zekerpunt wordt dan netjes verdeeld; elk ankerpunt voelt daar de helft van. Dit is ideaal voor een spinverankering.


Hoeken en de belasting-factor op de ankerpunten

Pas als de hoek zo'n 60° is, wordt de kracht op elk ankerpunt wat meer dan de helft van de eigenlijke belasting. Bij 120° is de kracht op elk ankerpunt gelijk aan de kracht op het zekerpunt. Voor een spinverankering is dat allang niet meer zinvol. En daarna loopt het alleen maar nog sneller op.

Bij een beetje strak opgespannen slackline kan de hoek misschien wel 150° zijn. De kracht die elk ankerpunt voelt is dan 2 keer zo groot als vertikale kracht die jij op de slackline uitoefent. Als jij 100 kg weegt en stil staat, dan is dat dus 2 kN. Klimkarabiners gaan tot zo'n 20 kN, dus je mag met bewegen en springen de belasting nog tien keer zo groot maken.

Maar misschien is de slackline heel strak opgespannen, en is de hoek zowat 170°; dan is de factor maar liefst 5, en voelt elk ankerpunt 5 kN. Als je stil staat. Dat is wel een extreme situatie. De slackline rekt namelijk ook nog een beetje uit, waardoor de hoek weer kleiner wordt. Maar het lijkt erop dat, als je echt je best doet, je inderdaad meer dan 20 kN op de ankerpunten kan krijgen.

Terug naar de praktijk. De slacklines van Gibbon zijn dik en breed. Volgens hun website zijn ze 50 mm breed en kunnen ze tot 5 ton belast worden. Dat is 50 kN, veel meer dan een klimkarabiner kan hebben.

Aan de andere kant: Voor de slackline bij de Klimmuur Den Haag hebben ze, denk ik, een sling van 26 mm gebruikt, en dergelijke slinges kunnen 20 kN hebben. Ze doen daar niet voorzichtig; ze staan er met meerdere mensen tegelijk op en ze springen erop. De bandsling die ik voor mijn slackline gekocht heb is 16 mm breed en kan 15 kN hebben. En dan leggen we ook nog eens knopen in de slinges. Een knoop vermindert de breeksterkte aanzienlijk.

Conclusie: Als je de slackline heel strak opspant dan kunnen de krachten inderdaad zó groot worden dat het gebruikte klimmateriaal kapot kan gaan. Maar daar moet je wel echt je best voor doen. De krachten lopen dan bovendien heel snel op; ik denk dat zelfs de bovengenoemde Gibbon-slackline het niet veel langer uit zou houden dan mijn eenvoudige smalle bandsling. En ik span mijn slackline zó op dat de karabiners nauwelijk belast worden. Dus ik ben niet bang dat mijn karabiners ook maar enige schade overhouden van het slacklinen.

Slackline

Slacklinen is de hype van dit moment. In de klimhal hebben ze er eentje hangen. Ik las dat iedereen in Bleau er aan doet. Dat wil ik thuis ook wel! Ik heb in de achtertuin twee kloeke palen op een meter of 4 van elkaar staan, waar we een hangmat tussen kunnen hangen. Die zijn vast ook wel geschikt voor een slackline.

Maar eerst 't materiaal. Vanmiddag heb ik 20 stuks bandsling van één meter gekocht. Althans, zo staat 't op de kassabon; het is eigenlijk één stuk van 20 meter.

't Heet weliswaar slackline, maar je moet 'm wel opspannen. Anders slackt 'ie teveel, en dan sta je gewoon op de grond. Dus wilde ik ook vier karabiners kopen, zodat ik een simpel katrolsysteempje kan maken. Die karabiners kan ik toch wel gebruiken - je kan nooit teveel klimmateriaal hebben. Maar het bleek dat één setje goedkoper is dan de goedkoopste twee losse karabiners! (Een setje bestaat uit twee karabiners met een stukje sling ertussen.) Dus nu ben ik twee Black Diamond Quickwire setjes rijker.

Het vastknopen en opspannen is niet zo moeilijk als je weet hoe het moet. En als je niet weet hoet 't moet dan zijn er genoeg video's op Internet te vinden waarin het haarfijn uitgelegd wordt.


Katrolsysteempje

Ok, dus de slackline hangt en is netjes opgespannen. De palen houden het moeiteloos. 't Is misschien een beetje kort, maar je kan niet alles hebben.


De slackline

Nu komt het moeilijkste deel… op de slackline gaan staan en er niet meteen weer afvallen. Dat wordt oefenen. Maar nu regent het, en ik vind dit proof of concept wel weer even genoeg.


Frans op de slackline

zondag 29 juni 2008

Boulderexperiment: de uitslag

Het boulder-experiment is voortijdig afgebroken. Het experiment heeft uiteindelijk maar één week geduurd: ik heb nog tot en met vrijdag de 20e elke avond geboulderd. Zaterdag en zondag zat ik in de Ardennen om kliminstructie te geven. Ik heb daar zelf ook nog wel wat geklommen, maar dat was nou ook weer niet zo heel erg indrukwekkend. De week daarna ben ik alleen maar op de vaste vrijdagavond gaan boulderen.

Het afbreken van het experiment was niet echt een bewuste keuze. Ik was maandag gewoon te moe. Nou trek ik me daar normaliter niet zoveel van aan; de moeheid verdwijnt meestal wel als ik in de klimhal ben. Blijkbaar had ik er gewoon even genoeg van.

Bovendien kreeg ik last van mijn rechter schouder. Dat zal wel RSI zijn. Ik zat namelijk elke avond thuis achter de pc, en de werkhouding is niet optimaal. Zeker niet als ik veel met de muis moet doen (zoals FreeCell).

Vrijdag was ik dus wel weer gaan boulderen. Ik was al moe voordat ik ging, en ik was ook nog vergeten om te eten. Gelukkig kan je bij de klimhal een acceptabele maaltijd kopen. Ik heb niet zoveel geboulderd, maar het ging niet slecht. En ik had geen last van mijn schouder.

Aan het einde van de avond kwam ik zomaar door de eerste paar stappen van een 7! Ik had 'm wel eens eerder geprobeerd, maar tot dan toe kwam ik nauwelijks van de grond. (Een 7 is moeilijk. Ik heb al genoeg moeite met 5-jes. Sommige 6-jes lukken me. Daar houdt het normaal gesproken op voor mij.)

Een paar andere aanwezige klimmers/boulderaars hadden 't al eerder opgegeven. Die waren alleen nog maar met de slackline bezig.

Slackline lopen is niet moeilijk

woensdag 25 juni 2008

Weekendje kliminstructie - 2

Klimmen is een risicosport. Je kan namelijk vallen. Het vallen zelf is niet echt een probleem, maar het op de grond terecht komen na een val van meer dan een paar meter is wel een probleem. De kans op ernstige blessures (of erger) is dan bijzonder groot. Om nou te zorgen dat de risico's beperkt blijven zijn er allerlei technieken verzonnen. Onze instructieweekends zijn ervoor om die technieken aan beginnende klimmers te leren.

Je kan het risico bij de bron aanpakken: niet vallen. Als je klimt zonder enige vorm van bescherming tegen de gevolgen van vallen dan ben je aan het soleren. Helaas kan je je dan maar beter beperken tot de makkelijkste routes, en dat is saai. En zelfs dan heb je geen garanties: het stuk rots waar je aan hangt kan uitbreken. Of de greep die je vastpakt kan bewoond zijn door wespen, zodat je van schrik loslaat. Of er valt een steen op je hoofd, waardoor je bewusteloos raakt. Soleren vinden we niet verstandig.

(Vrij klimmen is iets anders dan soleren. Bij vrij klimmen gaat het erom dat je voor je voortbeweging geen gebruik maakt van touwen, haken en andere dingen. Alleen maar de rots. Maar je mag wel touwen en dergelijke gebruiken om de consequenties van een val te beperken. Het tegenovergestelde van vrij klimmen is artificieel klimmen. Het tegenovergestelde van soleren is gezekerd klimmen.)

Er is een andere manier om het risico tot aanvaardbare proporties terug te brengen: de valhoogte beperken. Dat kan je doen door hooguit een paar meter omhoog te gaan. Dat is een compleet aparte tak van de klimsport, dat heet boulderen. En zelfs dan leggen ze nog een mat (crash pad) op de grond.

Wil je hoger dan een paar meter, dan is de gebruikelijke oplossing om jezelf vast te binden aan een stuk touw. Als iemand boven je dat touw goed vasthoudt (zekeren), en je valt, dan bungel je aan het touw in plaats van dat je op de grond te pletter valt. Op deze manier klimmen heet naklimmen.

Zoals bekend zijn oplossingen er om ruimte te maken voor nieuwe problemen. Wat nou als er niemand boven je staat? Ook dat probleem hebben we opgelost. Je zorgt dat het touw bovenaan door een oogje gaat, en vanaf daar weer naar beneden. Dan kan de persoon die jou zekert gewoon beneden staan. Als je zo klimt dan noemen we dat topropen.

Hmm. Er ontbreekt iets. Hoe kwam die persoon die jou zekert boven je, of hoe kwam het touw door dat oogje? De simpelste oplossing is: omlopen. Maar dat kan meestal niet, en dan moeten we toch weer gaan klimmen. Dan staat de zekeraar beneden, en we doen het touw steeds door een oogje (haak) terwijl we langs zo'n haak klimmen. Als je dan, bijvoorbeeld, twee meter doorklimt, dan kan je hooguit vier meter vallen. Dat lijkt een heel eind, maar we gebruiken speciale touwen. Die rekken uit, als elastiek. Daardoor val je weliswaar nog wat verder, maar je val wordt ook heel comfortabel afgeremd. Zo klimmen heet voorklimmen.

Maarja, dan ga je instructie geven. Bijvoorbeeld aan een beginner, die weliswaar weet hoe hij moet zekeren, maar dat misschien nog niet zo goed kan. Dan kan het gebeuren dat de instructeur ervoor kiest om toch naar boven te klimmen. En dan is 'ie weer terug bij de eerste oplossing: niet vallen. De instructeur gaat soleren. In mijn geval, afgelopen weekend, in een 3-tje (dat is heel makkelijk). Op mijn slippers (hoi, Abby).

maandag 23 juni 2008

Weekendje kliminstructie

Het was er de afgelopen jaren niet meer zo vaak van gekomen, maar de afgelopen anderhalve maand ben ik al twee keer naar de Ardennen geweest als kliminstructeur. Half mei begeleidde ik een jeugdweekend in Durnal. En zaterdag en zondag was ik er weer, voor een instructieweekend voor volwassenen bij de rotsen van Dave.

Kliminstructie geven is leuk. Het nivo van de cursisten is enorm gevarieerd. Eén jongen kon al prima klimmen en kent alle benodigde touwtechnieken; die kunnen we ‘gevorderd’ verklaren. Een ander was een echte beginner, die heeft alleen nog maar een paar keer in de hal geklommen. En iedere cursist heeft z'n eigen aanpak nodig.

We zijn jammer genoeg niet aan mijn favoriete onderdeel toegekomen: voorklimmersvallen oefenen. De meeste mensen vinden dat heel eng, want je valt toch zo 4 meter of meer naar beneden. Maar bijna iedereen vindt het (na afloop) heel leuk. Hopelijk zijn ze daarna wat minder bang om een echte voorklimmersval te maken, zodat ze wat minder last hebben van voorklim-stress.

© Richard van Gent
Beneden oefenen wat je boven moet doen


We hadden 5 instructeurs (waarvan één in opleiding), en er waren maar 6 cursisten. De cursisten kregen dus bijna allemaal privéles. Wat een luxe.

De rotsen van Dave liggen pal naast een doorgaande weg en een spoorlijn. Dat maakt nogal wat kabaal; als er een trein voorbij komt dan kan je elkaar niet verstaan. Maar verder is het een fijn gebied om instructie te geven. Bovendien was het prachtig weer. Zaterdag hadden we de hele dag zon. Zondag ook, tot ongeveer vier uur; toen begon het een beetje te regenen. En dat kwam prima uit want we hadden afgesproken dat we om vier uur zouden stoppen. Dus alle deelnemers waren keurig op tijd bij de auto's terug.

woensdag 18 juni 2008

Boulderexperiment

Lien en Philip zijn een paar weken in Laos, en ik heb een zomerabonnement bij de klimhal. Dat betekent dat ik lekker vaak kan gaan klimmen en boulderen.

Vorige week besloot ik dat het tijd was voor een experiment. Wat zou er gebeuren als ik élke dag ga klimmen? Zou ik merkbaar beter gaan klimmen? Zoja, hoe lang zou het duren voor ik dat merk? En hoeveel beter zou ik dan worden? Of zou ik alleen maar allerlei blessures oplopen? Of er gewoon genoeg van krijgen?

Vanaf donderdag heb ik elke avond tenminste een uurtje geboulderd. Alleen zaterdag en zondag heb ik overgeslagen. (Nuancering: Ik ben telkens tenminste ruim een uur in de hal geweest. Maar je kan niet constant boulderen, zie deze toelichting. Ik denk dat ik nog niet eens de helft van de tijd daadwerkelijk in de wand hang.)

Een stoere boulderaar

Het experiment loopt nog te kort om al duidelijke uitspraken te kunnen doen. Ik kan hooguit melden dat er nog geen blessures zijn, en dat ik het nog steeds leuk vind.

Wat ik wel merk is dat ik steeds makkelijker door boulderproblemen heen kom. En boulders die ik eerst helemaal niet haalde, lukken nu gedeeltelijk of zelfs helemaal. Maar dat is redelijk normaal. Als je niet goed genoeg weet hoe een boulder kan, dan maak je fouten. Fouten kosten vaak veel kracht, zodat je te moe bent en eruit valt voordat je bij het einde bent. Op een gegeven moment weet je wel hoe zo'n boulder kan, en dan maak je geen fouten meer.

vrijdag 13 juni 2008

Boulderen in de hal

Boulderen is een vorm van klimmen waarbij je hooguit een paar meter omhoog gaat. In de hal leggen ze er een paar dikke matten bij. Zodat, als je valt, er niet zoveel mis kan gaan bij het neerkomen.

Een avondje boulderen in de hal bestaat uit cyclusjes die zich steeds herhalen. Eventueel worden de cyclussen onderbroken door een drinkpauze. Maar waar bestaat nou zo'n cyclus uit? Er zijn 4 fasen.

De eerste fase van een cyclus is het inlezen van een boulderprobleem. De boulderaar gaat tot in detail plannen hoe hij de boulder gaat klimmen. Waar is het begin, en waar is het einde? Waar zitten de grepen, hoe kan je ze vastpakken? Wat voor bewegingen moet je maken, wat voor technieken kan je toepassen? De boulderaar beweegt daarbij vaak zijn lichaam alsof hij al in de wand hangt. Zo ‘voelt’ hij de route alvast. Soms raakt hij een paar grepen aan, om te voelen hoe ze belast kunnen worden.

Als de boulder makkelijk is, of de klimmer overmoedig, dan kan deze fase overgeslagen worden. Of het duurt maar een paar seconden (“ik zie het al, 't zijn allemaal bakken”). Bij wat moeilijkere boulders kan het inlezen al gauw oplopen tot een paar minuten. Zeker als er met mede-boulderaars overlegd wordt over de lastige passages.

Inlezen hoeft niet inspannend te zijn


De volgende fase is de klimpoging. De boulderaar gaat zitten en pakt de begingrepen vast. Boulderproblemen hebben vaak een zitstart. Een staande start komt ook voor, en soms moet je zelfs een sprongstart maken. Hij hijst het lichaam van de grond en voert de geplande bewegingen uit. Deze fase duurt nooit zo lang. Enkele tientallen seconden, hooguit een minuut of twee. Misschien valt de eerste stap al zo tegen dat de boulderaar niet eens in de route komt.

Hmm… mijn planning klopt nu al niet meer


Na het klimmen volgt vaak de val. Goed inlezen is namelijk best wel moeilijk.

De valfase duurt in het algemeen heel kort. Uit een eenvoudige natuurkundige berekening blijkt dat bij een valhoogte van een halve meter de valtijd circa een derde seconde is. In die tijd bouwt de valler een snelheid op van 11 km/h, dus dan is zo'n dikke mat inderdaad wel fijn. Bij een valhoogte van 3 meter bedraagt de valtijd nog steeds slechts zo'n driekwart seconde. De eindsnelheid is dan wel opgelopen tot bijna 30 km/h! Maar het is voor een boulderaar dan ook wel heel hoog als hij met zijn hele lichaam zo ver van de grond is.

Net hing hij nog vol in beeld!


De vierde en laatste fase van de bouldercyclus is het uitrusten. De boulderaar moet fysiek en psychisch herstellen van de mislukte aanval. Hij moet een reden voor zijn val verzinnen die zijn trots minimaal krenkt, en die hij in de richting van zijn mede-boulderaars kan mompelen (“mijn armen zijn helemaal leeg, ik heb al zoveel zware boulders gedaan”, “mijn handen zijn helemaal bezweet en mijn vloeibare pof is op”, “ik heb mijn placebo-schoentjes niet aan”).

De gevallen boulderaar moet wachten voor hij het weer kan proberen, want nu zijn de andere boulderaars aan de beurt. Zo kan hij meteen zijn hersteltijd nuttig besteden: door te kijken hoe al die andere mensen wél moeiteloos boven komen. De herstelfase loopt zo min of meer vloeiend over in de inleesfase van de volgende cyclus.

Of de boulderaar neemt zijn verlies en vlucht naar een makkelijkere boulder, ondertussen grommend dat de vorige onmogelijk is (“zó'n verre dyno, dat kan écht niet”, “die greep is véél te glad, daar kan niemand aan blijven hangen”).

Uitrusten

donderdag 12 juni 2008

Boulderinitiatief

In de buurt van huize Rijstveld is een kinderspeelpleintje. De speeltuigen stonden er alweer een kleine tien jaar, en ze hadden de tand des tijds niet zo goed weerstaan. Daarom, en omdat de populatie kindertjes ietsjes ouder geworden was, besloot de gemeente om het pleintje opnieuw in te richten. En wat hebben ze er neergelegd? Boulderstenen! Wat een leuk initiatief.

Een boulder…


Maar de boulderstenen zijn niet zo groot. Voor kleine kinderen vormen ze misschien nog wel een beetje een uitdaging, maar met een hoogte van zo'n halve meter kunnen de iets grotere kinderen er gewoon bovenop springen. Of 'm als stoel gebruiken. Dan is de klauterconstructie met glijbaan en touwmuur al gauw een stuk interessanter.

…voor kindertjes

maandag 12 mei 2008

Blije kindertjes

Afgelopen weekend ben ik weer eens als kliminstructeur naar de Ardennen geweest. Het was een klimweekend voor de jeugd. De jongste deelnemer was 8, de oudste was 16. We verzamelden bij de Uithof in Den Haag. Er werden vier meisjes in mijn auto geladen, drie van 10 jaar en één van 8 jaar. Dat paste makkelijk, inclusief bagage.

Blije klimkindertjes


We gingen naar de rotsen bij Durnal. Dat is een perfecte plek voor beginnende (buiten)klimmers. Er zijn diverse oefenrelais op de grond gemaakt. Daarmee kan je heel goed allerlei touwtechnieken laten zien en laten oefenen. En de beheerder van de rotsen beheert 't goed. Van één van de oefenrelais was de ketting verdwenen; die moest dus gerepareerd worden.

Oefenrelais repareren


Het weer werkte ook mee. Het was bijna té warm en zonnig. Gelukkig is er een riviertje vlakbij. Daar ging zo ongeveer de helft van de deelnemers tegen het eind van de middag zich even in afkoelen.

Een jeugdweekend is nauwelijks te vergelijken met een instructieweekend voor volwassenen. De kinderen leren veel sneller. Het is voor hun meer spelen dan klimmen. Ik had verwacht dat ik veel beter zou moeten opletten dan bij volwassenen, maar dat viel reuze mee. Het is verbazingwekkend hoe verantwoord zelfs de kleintjes bezig zijn. Veel kinderen klimmen al heel goed voor, en ze weten precies hoe ze dat veilig moeten doen. En ze kunnen goed klimmen! Zo klein als ze zijn komen ze vaak toch redelijk makkelijk door passages heen die, gezien hun lengte, best wel moeilijk zijn.

Nog een blij klimkindje


De kinderen vonden het zelf ook heel leuk. Voor sommigen was het al de derde keer dat ze mee gingen. En zo te horen waren ze van plan om volgend jaar weer mee te gaan.

woensdag 30 april 2008

Rocksport Thaurac: de uitzichten

Voila le Thaurac:

Daar hebben we geklommen


't Was niet duizelingwekkend hoog, op de Thaurac, maar het uitzicht was wel mooi. Alleen ging Akshay er soms voorstaan:

Ons fotomodel en het uitzicht


En hier ook:

Een stoere bergbeklimmer


Gelukkig lukte het mij ook wel eens om gefotografeerd te worden met een leuke achtergrond.

Bovenaan de voie du tournesol


Iets boven Combe de la Costa kan je leuk uitkijken richting massief Tour du Thaurac, en de rivier de Hérault.



We zijn ook een dagje naar de rotsen bij Seynes gegaan. Daar hebben ze een sector die Rouge Gorge heet. De naam is goed gekozen.

Sector Rouge Gorge van Seynes


Niet alleen vanaf de rots hadden we leuk uitzicht. Ook op ons ontbijtplekje pal naast de camping konden we leuk om ons heen kijken.

Uitzicht vanaf de ontbijtplek

Rocksport Thaurac: het eten

De Rocksport had dit voorjaar maar 6 deelnemers. Abby en Wilfred waren met hun eigen auto naar het zuiden gereden; Ivo, Sabine, Akshay en ik gingen met mijn auto. We hadden dus geen ruimte voor de kookspullen uit het depot van de NKBV-regio. Het enige dat we bij ons hadden waren de spulletjes van Abby en Wilfred. We hadden niet zoveel zin om daar elke avond een complete maaltijd mee te maken. Daarom zijn we de meeste avonden uit eten gegaan.

Ontbijt bestond uiteraard grotendeels uit stokbrood en kaasjes. Hoewel er in de loop van de week een kleine toename te zien was van het aantal (Griekse) yoghurtjes met cruesli-achtig spul. En er was gelukkig ook Nutella. Om nog even terug te komen op het weer: het was niet al te moeilijk om de Nutella te smeren.

Ontbijt


Zaterdag wilden we in restaurant Le Grillon eten. Dat is het enige restaurant in Montoulieu, het plaatsje waar onze camping bij hoort. Montoulieu bestaat uit een kerk en een paar huisjes. En dus één restaurant. Maar ze hadden een Soiree Dansante; we zouden ons moeten conformeren aan het standaard-menu van 30 euro en we zouden nog anderhalf uur moeten wachten. We gingen verder zoeken, want we hadden honger.

In het volgende plaatsje, Saint-Bauzille-de-Putois, konden we zo gauw niet een restaurantje vinden dat ook nog open was. Dan nog maar een plaatsje verderop, naar Laroque. Het ziet er daar best wel toeristisch uit. We kozen voor restaurant Les Remparts. Het voorgerecht prima was prima, maar de rest was waardeloos. Mijn stukje vlees was niet well done maar verbrand. Het eten dat de anderen kregen was ook niet al te best.

Slecht restaurant


Zondag, de regendag, zaten we 's middags in een cafeetje in Saint-Hippolyte-du-Fort. En daar vlakbij is een leuk Chinees restaurantje: Le Kim Oanh. Dat was een stuk beter! Elke gang was prima, zowel qua qualiteit als qua quantiteit (het voorgerecht was bijna nog meer dan het hoofdgerecht). Dit restaurant beviel ons zo goed dat we er donderdag weer gingen eten.

Maandagavond gingen we naar de Decathlon in Nîmes omdat Ivo en Sabine een waterdichte tent wilden kopen. Toen gingen we ook maar in Nîmes uit eten. Althans, dat probeerden we - de meeste restaurantjes bleken dicht! Gelukkig vonden we een Spaans pizzarestaurant waar we lekker hebben gegeten (hoewel de pizza die ik koos lang niet zo scherp gekruid was als in het menu geadverteerd werd). We hebben zelfs nog even cultureel gedaan: we zagen het Colloseum.

Cultuur in Nîmes


Dinsdag wilde Wilfred zelf wel eens koken. Hij verzon samen met Akshay een pastamaaltijd. Het lukte ook nog om die met de beperkte kookinstrumenten te bereiden. Het was lekker en genoeg. Daarom, en bij gebrek aan competitie, zijn zij de winnaars van de eervolle Prix de Hak.

Zelf koken


Woensdag waren we bij de rotsen van Seynes gaan klimmen. Dat is ruim een uur rijden van de camping. Op de terugweg kwamen we langs Alès, en we besloten om daar te gaan eten. We vonden Le Coq Hardi. Dat bleek een heel goed Frans restaurantje te zijn. Zonder meer het beste restaurant van de hele week. Er was maar één serveerster, die de volle zaal moest bedienen, maar dat ging prima.

In Le Coq Hardi


Donderdag waren we weer bij Le Kim Oanh in Saint-Hippolyte-du-Fort, en het was weer net zo goed als de eerste keer.

Vrijdag hadden we het laatste diner van deze Rocksport. Dit keer konden we wel terecht bij Le Grillon in Montoulieu. We hoefden maar een half uur te wachten, want het personeel zat eerst zelf nog te eten. En aan de omvang van het personeel te zien vinden ze het eten zelf in ieder geval wel lekker.

Het was niet zo erg dat we even moesten wachten. Ons contante geld was namelijk op, en bij het restaurant konden we niet betalen met pinpas of creditcard. Dus we moesten naar een pinapparaat. De dichtsbijzijnde was in St-Hippolyte-du-Fort, en dat is een minuut of tien verderop. Toen we eenmaal aan tafel zaten zagen we onze wijnboer een tafeltje verderop zitten, dus dan moet het bijna wel een goed restaurant zijn. En dat was het ook.

Lekker eten

dinsdag 29 april 2008

Rocksport Thaurac: de massieven

Het hoofddoel van deze Rocksport was de Thaurac. Dat is een berg zo'n 40 km ten noorden van Montpellier. Volgens de topo zijn er zo'n 35 viertjes, zowat 100 vijfjes, honderden zesjes (netjes verdeeld over 6a, 6a+, 6b, 6b+, 6c en 6c+), en meer dan 100 zevens en achten. Er zijn korte routes van één touwlengte en er zijn routes van drie of vier touwlengtes. Genoeg te doen, dus. Bovendien kan je er prima parkeren bij de ingang van de Grotte des Demoiselles, waar je aan het einde van de klimdag ook nog eens ijsjes kan kopen.

Uitzicht vanaf de rots op de ingang van de Grotte des Demoiselles


Het was hier en daar wel wat begroeid (“botanisch” is de juiste klimterm). En sommige routes bestonden niet meer. Akshay en ik wilden dinsdag de “voie du secrétaire” klimmen, een route in sector Belle au Bois Dormant (massief Pingle à Cheveux). Volgens de topo een prima behaakte route die in 1970 geopend is. Twee touwlengtes 4b, naar 60 meter. Lekker makkelijk meters maken. Maar al wat we konden vinden was één mephaak, ver weg, en één relais, dat volgens mij ook nog bij de route ernaast hoort. En een paar schroeven zonder haken. Het lijkt erop dat de behaking weggehaald is. Misschien was de rots te brokkelig geworden.

We gingen in plaats daarvan over op de “voie du tournesol” in sector Falaise de la Grotte (schuin boven de ingang van de Grotte des Demoiselles). 't Zijn drie touwlengtes, 5b/4b/4c, en de dag daarvoor hadden we de eerste touwlengte al gedaan. We snappen de waardering niet helemaal. De 4b-lengte was zo ongeveer de moeilijkste, een (verhoudingsgewijs) lastige plaat. Terwijl de eerste touwlengte een 5b zou moeten zijn, maar dat was vooral bakken trekken. Net zoals de laatste touwlengte.

Akshay in de laatste lengte van de voie du tournesol


Sommige sectoren zijn wat lastig te vinden. Er zijn geen bordjes ofzo. Wel staat er bijvoorbeeld in de topo dat je bij een fixed rope of een klettersteig naar boven moet. Maar dan blijken er meerdere fixed ropes te zijn, zodat we alsnog verdwaalden (dat is overigens niks nieuws voor Akshay en mij).

We zochten de Combe de la Coste. Die heeft twee sectoren. Maar we liepen veel te ver door. Pas na heel wat omzwervingen vonden we de eerste sector, Cengle de Josep.

Cengle de Josep


Even later wilden we naar de andere sector, Chez Rémy. Bij het fixed rope omhoog, zie de topo. We verdwaalden natuurlijk weer. We hadden wel mooi uitzicht, dus toen besloten we maar om te gaan lunchen. Een half uurtje later klauterden we weer naar beneden, en uiteindelijk vonden we de juiste klettersteig. Chez Rémy is leuk! Perfect half in de schaduw, de wind wordt een briesje door de bomen, heerlijk. En prima routes. We hebben onder meer een 6a+ getoproped.

Klettersteig naar Chez Rémy


Niet ver weg van de Thaurac ligt St-Jean-de-Bueges, een pittoresk dorpje onder een oud kasteel. Er is ook een klimrots. Daar wilden we misschien ook wel een dagje heen. We zijn er op een middag naartoe gereden om een topo te kopen. Dat lukte niet; de topo wordt niet meer gedrukt en is uitverkocht. In het café waar 'ie vroeger verkocht werd hadden ze nog één exemplaar. Dat mochten we fotograferen. Dat hebben we toen maar gedaan (leve de digitale fototoestellen; gelukkig waren het niet zoveel pagina's). Uiteindelijk zijn we er niet gaan klimmen. Er zit niet echt heel veel leuks voor ons en de kwaliteit van de behaking was ook onduidelijk.

Topo van St-Jean-de-Bueges


We zijn woensdag een dagje naar Seynes gegaan. Dat ligt ruim een uur rijden naar het noordoosten. We hadden geen topo, en het lukte ook niet om er eentje te kopen. Maar Akshay had zich goed voorbereid. Hij wist in welke sector de leuke routes zitten. En er was bij heel wat routes zowel de naam van de route als de waardering op de wand geschilderd. Er was voor ons genoeg leuks te doen voor één dag, misschien zelfs wel voor twee dagen.

Routeaanduiding in Seynes


Mijn klimnivo was ondertussen alweer aardig aan het stijgen. De eerste dag had ik nog wat moeite met een viertje, maar in Seynes klom ik moeiteloos een 6a met een lastige sleutelpassage voor.

Rocksport Thaurac: het weer

Toen we zaterdagochtend op de camping kwamen was het redelijk mooi weer. Helaas, helaas: in de nacht van zaterdag op zondag ging het regenen. En het bleef de hele zondag regenen. Gelukkig hadden we een alternatief dagprogramma: de Grotte des Demoiselles bezoeken.

Troosteloos uitzicht


Maar de rest van de week was het perfect klimweer! Geloof niet wat je uit tweede hand hoort! Soms hadden we 's ochtends al een prachtige strakblauwe hemel.

Strakblauwe hemel


De zon scheen dus volop. We moesten steeds een wand zoeken waar we een beetje in de schaduw konden klimmen. Er waren ook wel eens een paar wolkjes. Maar niet genoeg om echt indruk te maken. Soms was er een briesje; dat verkoelde heerlijk.

Klimmen in t-shirt en korte broek


Het koelde wel snel af 's avonds. Maar omdat we meestal uit eten gingen was dat geen enkel probleem. En voor die ene avond dat we op de camping kookten had iedereen wel een muts of een pet bij zich.

Koken op de camping

maandag 28 april 2008

Rocksport Thaurac: de camping

De camping die we dit keer hadden voor de Rocksport was perfect. Echt een aanrader. Vergelijk het maar met het bivakveldje bij Freyr. Ok, de camping is niet helemaal op loopafstand van de rotsen. Maar er zijn wel hete douches, echte wc's en zelfs een koelkast. En wij waren de enige gasten! Op twee kippen na, natuurlijk.

Ons gezelschap op de camping


We hadden in het begin een beetje regen. En de tent van Ivo en Sabine was daar niet helemaal tegen bestand. Gelukkig stonden er een paar (niet gebruikte) caravans op de camping. Met luifel. Prima om onder te ontbijten, en om je lekke tent onder te zetten.

Uit de regen


Akshay had al meteen een mooi plekje gevonden om te ontbijten voor als het niet regent. Prachtig uitzicht. Het was weliswaar pal aan de weg langs de camping, maar dat was geen probleem. Er reden nauwelijks auto's. En je kan het nauwelijks een weg noemen: het weinige asfalt dat er was zat vol met gaten.

Ideaal ontbijtplekje


Maar de tent van Ivo en Sabine was dus lek. Ze besloten om een nieuwe te kopen. Meteen maar een iets grotere…

De nieuwe villa van Ivo en Sabine


Er liepen niet alleen kippen rond. Woensdagavond kwamen we een mega-pad tegen in de douche. Die hupte van de ene douche naar de andere, totdat hij er genoeg van had.

Nog een huisdier


De grond was vruchtbaar. Er groeiden madeliefjes. Akshay wilde altijd al eens in een bed van madeliefjes slapen, dus hij greep zijn kans.

In een bed van madeliefjes


De camping is een bijverdienste van een wijnboer. Op vrijdagmiddag hadden we een rondleiding en wijnproefsessie afgesproken. De gebouwen blijken al uit de Romeinse tijd te stammen. Wist je dat druivenstruiken honderden jaren oud kunnen worden? Hoe ouder de struik, hoe beter de smaak.

Wijn proeven


Na het wijnproeven moesten we de tentjes nog afbreken, want we vertrokken vrijdagavond al. Abby en Wilfred hoefden niks af te breken, want zij bleven nog een nachtje op de camping slapen. Abby had dus mooi even tijd om kermis te spelen.

Abby speelt kermis

Rocksport Thaurac: SMSjes

Heenreis (vrijdag 19 april):
  • van Abby, 07:11: waar zyn jullie nu
  • aan Abby, 08:45: Hoi Abby, we zijn nu bij Montelimar. We hebben nog 150 km te gaan. En jullie?
  • van Wilfred, 08:49: Hoi frans, a is aan het rijden. We zijn 60 km voor luxemburg. Mazzel, wilfred
  • van Abby, 09:48: Schynt de zon by jullie? heb nu zoveel grys en regen gezien dat ik byna wil omkeren
  • aan Abby, 09:51: Ja, het is hier in Nimes al redelijk lekker. Die regen hebben wij ook gehad. Gewoon stug doorrijden.
  • aan Abby, 12:11: We zijn op de camping! Als jullie in Montoulieu zijn moeten jullie even bellen, anders vinden jullie de camping niet.
  • van Abby, 12:13: Ok
  • aan Abby, 14:00: Hoi. Wij zijn helemaal geinstalleerd op de camping. De zon schijnt en het is hier prima uit te houden. Wat is jullie ETA?
  • van Wilfred, 14:06: 1800 uur moet mogelijk zijn, is het eten dan al klaar?
  • aan Wilfred, 14:13: We moeten nog een restaurantje zoeken, gaan we zo doen
  • van Abby, 17:25: Zitte by montelimar
  • aan Abby, 19:43: Zijn jullie er al bijna?
De rest van de week:
  • aan 555, 20 april 2008 19:27: Meteo nimes
  • van 888, 20 april 2008 19:27: Nimes, 13.3 gr., wind ZZO, -kracht 5-6 (37km/u), (19:00), morgen: temp min:9 max:17, wind 2-4, neerslagkans: 15%, uren zon: 5
  • aan 555, 25 april 2008 08:41: Meteo nimes
  • van 888, 25 april 2008 08:41: Nimes, 13.9 gr., licht bewolkt, windstil, (08:00), vandaag: temp max:22, wind 3-4, neerslagkans: 0%, uren zon: 9

Kampeerblessure

Vorige week heb ik een kampeerblessure opgelopen. Bij het instappen in de tent lukte het me om mijn duim te verzwikken. Au. Ik had geen zin om 't te gaan koelen, want ik wilde gaan slapen en ik had mijn schoenen al uit enzo. Maar er kwam meteen een ei opzetten. Toen ben ik toch maar, zachtjes zuchtend en klagend, naar de kraan gelopen en heb mijn hand 20 minuten onder koel water houden. Gelukkig hadden ze niet alleen ijskoud water op de camping, maar ook heet water, en het lukte me vrij makkelijk om koelwater met de juiste temperatuur te maken.

Ik kon niet meer goed knijpen. Slecht nieuws! Het was namelijk een klimvakantie. En bij klimmen moet je zo af en toe kunnen knijpen. Maar gelukkig had ik bij het klimmen en bij het zekeren geen last van mijn blessure.

Een week later. Ik was ondertussen weer thuis. Lien ging mij masseren. Heerlijk. Maar dan wil ze ook dat ik haar ga masseren. Niet dat ik dat erg vind, hoor. Maar blijkbaar gebruik je je handen bij klimmen anders dan bij masseren. Het deed pijn! Verdorie. Gelukkig kon ik nog wel met mijn andere hand masseren, zodat mijn relatie ook weer gered was.