maandag 2 maart 2009

Weer ondergronds - I

Vorig jaar ben ik een weekendje ondergronds gegaan. En daar heb ik middels dit blog verslag van gedaan: zie deel 1, deel 2 en deel 3. Dit jaar zijn we weer ondergronds gegaan. En daar doe ik nu verslag van.

De bier-rekening
We vertrokken, net zoals vorig jaar, al op vrijdagavond naar België. En we logeerden, net zoals vorig jaar, in het kasteeltje van Jean Marie, bij Floreffe. Er waren, net zoals vorig jaar, prima Belgische biertjes in de koeling (dat wil zeggen, buiten bij de voordeur). En we moesten, net zoals vorig jaar, de doppen van de flesjes bewaren; toen we zondag vertrokken werd op basis daarvan de bier-rekening opgemaakt.

Floor had een gezelschapsspel meegenomen: ‘het kaartspel met de bel’. Iedereen gooit om de beurt een kaart op, met citroenen, bananen of andere vruchten. Als er in totaal precies vier dezelfde vruchten liggen dan moet je gauw een klap op de bel geven. Floor had veel te veel geoefend met de kinderen op z'n werk; hij was nauwelijks te verslaan.

Voor de speleologie hadden we dit jaar de keuze uit twee opties: net zoals vorig jaar twee grotten bezoeken, of zaterdag in de buitenlucht speleo-technieken oefenen en die zondag in een grot toepassen. Ik stemde voor de tweede optie, en gelukkig deed bijna iedereen dat.

Zo kwam het dat we zaterdag rond elf uur 's ochtends naar een voormalige steengroeve gingen. Die is helemaal ingericht om speleo-technieken te oefenen. We gingen in vol speleo-ornaat; ik had mijn regenpak aan, en mijn rubberen tuinlaarzen, mijn helm, en zelfs mijn hoofdlampje.

Traverse
We begonnen met een soort van klettersteig-traverse die eindigde met een abseil. Dat abseilen moest zonder prusik, want onder de grond worden de touwen zo modderig dat een prusik toch niks doet. 't Was gesneden koek voor de meesten, maar sommigen hadden er wel wat moeite mee - niet alle deelnemers waren ervaren klimmers.

Daarna liepen we om naar het hoogste punt van de groeve. Daar werd er een touw uitgehangen, tientallen meters recht naar beneden. We moesten abseilen. En we moesten een paar ‘fracties’ passeren. Een fractie is een plek waar het touw aan een oog in de muur vastzit. Dan moet je eerst je ‘life line’ vastmaken, en dan het achtje omhangen van het touw boven de fractie naar het touw onder de fractie.

Klaar om op te stijgen
Na het abseilen moesten we terug omhoog. Niet lopend ofzo, maar langs het touw. Nou heb ik wel eens met een paar prusik-touwtjes langs een touw omhoog geprusikt, en dat valt niet mee. Gelukkig gaat het met de hulp van een paar stijgklemmen veel makkelijker. Een stijgklem is een soort ventiel, maar dan voor touw: het touw kan er maar in één richting doorheen.

Bij het stijgen moet je natuurlijk ook weer die fracties passeren. En dan moet je niet de stijgklemmen helemaal omhoog tegen de knoop aan schuiven, want dan krijg je ze nauwelijks meer los. Meerdere mensen waren daarmee aan het prutsen. Ik dacht nog, wat een sufferds - tot het mezelf ook overkwam. :-(

Eigenlijk hebben we niet veel meer gedaan. Ja, ik heb nog eens geabseild en ik ben nog eens langs het touw omhoog gegaan. En we zijn nog gaan abseilen bij een grappig overhangend rotsje. Maar dat is eigenlijk allemaal meer van hetzelfde. Toch heb ook ik nog wel het een en ander geleerd. Die speleo's doen een aantal dingen net even anders dan klimmers.

Wordt vervolgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen