't Valt nog niet mee, hoor, op mijn slackline lopen. De nieuwe slackline in de klimhal in de Uithof is heel breed en hangt heel strak. Die van mij is juist nogal smal, en hangt niet zo super strak. Bovendien is de mijne nogal wat korter. Dat maakt allemaal nogal wat verschil.
In de klimhal kan ik al aardig stil blijven staan zonder eraf te donderen. En ik kan een stukje lopen. Nou, thuis ben ik nog lang niet zover. Ik kan hooguit een paar seconden blijven staan. Als ik één of twee stappen kan lopen dan komt dat doordat ik vooruit val in plaats van opzij. 't Gekke is dat ik op twee voeten veel stabieler sta dan op één voet, terwijl op één voet staan in de klimhal juist makkelijker is.
Na een paar minuutjes oefenen gaat het al beter. Een beetje, maar toch. Als het een beetje mooi weer blijft de komende weken dan kan ik mijn slackline-vaardigheid behoorlijk verbeteren.
zondag 6 juli 2008
zaterdag 5 juli 2008
Karabiners weggooien?
Ik was het al eens ergens tegengekomen toen ik de afgelopen dagen naar wat informatie zocht over slacklines bouwen. En nu schrijft nanske het ook al. Als je karabiners gebruikt hebt voor een slackline, gebruik ze dan daarna niet meer bij het klimmen. Ik begrijp dat niet helemaal. Wat kan er mis zijn met die karabiners? Wat is er zo bijzonder aan een slackline?
Wij leren onze klimcursisten hoe ze een spinverankering moeten maken. Dat is een manier om een belasting netjes te verdelen over twee (of meer) ankerpunten. De spinverankering ziet eruit als een V, met de twee ankerpunten boven en het ‘zekerpunt’ onderaan. Nou mag die V niet al te breed worden; de hoek die de twee benen maken moet je zo klein mogelijk houden. De reden daarvoor is dat de kracht op de twee ankerpunten een stuk groter wordt (in plaats van kleiner) als ze te ver uit elkaar zijn. Als de hoek te groot is, dan wordt de kracht op elk ankerpunt zelfs (vele malen) groter dan de belasting op het zekerpunt
Zou dat de achtergrond zijn van de opmerking over de slackline-karabiners? Als je op een slackline gaat staan, dan krijg je ook een V-vorm. Hoe strakker je je slackline opspant, hoe vlakker die blijft, dus hoe groter die hoek. Dus: hoe groter de belasting op de ankerpunten.
Even wat theorie. Iemand die op de slackline staat oefent daar een vertikale kracht op uit. Als je in het midden staat, en de slackline is symmetrisch opgehangen, dan voelen beide ankerpunten dezelfde kracht. En die kracht is 1 / (2 × cos(φ / 2)) maal zo groot als de vertikale kracht die jij op de slackline uitoefent, waarbij φ de hoek is die de slackline maakt op het punt waar je erop staat. Dit geldt op dezelfde manier voor de spinverankering.
Dat is het worst case scenario. Als je niet in het midden staat, dan belast je het ene ankerpunt meer en het andere minder. Het extreme geval is dat je recht onder een ankerpunt staat. Dat ankerpunt belast je dan met een factor 1, terwijl je het andere ankerpunt helemaal niet belast.
In de grafiek hieronder zie je hoe groot de vermenigvuldigingsfactor is bij verschillende hoeken. Als de hoek 0° is, dan hangen de ankerpunten recht boven elkaar. Bij een slackline zal je dat niet zo gauw tegenkomen, maar bij een spinverankering kan dat wel. De belasting van het zekerpunt wordt dan netjes verdeeld; elk ankerpunt voelt daar de helft van. Dit is ideaal voor een spinverankering.
Pas als de hoek zo'n 60° is, wordt de kracht op elk ankerpunt wat meer dan de helft van de eigenlijke belasting. Bij 120° is de kracht op elk ankerpunt gelijk aan de kracht op het zekerpunt. Voor een spinverankering is dat allang niet meer zinvol. En daarna loopt het alleen maar nog sneller op.
Bij een beetje strak opgespannen slackline kan de hoek misschien wel 150° zijn. De kracht die elk ankerpunt voelt is dan 2 keer zo groot als vertikale kracht die jij op de slackline uitoefent. Als jij 100 kg weegt en stil staat, dan is dat dus 2 kN. Klimkarabiners gaan tot zo'n 20 kN, dus je mag met bewegen en springen de belasting nog tien keer zo groot maken.
Maar misschien is de slackline heel strak opgespannen, en is de hoek zowat 170°; dan is de factor maar liefst 5, en voelt elk ankerpunt 5 kN. Als je stil staat. Dat is wel een extreme situatie. De slackline rekt namelijk ook nog een beetje uit, waardoor de hoek weer kleiner wordt. Maar het lijkt erop dat, als je echt je best doet, je inderdaad meer dan 20 kN op de ankerpunten kan krijgen.
Terug naar de praktijk. De slacklines van Gibbon zijn dik en breed. Volgens hun website zijn ze 50 mm breed en kunnen ze tot 5 ton belast worden. Dat is 50 kN, veel meer dan een klimkarabiner kan hebben.
Aan de andere kant: Voor de slackline bij de Klimmuur Den Haag hebben ze, denk ik, een sling van 26 mm gebruikt, en dergelijke slinges kunnen 20 kN hebben. Ze doen daar niet voorzichtig; ze staan er met meerdere mensen tegelijk op en ze springen erop. De bandsling die ik voor mijn slackline gekocht heb is 16 mm breed en kan 15 kN hebben. En dan leggen we ook nog eens knopen in de slinges. Een knoop vermindert de breeksterkte aanzienlijk.
Conclusie: Als je de slackline heel strak opspant dan kunnen de krachten inderdaad zó groot worden dat het gebruikte klimmateriaal kapot kan gaan. Maar daar moet je wel echt je best voor doen. De krachten lopen dan bovendien heel snel op; ik denk dat zelfs de bovengenoemde Gibbon-slackline het niet veel langer uit zou houden dan mijn eenvoudige smalle bandsling. En ik span mijn slackline zó op dat de karabiners nauwelijk belast worden. Dus ik ben niet bang dat mijn karabiners ook maar enige schade overhouden van het slacklinen.
Wij leren onze klimcursisten hoe ze een spinverankering moeten maken. Dat is een manier om een belasting netjes te verdelen over twee (of meer) ankerpunten. De spinverankering ziet eruit als een V, met de twee ankerpunten boven en het ‘zekerpunt’ onderaan. Nou mag die V niet al te breed worden; de hoek die de twee benen maken moet je zo klein mogelijk houden. De reden daarvoor is dat de kracht op de twee ankerpunten een stuk groter wordt (in plaats van kleiner) als ze te ver uit elkaar zijn. Als de hoek te groot is, dan wordt de kracht op elk ankerpunt zelfs (vele malen) groter dan de belasting op het zekerpunt
Zou dat de achtergrond zijn van de opmerking over de slackline-karabiners? Als je op een slackline gaat staan, dan krijg je ook een V-vorm. Hoe strakker je je slackline opspant, hoe vlakker die blijft, dus hoe groter die hoek. Dus: hoe groter de belasting op de ankerpunten.
Even wat theorie. Iemand die op de slackline staat oefent daar een vertikale kracht op uit. Als je in het midden staat, en de slackline is symmetrisch opgehangen, dan voelen beide ankerpunten dezelfde kracht. En die kracht is 1 / (2 × cos(φ / 2)) maal zo groot als de vertikale kracht die jij op de slackline uitoefent, waarbij φ de hoek is die de slackline maakt op het punt waar je erop staat. Dit geldt op dezelfde manier voor de spinverankering.
Dat is het worst case scenario. Als je niet in het midden staat, dan belast je het ene ankerpunt meer en het andere minder. Het extreme geval is dat je recht onder een ankerpunt staat. Dat ankerpunt belast je dan met een factor 1, terwijl je het andere ankerpunt helemaal niet belast.
In de grafiek hieronder zie je hoe groot de vermenigvuldigingsfactor is bij verschillende hoeken. Als de hoek 0° is, dan hangen de ankerpunten recht boven elkaar. Bij een slackline zal je dat niet zo gauw tegenkomen, maar bij een spinverankering kan dat wel. De belasting van het zekerpunt wordt dan netjes verdeeld; elk ankerpunt voelt daar de helft van. Dit is ideaal voor een spinverankering.
Pas als de hoek zo'n 60° is, wordt de kracht op elk ankerpunt wat meer dan de helft van de eigenlijke belasting. Bij 120° is de kracht op elk ankerpunt gelijk aan de kracht op het zekerpunt. Voor een spinverankering is dat allang niet meer zinvol. En daarna loopt het alleen maar nog sneller op.
Bij een beetje strak opgespannen slackline kan de hoek misschien wel 150° zijn. De kracht die elk ankerpunt voelt is dan 2 keer zo groot als vertikale kracht die jij op de slackline uitoefent. Als jij 100 kg weegt en stil staat, dan is dat dus 2 kN. Klimkarabiners gaan tot zo'n 20 kN, dus je mag met bewegen en springen de belasting nog tien keer zo groot maken.
Maar misschien is de slackline heel strak opgespannen, en is de hoek zowat 170°; dan is de factor maar liefst 5, en voelt elk ankerpunt 5 kN. Als je stil staat. Dat is wel een extreme situatie. De slackline rekt namelijk ook nog een beetje uit, waardoor de hoek weer kleiner wordt. Maar het lijkt erop dat, als je echt je best doet, je inderdaad meer dan 20 kN op de ankerpunten kan krijgen.
Terug naar de praktijk. De slacklines van Gibbon zijn dik en breed. Volgens hun website zijn ze 50 mm breed en kunnen ze tot 5 ton belast worden. Dat is 50 kN, veel meer dan een klimkarabiner kan hebben.
Aan de andere kant: Voor de slackline bij de Klimmuur Den Haag hebben ze, denk ik, een sling van 26 mm gebruikt, en dergelijke slinges kunnen 20 kN hebben. Ze doen daar niet voorzichtig; ze staan er met meerdere mensen tegelijk op en ze springen erop. De bandsling die ik voor mijn slackline gekocht heb is 16 mm breed en kan 15 kN hebben. En dan leggen we ook nog eens knopen in de slinges. Een knoop vermindert de breeksterkte aanzienlijk.
Conclusie: Als je de slackline heel strak opspant dan kunnen de krachten inderdaad zó groot worden dat het gebruikte klimmateriaal kapot kan gaan. Maar daar moet je wel echt je best voor doen. De krachten lopen dan bovendien heel snel op; ik denk dat zelfs de bovengenoemde Gibbon-slackline het niet veel langer uit zou houden dan mijn eenvoudige smalle bandsling. En ik span mijn slackline zó op dat de karabiners nauwelijk belast worden. Dus ik ben niet bang dat mijn karabiners ook maar enige schade overhouden van het slacklinen.
Labels:
klimmen
Slackline
Slacklinen is de hype van dit moment. In de klimhal hebben ze er eentje hangen. Ik las dat iedereen in Bleau er aan doet. Dat wil ik thuis ook wel! Ik heb in de achtertuin twee kloeke palen op een meter of 4 van elkaar staan, waar we een hangmat tussen kunnen hangen. Die zijn vast ook wel geschikt voor een slackline.
Maar eerst 't materiaal. Vanmiddag heb ik 20 stuks bandsling van één meter gekocht. Althans, zo staat 't op de kassabon; het is eigenlijk één stuk van 20 meter.
't Heet weliswaar slackline, maar je moet 'm wel opspannen. Anders slackt 'ie teveel, en dan sta je gewoon op de grond. Dus wilde ik ook vier karabiners kopen, zodat ik een simpel katrolsysteempje kan maken. Die karabiners kan ik toch wel gebruiken - je kan nooit teveel klimmateriaal hebben. Maar het bleek dat één setje goedkoper is dan de goedkoopste twee losse karabiners! (Een setje bestaat uit twee karabiners met een stukje sling ertussen.) Dus nu ben ik twee Black Diamond Quickwire setjes rijker.
Het vastknopen en opspannen is niet zo moeilijk als je weet hoe het moet. En als je niet weet hoet 't moet dan zijn er genoeg video's op Internet te vinden waarin het haarfijn uitgelegd wordt.
Ok, dus de slackline hangt en is netjes opgespannen. De palen houden het moeiteloos. 't Is misschien een beetje kort, maar je kan niet alles hebben.
Nu komt het moeilijkste deel… op de slackline gaan staan en er niet meteen weer afvallen. Dat wordt oefenen. Maar nu regent het, en ik vind dit proof of concept wel weer even genoeg.
Maar eerst 't materiaal. Vanmiddag heb ik 20 stuks bandsling van één meter gekocht. Althans, zo staat 't op de kassabon; het is eigenlijk één stuk van 20 meter.
't Heet weliswaar slackline, maar je moet 'm wel opspannen. Anders slackt 'ie teveel, en dan sta je gewoon op de grond. Dus wilde ik ook vier karabiners kopen, zodat ik een simpel katrolsysteempje kan maken. Die karabiners kan ik toch wel gebruiken - je kan nooit teveel klimmateriaal hebben. Maar het bleek dat één setje goedkoper is dan de goedkoopste twee losse karabiners! (Een setje bestaat uit twee karabiners met een stukje sling ertussen.) Dus nu ben ik twee Black Diamond Quickwire setjes rijker.
Het vastknopen en opspannen is niet zo moeilijk als je weet hoe het moet. En als je niet weet hoet 't moet dan zijn er genoeg video's op Internet te vinden waarin het haarfijn uitgelegd wordt.
Ok, dus de slackline hangt en is netjes opgespannen. De palen houden het moeiteloos. 't Is misschien een beetje kort, maar je kan niet alles hebben.
Nu komt het moeilijkste deel… op de slackline gaan staan en er niet meteen weer afvallen. Dat wordt oefenen. Maar nu regent het, en ik vind dit proof of concept wel weer even genoeg.
dinsdag 1 juli 2008
Toegang tot Internet - 2
Een historische vertelling in vijf actes.
Eerste acte: Het verleden.
Ik had ooit een Internet-account genomen bij Demon. Dat was vóór de tijd van ADSL. Als je wilde internetten dan belde je in met je modem. Of met je ISDN Terminal Adapter, zoals ik, en dat ging lekker snel. Op een gegeven moment besloot ik om een ADSL-aansluiting de nemen. Ook maar bij Demon. Nog sneller.
Na een aantal jaar werd Demon overgenomen door XS4ALL. Omdat XS4ALL geen abonnement had dat qua snelheid vergelijkbaar was met wat ik had, verzonnen ze speciaal voor mij (en de andere ex-Demon-klanten) een abonnement dat voor ongeveer dezelfde prijs ongeveer dezelfde snelheid bood. Bij de technische overgang was ik even de verbinding kwijt, maar dat was snel genoeg weer opgelost.
Tweede acte: De verleiding.
Een week of wat geleden ging ik eens op de site van XS4ALL kijken. Ik zag dat ze een snelheidsverhoging hadden doorgevoerd voor de ADSL-klanten. Hee, daar had ik niets van gemerkt. Niet dat ik vond dat 't te langzaam ging, maar toch. Ik ging maar eens met de helpdesk bellen, want ik wist niet eens meer wat voor abonnement ik eigenlijk had.
Het bleek dat ik nog steeds dat speciale Demon-abonnement had. Anderhalve megabit per seconde. Terwijl het goedkoopste reguliere ADSL-abonnement bij XS4ALL al 4 Mbit/s was! Die snelheidsverhoging gold alleen voor de reguliere abonnementen. Bah.
Ik ging verder neuzen op de XS4ALL-site. Hee, wat leuk, een aanbieding: als je je contract met 12 maanden verlengt dan krijg je een nieuw ADSL-modem. Het leuke is dat dat ook een telefooncentrale is, die VoIP doet. Dus dan kan je bellen over de Internet-aansluiting (de omgekeerde wereld, voor een oudgediende zoals ik, maargoed). Of, naar keuze, over de vaste aansluiting, want je kan het modem bovendien op de vaste telefoonaansluiting aansluiten (analoog dan wel ISDN).
Het allerleukste is nog wel dat het modem niet alleen analoge telefoons aankan, maar ook een ISDN S0-aansluiting heeft. Dus ik kan mijn ISDN-telefoons en -telefooncentrales erop aansluiten, en dan daarmee over Internet bellen! Dan kan ik daarna mijn ISDN-abonnement bij de KPN opzeggen en het nummer naar XS4ALL porteren. Dat kost me vijf euro per maand; de KPN rekent ruim 5 keer zoveel.
Intermezzo: Andere nieuwe apparatuur.
Ik wilde al een tijdje een externe harde schijf hebben. Die wilde ik, onder meer, als backup-medium voor mijn foto's gebruiken. En dan wilde ik het liefst eentje met een netwerk-aansluiting. Nu Lien in het verre oosten is kan ze me niet tegenhouden, dus ik heb eindelijk een Synology DS107 gekocht. En ik ben er bijzonder tevreden over.
Maar de verbinding tussen de PC en de nieuwe disk was een beetje langzaam. Alle foto's van één jaar kopiëren duurde uuuren. De pc en de disk hebben allebei een gigabit-poort, maar ik had er een oud hubje tussen gezet. Die deed maar 10 megabit per seconde, half duplex. Dus toen moest ik een nieuwe gigabit-switch kopen (1000 megabit per seconde, full duplex - meer dan 100 keer zo snel). Gelukkig kosten die dingen nog maar een paar tientjes, tegenwoordig.
Derde acte: De ellende.
Ik wilde de mooie telefooncentrale annex ADSL-modem wel hebben dus ik besloot om op de actie-aanbieding van XS4ALL in te gaan. Ik kon het online aanvragen. Nee dus, dat lukte niet. De helpdesk-dame vertelde me dat die actie alleen geldt voor reguliere abonnementen. Bah.
Dan maar eerst mijn abonnement omzetten naar een reguliere vorm. Kost me zo'n acht euro per maand extra, maar dan is mijn verbinding ook meteen een stuk sneller. Dat lukte wel online, en het was dezelfde dag nog geregeld. Ik probeerde meteen opnieuw de actie-aanbieding, en ook dat lukte. 't Was alleen wat merkwaardig dat ik nergens in de online status kon zien dat ik dat had aangevraagd.
Toen was het wachten op het modem. Thuis zijn alleen maar poezen, en die doen de deur niet open, dus ik had het naar kantoor laten sturen. Maar na een paar dagen was er nog geen modem. De dame van de helpdesk wist me te vertellen dat 't nog wel een kleine week kon duren, dus ik wachtte geduldig af.
Een kleine week ging voorbij, maar er kwam geen modem. De dame van de helpdesk wist me donderdagavond te vertellen dat 't dinsdag al was bezorgd! Huh? Ze gaf me een trace&track-code van TNT, en inderdaad, daar stond hetzelfde. Maar ik had 'm niet ontvangen!
Vierde acte: De tijdelijke opleving.
Vrijdagochtend, op kantoor. Collega Roene vertelt me dat we een postbus hebben in Gebouw 3. Dat weet hij toevallig, omdat hij vroeger altijd de post ophaalde. Zou het pakje misschien daar bezorgd zijn? En inderdaad, het pakje zit in de postbus. Dat kan helemaal niet, want het past niet door de sleuf, maar ik was allang blij dat het pakje gelokaliseerd was. Zoals bekend zijn oplossingen er om ruimte te maken voor nieuwe problemen: onze baas, die de sleutel van de postbus heeft, is er niet. Gelukkig heeft de huismeester ook een sleutel, en hij geeft zonder moeilijk te doen het pakje en een paar brieven aan ons. Blijkbaar zien we er heel eerlijk uit.
Vrijdagavond heb ik meteen mijn nieuwe modem geïnstalleerd. En hij deed 't niet. Dat kon wel kloppen, want er is iets technisch met een lease op de ADSL-lijn, zodat het tot twee uur kan duren voordat een interface met een nieuw MAC-adres toegang krijgt. Eerst maar klimmen. Uuuuren later kom ik weer thuis. Hij doet 't nog steeds niet! Dat is gek. Ik probeer van alles, maar zonder succes.
Vijfde acte: Het happy end.
Ik sluit het oude ADSL-modem weer aan. Die doet het meteen. Hmm. Het lukt me om het MAC-adres van het oude modem in het nieuwe modem te zetten, maar nog steeds no luck. Als laatste mogelijkheid ga ik maar eens alle instellingen tot in detail vergelijken. En dan blijkt dat het oude modem de VCI op 34 heeft staan, terwijl dat in het nieuwe modem 35 is. Maar dat zou 35 moeten zijn, volgens alle documentatie van XS4ALL! Toch maar proberen - en meteen werkt 't.
(Ik meldde 't per email bij de helpdesk, en ik kreeg een mailtje terug: “Een heel klein aantal ex-Demon aansluitingen…”. Grmbl, ik was weer eens de uitzondering.)
Vervolgens ging ik aan de slag met de telefoonaansluiting. Dat werkt, voor de verandering, in één keer als een zonnetje. Ik ben helemaal gelukkig.
Eerste acte: Het verleden.
Ik had ooit een Internet-account genomen bij Demon. Dat was vóór de tijd van ADSL. Als je wilde internetten dan belde je in met je modem. Of met je ISDN Terminal Adapter, zoals ik, en dat ging lekker snel. Op een gegeven moment besloot ik om een ADSL-aansluiting de nemen. Ook maar bij Demon. Nog sneller.
Na een aantal jaar werd Demon overgenomen door XS4ALL. Omdat XS4ALL geen abonnement had dat qua snelheid vergelijkbaar was met wat ik had, verzonnen ze speciaal voor mij (en de andere ex-Demon-klanten) een abonnement dat voor ongeveer dezelfde prijs ongeveer dezelfde snelheid bood. Bij de technische overgang was ik even de verbinding kwijt, maar dat was snel genoeg weer opgelost.
Tweede acte: De verleiding.
Een week of wat geleden ging ik eens op de site van XS4ALL kijken. Ik zag dat ze een snelheidsverhoging hadden doorgevoerd voor de ADSL-klanten. Hee, daar had ik niets van gemerkt. Niet dat ik vond dat 't te langzaam ging, maar toch. Ik ging maar eens met de helpdesk bellen, want ik wist niet eens meer wat voor abonnement ik eigenlijk had.
Het bleek dat ik nog steeds dat speciale Demon-abonnement had. Anderhalve megabit per seconde. Terwijl het goedkoopste reguliere ADSL-abonnement bij XS4ALL al 4 Mbit/s was! Die snelheidsverhoging gold alleen voor de reguliere abonnementen. Bah.
Ik ging verder neuzen op de XS4ALL-site. Hee, wat leuk, een aanbieding: als je je contract met 12 maanden verlengt dan krijg je een nieuw ADSL-modem. Het leuke is dat dat ook een telefooncentrale is, die VoIP doet. Dus dan kan je bellen over de Internet-aansluiting (de omgekeerde wereld, voor een oudgediende zoals ik, maargoed). Of, naar keuze, over de vaste aansluiting, want je kan het modem bovendien op de vaste telefoonaansluiting aansluiten (analoog dan wel ISDN).
Het allerleukste is nog wel dat het modem niet alleen analoge telefoons aankan, maar ook een ISDN S0-aansluiting heeft. Dus ik kan mijn ISDN-telefoons en -telefooncentrales erop aansluiten, en dan daarmee over Internet bellen! Dan kan ik daarna mijn ISDN-abonnement bij de KPN opzeggen en het nummer naar XS4ALL porteren. Dat kost me vijf euro per maand; de KPN rekent ruim 5 keer zoveel.
Intermezzo: Andere nieuwe apparatuur.
Ik wilde al een tijdje een externe harde schijf hebben. Die wilde ik, onder meer, als backup-medium voor mijn foto's gebruiken. En dan wilde ik het liefst eentje met een netwerk-aansluiting. Nu Lien in het verre oosten is kan ze me niet tegenhouden, dus ik heb eindelijk een Synology DS107 gekocht. En ik ben er bijzonder tevreden over.
Maar de verbinding tussen de PC en de nieuwe disk was een beetje langzaam. Alle foto's van één jaar kopiëren duurde uuuren. De pc en de disk hebben allebei een gigabit-poort, maar ik had er een oud hubje tussen gezet. Die deed maar 10 megabit per seconde, half duplex. Dus toen moest ik een nieuwe gigabit-switch kopen (1000 megabit per seconde, full duplex - meer dan 100 keer zo snel). Gelukkig kosten die dingen nog maar een paar tientjes, tegenwoordig.
Derde acte: De ellende.
Ik wilde de mooie telefooncentrale annex ADSL-modem wel hebben dus ik besloot om op de actie-aanbieding van XS4ALL in te gaan. Ik kon het online aanvragen. Nee dus, dat lukte niet. De helpdesk-dame vertelde me dat die actie alleen geldt voor reguliere abonnementen. Bah.
Dan maar eerst mijn abonnement omzetten naar een reguliere vorm. Kost me zo'n acht euro per maand extra, maar dan is mijn verbinding ook meteen een stuk sneller. Dat lukte wel online, en het was dezelfde dag nog geregeld. Ik probeerde meteen opnieuw de actie-aanbieding, en ook dat lukte. 't Was alleen wat merkwaardig dat ik nergens in de online status kon zien dat ik dat had aangevraagd.
Toen was het wachten op het modem. Thuis zijn alleen maar poezen, en die doen de deur niet open, dus ik had het naar kantoor laten sturen. Maar na een paar dagen was er nog geen modem. De dame van de helpdesk wist me te vertellen dat 't nog wel een kleine week kon duren, dus ik wachtte geduldig af.
Een kleine week ging voorbij, maar er kwam geen modem. De dame van de helpdesk wist me donderdagavond te vertellen dat 't dinsdag al was bezorgd! Huh? Ze gaf me een trace&track-code van TNT, en inderdaad, daar stond hetzelfde. Maar ik had 'm niet ontvangen!
Vierde acte: De tijdelijke opleving.
Vrijdagochtend, op kantoor. Collega Roene vertelt me dat we een postbus hebben in Gebouw 3. Dat weet hij toevallig, omdat hij vroeger altijd de post ophaalde. Zou het pakje misschien daar bezorgd zijn? En inderdaad, het pakje zit in de postbus. Dat kan helemaal niet, want het past niet door de sleuf, maar ik was allang blij dat het pakje gelokaliseerd was. Zoals bekend zijn oplossingen er om ruimte te maken voor nieuwe problemen: onze baas, die de sleutel van de postbus heeft, is er niet. Gelukkig heeft de huismeester ook een sleutel, en hij geeft zonder moeilijk te doen het pakje en een paar brieven aan ons. Blijkbaar zien we er heel eerlijk uit.
Vrijdagavond heb ik meteen mijn nieuwe modem geïnstalleerd. En hij deed 't niet. Dat kon wel kloppen, want er is iets technisch met een lease op de ADSL-lijn, zodat het tot twee uur kan duren voordat een interface met een nieuw MAC-adres toegang krijgt. Eerst maar klimmen. Uuuuren later kom ik weer thuis. Hij doet 't nog steeds niet! Dat is gek. Ik probeer van alles, maar zonder succes.
Vijfde acte: Het happy end.
Ik sluit het oude ADSL-modem weer aan. Die doet het meteen. Hmm. Het lukt me om het MAC-adres van het oude modem in het nieuwe modem te zetten, maar nog steeds no luck. Als laatste mogelijkheid ga ik maar eens alle instellingen tot in detail vergelijken. En dan blijkt dat het oude modem de VCI op 34 heeft staan, terwijl dat in het nieuwe modem 35 is. Maar dat zou 35 moeten zijn, volgens alle documentatie van XS4ALL! Toch maar proberen - en meteen werkt 't.
(Ik meldde 't per email bij de helpdesk, en ik kreeg een mailtje terug: “Een heel klein aantal ex-Demon aansluitingen…”. Grmbl, ik was weer eens de uitzondering.)
Vervolgens ging ik aan de slag met de telefoonaansluiting. Dat werkt, voor de verandering, in één keer als een zonnetje. Ik ben helemaal gelukkig.
Van weekplanningen, en een poes die roet in het eten gooit
Zoals de oplettende lezertjes van dit blog weten zijn Lien en Philip een tijdje naar Laos. Hierdoor heb ik nu alle tijd voor mezelf. Vier weken lang.
De eerste week heb ik vooral doorgebracht met stressen en ont-stressen. De tweede week ben ik elke avond gaan klimmen. Afgelopen week, de derde week alweer, was de week van het ontspannen; ik heb eigenlijk niks gedaan. Thuis een beetje achter de computer hangen.
Ik had zondagavond besloten dat de laatste week de week van het fatsoeneren moest zijn. Huis en tuin moeten gefatsoeneerd worden. Buiten tiert het onkruid alweer welig, en binnen heb ik, ehm, niet elke dag gestofzuigd. Dus ik was van plan om elke avond een uurtje in de tuin te werken, en daarna een uurtje binnen te gaan boenen.
Het begon goed. Maandagavond heb ik in de tuin mijn doel bereikt. Maar toen had ik geen zin meer om te gaan stofzuigen ofzo. Ik dacht: daar heb ik nog genoeg dagen voor.
Vandaag, dinsdag, zag het er allemaal goed uit. Met het mooie weer kon ik mooi de voortuin in orde maken. Maar toen greep Casper in.
Casper is één van mijn poezen. De andere poes is Hobbes; het zijn zusjes. Casper had al een paar dagen last van haar rechteroog. Ze kneep het oog dicht, het traande en zag er vies uit. Ze klaagde er niet over, dus ik dacht dat het wel meeviel. Maar nu vond ik het een beetje te lang gaan duren. Bovendien stak er een grassprietje uit. En dat was gek, want vanochtend stak er nog geen grassprietje uit, en ze was de hele dag binnen geweest! Ze wilde niet dat ik eraan zat. Nah, dan maar naar de dierenarts. Die verdoofde de boel plaatselijk en ging met een paar pincetten aan de gang. Al gauw was het probleem opgelost.
('t Is maar goed dat Lien er niet is. Geld uitgeven aan de dierenarts, belachelijk. Ze vindt het al erg genoeg dat ik eten voor de poezen koop. De poezen doen er niets voor terug; ze doen de afwas niet, ze stofzuigen niet. Lien mag de poezen niet eens opeten van mij. Wat voor nut hebben ze dan?)
Maar zo gaat de tijd wel snel voorbij. Ik was pas na half negen klaar met eten. Nu heb ik eigenlijk geen zin meer om in de tuin te gaan werken, en ik wil al helemaal niet gaan stofzuigen.
De eerste week heb ik vooral doorgebracht met stressen en ont-stressen. De tweede week ben ik elke avond gaan klimmen. Afgelopen week, de derde week alweer, was de week van het ontspannen; ik heb eigenlijk niks gedaan. Thuis een beetje achter de computer hangen.
Ik had zondagavond besloten dat de laatste week de week van het fatsoeneren moest zijn. Huis en tuin moeten gefatsoeneerd worden. Buiten tiert het onkruid alweer welig, en binnen heb ik, ehm, niet elke dag gestofzuigd. Dus ik was van plan om elke avond een uurtje in de tuin te werken, en daarna een uurtje binnen te gaan boenen.
Het begon goed. Maandagavond heb ik in de tuin mijn doel bereikt. Maar toen had ik geen zin meer om te gaan stofzuigen ofzo. Ik dacht: daar heb ik nog genoeg dagen voor.
Vandaag, dinsdag, zag het er allemaal goed uit. Met het mooie weer kon ik mooi de voortuin in orde maken. Maar toen greep Casper in.
Casper is één van mijn poezen. De andere poes is Hobbes; het zijn zusjes. Casper had al een paar dagen last van haar rechteroog. Ze kneep het oog dicht, het traande en zag er vies uit. Ze klaagde er niet over, dus ik dacht dat het wel meeviel. Maar nu vond ik het een beetje te lang gaan duren. Bovendien stak er een grassprietje uit. En dat was gek, want vanochtend stak er nog geen grassprietje uit, en ze was de hele dag binnen geweest! Ze wilde niet dat ik eraan zat. Nah, dan maar naar de dierenarts. Die verdoofde de boel plaatselijk en ging met een paar pincetten aan de gang. Al gauw was het probleem opgelost.
('t Is maar goed dat Lien er niet is. Geld uitgeven aan de dierenarts, belachelijk. Ze vindt het al erg genoeg dat ik eten voor de poezen koop. De poezen doen er niets voor terug; ze doen de afwas niet, ze stofzuigen niet. Lien mag de poezen niet eens opeten van mij. Wat voor nut hebben ze dan?)
Maar zo gaat de tijd wel snel voorbij. Ik was pas na half negen klaar met eten. Nu heb ik eigenlijk geen zin meer om in de tuin te gaan werken, en ik wil al helemaal niet gaan stofzuigen.
Labels:
thuis
Abonneren op:
Posts (Atom)
