Het logische vervolg op voldoende kliminstructie is dat we een cursist tot gevorderde verklaren. Dat betekent dat de instructeurs er vertrouwen in hebben dat 'ie veilig zelfstandig de rotsen in kan. De vaardigheden die hij of zij beheerst zijn onder meer voorklimmen, een standplaats bouwen en abseilen.
Nou was ik laatst een avondje klimmen in Bergschenhoek. Daar kan je leuk buiten klimmen op een wand van ruim 30 meter hoog. We waren met z'n drieen: ik en twee gevorderde klimmers. Laat ik ze AP en WK noemen. AP en WK gaan regelmatig zelfstandig de rotsen in; ze hebben heel wat ervaring opgebouwd ondertussen.
Eerst klom WK voor naar het plateautje halverwege. Ging prima. Ik bond halverwege het touw in en klom na. Daarna bond AP aan het andere uiteinde in en klom ook na. Het logische vervolg is dan dat AP de tweede lengte (tot helemaal bovenaan) voorklimt, en dat gebeurde ook, en 't ging prima. Toen moest AP daarboven stand maken, om eerst mij en daarna WK te zekeren. Maar dat duurde nogal lang. En uiteindelijk riep hij niet (zoals het hoort) “nakomen!” maar iets als “ehm… ik geloof dat het zo wel goed is”. Hmm.
De constructie die hij gemaakt had was wel in orde, gelukkig.
Eenmaal boven moet je weer naar beneden. Abseilen. Het leukste is om dat vanaf de punt te doen, zodat je helemaal vrij hangt. Het kostte me vreemd genoeg enig aandringen voordat ook AP en WK ervan overtuigd waren dat dat geweldig is.
Gelukkig hoefde ik niet zoveel aanwijzingen te geven.
Nadat we AP naar beneden hadden laten gaan, moest WK over de rand. Hij is een stoere bergbeklimmer, dus hij had maar weinig aanmoediging nodig.
Toen we alledrie beneden waren gingen we nog een keer omhoog (jaja, sportklimmen is een nogal zinloze activiteit). 't Gekke is dat WK het touw gauw op een heel andere plek over de rand gooide om te abseilen.
zaterdag 19 juli 2008
zondag 13 juli 2008
Slackline oefenen is lastig
't Valt niet mee, hoor, om in mijn eigen achtertuin op mijn eigen slackline te oefenen. Ik kan wel steeds langer blijven staan, en ik kom steeds verder. Het probleem is dat ik steeds vaker op mijn beurt moet wachten. Philip wil namelijk ook steeds, en de buurjongetjes zijn ook al helemaal enthousiast geworden.
Labels:
klimmen
zaterdag 12 juli 2008
Klimwand vlakbij huis
Een kleine maand geleden schreef ik over de nieuwe inrichting van het kinderspeelpleintje vlakbij huize Rijstveld. Vanmiddag heb ik weer een feature daarvan ontdekt. Ik was bezig om de slackline in de achtertuin op te hangen. Maar toen declameerde Philip dat hij wilde fietsen. En ik moest mee. Dus de slackline moest wachten.
In de eerdere reportage noemde ik de boulderstenen al. Maar er is meer. Zoals een grote schommel, een huisje en een klauterding met onder meer een glijbaan.
Maar is iets merkwaardigs met dat klauterding. Ik vroeg me al een tijdje af wat die schuine plaat aan de linkerkant zou kunnen zijn. Eindelijk weet ik het: het is een klimwand!
Philip had weinig aanmoediging nodig om 'm te beklimmen:
(Dat was overigens de tweede poging. De eerste poging mislukte. En tijdens latere pogingen werd de klimtechniek steeds beter. Ook dat is online te bewonderen.)
En wat doe je als je boven bent? Dan ruim je je karabiners netjes op.
En voor de oplettende lezertjes: zo vader, zo zoon (hoi, Abby).
In de eerdere reportage noemde ik de boulderstenen al. Maar er is meer. Zoals een grote schommel, een huisje en een klauterding met onder meer een glijbaan.
Maar is iets merkwaardigs met dat klauterding. Ik vroeg me al een tijdje af wat die schuine plaat aan de linkerkant zou kunnen zijn. Eindelijk weet ik het: het is een klimwand!
Philip had weinig aanmoediging nodig om 'm te beklimmen:
(Dat was overigens de tweede poging. De eerste poging mislukte. En tijdens latere pogingen werd de klimtechniek steeds beter. Ook dat is online te bewonderen.)
En wat doe je als je boven bent? Dan ruim je je karabiners netjes op.
En voor de oplettende lezertjes: zo vader, zo zoon (hoi, Abby).
maandag 7 juli 2008
Vlucht CI65 is niet geannulleerd
Het gaat niet altijd mis. Lien en Philip zijn zondag zonder problemen teruggekomen uit het verre oosten. 't Enige was dat ik bijna twee uur bij Aankomst 3 op Schiphol moest wachten voordat ze eindelijk naar buiten kwamen. Gelukkig had ik Guards! Guards! (nog onaangebroken) bij me, zodat ik me wel heb vermaakt.
Tot mijn verbazing spreekt Lien nog steeds relatief goed Nederlands. En Philip heeft een heleboel Lao-woordjes geleerd. Die probeert hij nu aan de buurjongetjes te leren.
Tot mijn verbazing spreekt Lien nog steeds relatief goed Nederlands. En Philip heeft een heleboel Lao-woordjes geleerd. Die probeert hij nu aan de buurjongetjes te leren.
zondag 6 juli 2008
Nog meer natuurkunde
Ik heb op de HTS wel eens meegemaakt dat een docent een ingewikkelde formule op het bord schreef (bij het vak elektronica, 't was een transistor-equivalent, als ik 't me goed herinner). Daar moesten wij dan iets mee doen. Maar de formule was zo ingewikkeld dat we daar gewoon niet uitkwamen. Na een kwartiertje ging de man uitleggen hoe je dat kan aanpakken. “Dit deel is zo klein, dat kan je verwaarlozen. Dat ook. En dat ook.” In luttele seconden had hij zoveel weggekrast dat er een simpele formule overbleef, waar wij wel wat mee konden. Moraal van dit verhaal: als je snel resultaten wil dan moet je niet al te precies doen. De vraag die zich dan opdringt is: hoe weet je nou wat je buiten beschouwing kan laten?
Kort geleden betoogde ik dat de belasting op de ankerpunten bij een slackline theoretisch wel vrij groot kan worden, maar dat je daar in de praktijk nogal wat moeite voor moet doen. Ik vertrouw mijn karabiners na een slackline-opspan-avontuur nog wel. Betweter Kritische lezer nanske vroeg waarom ik eigenlijk de kracht die door de spanning van het koord op de ankers ontstaat buiten beschouwing laat. Mijn antwoord was: “omdat ik daar helemaal niet bij heb stilgestaan”. De vraag die ze misschien bedoelde te stellen is: “moet je niet ook de opspankracht in beschouwing nemen?”
(Er zijn niet zo veel vakgebieden waarin de exacte formulering van een uitspraak of vraag van cruciaal belang is. Ik weet er zo gauw eigenlijk maar twee: juridische zaken en computerprogramma's. Bij de computertechniek is de computer relatief onpartijdig en zo vriendelijk om de meeste fouten te benoemen voordat ze een probleem worden. Advocaten hebben het wat dat betreft wat moeilijker. Maar ik dwaal af.)
(1) Laten we beginnen bij een situatie waarin we bijna alles hebben weggestreept. De ankerpunten zitten muurvast en kunnen dus helemaal niet bewegen. De slackline zelf is zonder massa en rekt helemaal niet. Tenslotte zijn we erin geslaagd om de slackline zuiver horizontaal op te spannen. Opspannen is niet het juiste woord, want er staat in deze situatie geen enkele kracht op de ankerpunten.
Wat nu als er iemand op gaat (en blijft) staan? Omdat de slackline niet kan uitrekken, en de ankerpunten niet kunnen bewegen, blijft de slackline zuiver horizontaal. De belasting door de persoon is vertikaal, maar de slackline kan de ankerpunten alleen maar horizontaal belasten. De ankerpunten kunnen dus niet een tegengestelde steunkracht geven. Deze situatie kunnen we niet natuurkundig berekenen. We hebben teveel weggestreept.
(2) We nemen nu dezelfde situatie, maar de slackline is iets te lang. Als je er nu op gaat staan, dan heb je precies de situatie die ik in mijn vorige betoog beschreef (laten we die (0) noemen). Maar er is niks opgespannen, dus 't zegt niks over de opspankracht, en dus al helemaal niks over de opmerking van nanske.
(3) Dan passen we 't systeem op een andere manier aan. De slackline is nog steeds zonder massa en rek, en precies lang genoeg om horizontaal tussen de ankerpunten te passen. Maar nu kunnen de ankerpunten bewegen. Laten we zeggen dat de ankerpunten met een veer aan de ankerpunten van situatie (1) vast zitten. De nieuwe ankerpunten en de veren zijn ook massaloos, maar de veren rekken uit. Lineair met de kracht: als je er twee keer zo hard aan trekt dan rekken ze twee keer zo ver uit. Laten we ook zeggen dat de veren vrij kunnen roteren om het originele ankerpunt, zodat ze keurig in de richting van de kracht kunnen gaan liggen. Als er niemand op de slackline staat dan hangt 'ie zuiver horizontaal. Zodra er iemand op gaat staan dan worden de veren een beetje uitgerekt en dan heb je gek genoeg weer precies situatie (0).
Maar omdat de slackline precies lang genoeg is, zijn de ankerpunten onbelast als er niemand op de slackline staat. En de veren zijn dan helemaal niet uitgerekt (heet dat ingerekt?). Da's dus ook niet de situatie waar nanske op doelde.
(4) Stel dat de veren van (3) een beetje slap zijn. Dan rekken ze een heel eind uit, zelfs als je Philip op de slackline zet. Om dat nou tegen te gaan kan je de slackline opspannen. In ons model betekent dat dat de slackline iets te kort is. Daardoor zijn de veren al een beetje uitgerekt, ook al staat er niemand op de slackline. Als er dan iemand op gaat staan, dan rekken de veren nog wat verder uit, en trekken dus harder aan de slackline - waardoor de slackline minder ver inzakt. De hoek is groter dan bij (3), maar de beschrijving bij (0) houdt nog steeds stand.
(5) We gaan nog één stapje realistischer, uitgaande van situatie (4). We laten de slackline nog steeds massaloos (die massa is nl. verwaarloosbaar vergeleken met de massa van de persoon die erop gaat staan). Maar de slackline rekt nu wel uit. Dit soort rek is verrassend genoeg redelijk proportioneel met de uitgeoefende kracht (Robert Hooke, 17e eeuw). Als onze proefpersoon op de slackline gaat staan, dan krijgen we twee rechte stukken slackline: van het ene anker naar de proefpersoon, en van de proefpersoon naar het andere anker. Ze zijn allebei iets uitgerekt. De werklijn van de kracht die daarmee samenhangt (de veerkracht) ligt in de lengterichting van dat stuk slackline. En omdat een kracht langs zijn werklijn mag worden verplaatst, kunnen we rekenkundig, in de evenwichtssituatie, de rek van de slackline verplaatsen naar (extra) rek in de veren van de ankerpunten die we in situatie (3) introduceerden.
Ik denk dat het antwoord op de vraag “moet je niet ook de opspankracht in beschouwing nemen?” nu wel duidelijk is. Het antwoord luidt: “We houden impliciet al rekening met de opspankracht. Die bepaalt namelijk (mede) de hoek die in de slackline ontstaat als je erop gaat staan. De geometrie van de evenwichtssituatie bepaalt de vermenigvuldigingsfactor.”
Kort geleden betoogde ik dat de belasting op de ankerpunten bij een slackline theoretisch wel vrij groot kan worden, maar dat je daar in de praktijk nogal wat moeite voor moet doen. Ik vertrouw mijn karabiners na een slackline-opspan-avontuur nog wel. Betweter Kritische lezer nanske vroeg waarom ik eigenlijk de kracht die door de spanning van het koord op de ankers ontstaat buiten beschouwing laat. Mijn antwoord was: “omdat ik daar helemaal niet bij heb stilgestaan”. De vraag die ze misschien bedoelde te stellen is: “moet je niet ook de opspankracht in beschouwing nemen?”
(Er zijn niet zo veel vakgebieden waarin de exacte formulering van een uitspraak of vraag van cruciaal belang is. Ik weet er zo gauw eigenlijk maar twee: juridische zaken en computerprogramma's. Bij de computertechniek is de computer relatief onpartijdig en zo vriendelijk om de meeste fouten te benoemen voordat ze een probleem worden. Advocaten hebben het wat dat betreft wat moeilijker. Maar ik dwaal af.)
(1) Laten we beginnen bij een situatie waarin we bijna alles hebben weggestreept. De ankerpunten zitten muurvast en kunnen dus helemaal niet bewegen. De slackline zelf is zonder massa en rekt helemaal niet. Tenslotte zijn we erin geslaagd om de slackline zuiver horizontaal op te spannen. Opspannen is niet het juiste woord, want er staat in deze situatie geen enkele kracht op de ankerpunten.
Wat nu als er iemand op gaat (en blijft) staan? Omdat de slackline niet kan uitrekken, en de ankerpunten niet kunnen bewegen, blijft de slackline zuiver horizontaal. De belasting door de persoon is vertikaal, maar de slackline kan de ankerpunten alleen maar horizontaal belasten. De ankerpunten kunnen dus niet een tegengestelde steunkracht geven. Deze situatie kunnen we niet natuurkundig berekenen. We hebben teveel weggestreept.
(2) We nemen nu dezelfde situatie, maar de slackline is iets te lang. Als je er nu op gaat staan, dan heb je precies de situatie die ik in mijn vorige betoog beschreef (laten we die (0) noemen). Maar er is niks opgespannen, dus 't zegt niks over de opspankracht, en dus al helemaal niks over de opmerking van nanske.
(3) Dan passen we 't systeem op een andere manier aan. De slackline is nog steeds zonder massa en rek, en precies lang genoeg om horizontaal tussen de ankerpunten te passen. Maar nu kunnen de ankerpunten bewegen. Laten we zeggen dat de ankerpunten met een veer aan de ankerpunten van situatie (1) vast zitten. De nieuwe ankerpunten en de veren zijn ook massaloos, maar de veren rekken uit. Lineair met de kracht: als je er twee keer zo hard aan trekt dan rekken ze twee keer zo ver uit. Laten we ook zeggen dat de veren vrij kunnen roteren om het originele ankerpunt, zodat ze keurig in de richting van de kracht kunnen gaan liggen. Als er niemand op de slackline staat dan hangt 'ie zuiver horizontaal. Zodra er iemand op gaat staan dan worden de veren een beetje uitgerekt en dan heb je gek genoeg weer precies situatie (0).
Maar omdat de slackline precies lang genoeg is, zijn de ankerpunten onbelast als er niemand op de slackline staat. En de veren zijn dan helemaal niet uitgerekt (heet dat ingerekt?). Da's dus ook niet de situatie waar nanske op doelde.
(4) Stel dat de veren van (3) een beetje slap zijn. Dan rekken ze een heel eind uit, zelfs als je Philip op de slackline zet. Om dat nou tegen te gaan kan je de slackline opspannen. In ons model betekent dat dat de slackline iets te kort is. Daardoor zijn de veren al een beetje uitgerekt, ook al staat er niemand op de slackline. Als er dan iemand op gaat staan, dan rekken de veren nog wat verder uit, en trekken dus harder aan de slackline - waardoor de slackline minder ver inzakt. De hoek is groter dan bij (3), maar de beschrijving bij (0) houdt nog steeds stand.
(5) We gaan nog één stapje realistischer, uitgaande van situatie (4). We laten de slackline nog steeds massaloos (die massa is nl. verwaarloosbaar vergeleken met de massa van de persoon die erop gaat staan). Maar de slackline rekt nu wel uit. Dit soort rek is verrassend genoeg redelijk proportioneel met de uitgeoefende kracht (Robert Hooke, 17e eeuw). Als onze proefpersoon op de slackline gaat staan, dan krijgen we twee rechte stukken slackline: van het ene anker naar de proefpersoon, en van de proefpersoon naar het andere anker. Ze zijn allebei iets uitgerekt. De werklijn van de kracht die daarmee samenhangt (de veerkracht) ligt in de lengterichting van dat stuk slackline. En omdat een kracht langs zijn werklijn mag worden verplaatst, kunnen we rekenkundig, in de evenwichtssituatie, de rek van de slackline verplaatsen naar (extra) rek in de veren van de ankerpunten die we in situatie (3) introduceerden.
Ik denk dat het antwoord op de vraag “moet je niet ook de opspankracht in beschouwing nemen?” nu wel duidelijk is. Het antwoord luidt: “We houden impliciet al rekening met de opspankracht. Die bepaalt namelijk (mede) de hoek die in de slackline ontstaat als je erop gaat staan. De geometrie van de evenwichtssituatie bepaalt de vermenigvuldigingsfactor.”
Labels:
klimmen
Abonneren op:
Posts (Atom)