zondag 29 oktober 2023

Huiskamer opmeten

Als je een kamer wil gaan behangen of verven dan is het handig als je weet hoe groot die kamer is. Dus heb ik maar eens een meetlint uit de kast gepakt en ben ik gaan meten.

Ik heb om grotendeels onduidelijke redenen ondertussen een verzameling van tenminste vier meetlinten opgebouwd. Eén daarvan is een goedkope die ik jaren geleden in Laos heb gekocht. Lien had toen een lapje grond van enkele honderden vierkante meters, en ik wilde iets nauwkeuriger opmeten hoe groot dat was. (Vreemd genoeg bleek dat de linkerzijde van het lapje grond ruim twee keer zo lang was als de rechterzijde. Ik berekende dat het vrij nauwkeurig een factor 2,5 scheelde, en toen pas zag ik dat het meetlint zowel centimeters als inches aangaf.)

Dat meetlint uit Laos was het eerste meetlint dat ik tegen kwam, zodat ik dat gebruikte om de kamer op te meten. Helaas weigerde het meetlint al gauw om zich weer netjes op te rollen, en er kwamen stukjes plastic uit?! Daar was ik het niet mee eens, zodat ik een schroevendraaier pakte en het ding openmaakte. Het bleek dat er een veer in zit, en dat die allerlei vormen wil aannemen behalve netjes opgerold. Gelukkig had ik geen haast en na een tijdje zat 'ie weer in elkaar, en deed 'ie het ook nog een beetje. Maar niet goed genoeg, dus ik pakte toch maar een ander meetlint om verder te gaan.

Ontploft meetlint

Het moeilijkste van het opmeten was dat de katten ervan overtuigd waren dat het uiteinde van het meetlint bedoeld was om mee te spelen. En dan kan je eindeloos vaak zeggen “Nee poes, leg dat eens netjes terug alsjeblieft!” maar dan doen ze alsof ze je niet begrijpen. Desondanks was het me uiteindelijk gelukt om alles op te meten. Ik heb zelfs de maten opgeschreven, en daarna heb ik er zelfs met de computer een tekening van gemaakt. Verder valt hier niet zoveel over te melden.

De huiskamer

zaterdag 28 oktober 2023

Ik heb besloten om te gaan behangen

Niet zo lang geleden, om precies te zijn afgelopen donderdagmiddag, is enigszins spontaan besloten om de huiskamer opnieuw te behangen. 't Moet dit jaar nog klaar zijn. Dat leek me, gezien wat er zoal bij komt kijken, een goed haalbare termijn.

Het werd wel eens tijd, want het huidige behang zit er al ruim 25 jaar op. Toen we het huis kochten hadden we zo ongeveer het goedkoopste behang gekozen, met het plan om na een jaar ofzo nieuw behang te gaan plakken. Ik had dan ook niet mijn allerbeste best gedaan om het behang er perfect op te krijgen.

Frans kan niet behangen

Maar dat jaar ging voorbij en we vonden iets nieuws nog niet zo hard nodig. Toen viel de relatie uit elkaar en bleef ik alleen in 't huis wonen, en ik vond het nog steeds niet nodig om opnieuw te behangen. In de jaren daarna klaagde de nieuwe partner noch het daaropvolgende kind over het behang, althans niet hard genoeg. En opeens is er twee en een half decennium voorbij. Sinds we nieuwe gordijnen hebben, die op een andere plek hangen dan de oude, is 't nogal duidelijk dat het goedkope behang niet bepaald kleurvast is in de zon. Het is echt wel eens tijd voor iets nieuws.

Overigens is de mening van de vele katten die hier gewoond hebben niet altijd even duidelijk geweest. Zo hadden wijlen Abu en Iago een favoriete plek om tegen het behang te plassen, maar ik betwijfel of ze daarmee wilden laten weten dat ze 't behang niet meer zo mooi vonden. De huidige lichting, Simok en Sithong, vinden het amusant om stukjes behang af te scheuren – maar dan gaan ze met het afgescheurde stukje spelen, dus misschien is 't ze alleen maar daarom te doen.

Werk van de poezen

Dus — nieuw behang. Eén van de eerste stappen is bepalen wat voor soort behang en welke kleur. Zo kwam het dat ik zaterdag bij de Gamma was, op zoek naar een stalenkaart. Die bleek er niet te zijn. Gelukkig lag er wel bij elke rol behang een stapeltje rechthoekjes op fotoformaat. Prima geschikt om het thuisfront mee te overtuigen. Jammer genoeg kon ik niet meteen iets moois vinden. Een complicerende factor is dat de vrouw en het kind enigszins tegenstrijdige voorkeuren hebben uitgesproken. De vrouw wil iets lichtgroens, het kind ziet wat meer in houtachtige tinten.

Iets anders om rekening mee te houden is dat de vrouw heeft laten weten dat ze het eigenlijk beter vond als ik zou gaan schilderen in plaats van behangen. Dus ik was bij de Gamma ook maar even langs de verf-afdeling gewandeld. Daar kwam ik toevallig John tegen. John is de baas van de Gamma; ik ken hem van mijn kortstondige carriere als winkelmedewerker, toen hij daar al bedrijfsleider was. Als een goede verkoper kwam hij met de suggestie dat ik ook wit behang kon plakken en dat dan kon verven. Maar dat is dubbel werk dus dat heb ik vooralsnog vriendelijk afgewimpeld.

Maar ook van de verf kon ik geen stalenkaart vinden; en ook bij de verf lagen wel eindeloos veel gekleurde losse kaartjes om mee te nemen. (De verfsoorten hebben namen als peer, pampus en wildernis; kennelijk is het niet alleen voor programmeurs moeilijk om zinnige namen te vinden.) Ik heb een paar lichtgroenachtige kaartjes mee naar huis genomen.

Een paar kleurtjes (de foto doet niet echt recht aan de kleur van het behang)

We gaan het even laten bezinken, en komende week eens met z'n drieën naar de Gamma. Of een andere winkel.

zaterdag 14 juli 2012

Wat denk je zelf?

Een half jaar geleden hadden we het traditionele Kot Eenboo kerstdiner. Eén van de dames vertelde over de moeilijke vragen die de kinderen kunnen stellen. Zoals: bestaat Sinterklaas echt? Ze had het advies gekregen (van een juf, als ik het me goed herinner) om dat te beantwoorden met "wat denk je zelf?". (Vanaf dat moment werden die avond heel veel vragen beantwoord met "wat denk je zelf?" - maar dat terzijde.)

Ik vond 't wel een goed advies, en ik pas het nog steeds regelmatig toe. Het werkt prima. Soms weet hij het echt niet, maar meestal denkt hij even na en komt hij er zelf uit.

Maar misschien pas ik het wel te vaak toe. Ik net zat de foto's van het schoolkamp van Philip te bekijken, en ik herkende iemand niet. Dus vroeg ik aan Philip hoe die persoon heet. Wat zei hij? "Wat denk je zelf?" Grr.

vrijdag 6 juli 2012

Uninterruptible Power Supply

Op kantoor hebben we een UPS voor de servers. UPS betekent Uninterruptible Power Supply. Die zorgt ervoor dat de servers niet zomaar zonder stroom zitten, als bijvoorbeeld de netstroom uitvalt.

(UPSsen zijn er in allerlei maten. Kleine UPSjes hebben een bescheiden accu, met net genoeg energie om te zorgen dat de computers zich netjes kunnen afsluiten. Met grotere UPSsen kan je langer doorwerken. Echt serieuze UPSsen hebben bijvoorbeeld een dieselgenerator, zodat je stroom hebt totdat de diesel op is. Reuze handig allemaal.)

Nou was het UPSje op kantoor al een tijdje aan het piepen. Het bleek dat z'n accu ondertussen kapot is, of in ieder geval niet meer goed genoeg is. Die accu kan je vervangen zonder dat de stroom eraf hoeft, dus dan hoeven de servers ook niet uit. Slim, hoor.

Maar helaas, in ons geval bleek dat de hele UPS vervangen moest worden ('t is een oud beestje, kennelijk). En tja, toen moest dus toch de stroom er helemaal af. En dus gingen de servers uit. In het Engels hebben ze daar een mooi gezegde voor: defeats the purpose

zaterdag 23 juni 2012

Testje met git

Ik heb dus afgelopen week thuis git getest met een klein Android-app-projectje. En git was snel. Heel snel. Eng snel, zo van: zou 'ie het wel gedaan hebben? Maar alles ging prima.

Ook maar eens op kantoor geprobeerd, met een wat groter project. Euhm, een veel groter project. Alle bestanden initiëel toevoegen kostte al een heleboel tijd. Ik weet niet hoe lang het duurde; het duurde me te lang en toen ben ik maar thee gaan halen en met collega's gaan babbelen. Maar dat vergeef ik git wel, want het is heus een groot project.

Wat me daarna opviel: svn is sneller dan git! In ieder geval zolang svn niet naar de repository hoeft. Want die staat, in dit geval, ergens ver weg op het internet. Terwijl ze zeggen dat git zoveel sneller is dan svn. Maar bij die vergelijking deden ze alleen maar dingen waarvoor svn naar de repository moet. Terwijl er ook genoeg dingen zijn waarvoor svn helemaal niet naar de repository hoeft. Zoals een lokale diff. En daarin is, in mijn testje, svn beduidend sneller. Maar 't gaat me niet alleen maar om de snelheid. Ik ben heel benieuwd naar hoe ik de bruikbaarheid van git ervaar. Daarover wellicht later.

woensdag 20 juni 2012

Miljonair worden, deel twee

Ruim twee jaar geleden berichtte ik over het plan van Roene en mij om miljonair te worden. Ons plan was om een spelletje te maken voor de iPhone. Ik had zelfs al een minimac gekocht. Helaas heb ik er nog niet zoveel tijd aan kunnen besteden, zodat we nog steeds geen miljonair zijn.

Waar ik wel tijd aan heb besteed is een interne verhuizing. Philip wilde graag mijn studeerkamer hebben. Die is twee keer zo groot als zijn kamertje. Bovendien had hij het wel gehad met z'n Winnie the Pooh-behang. Dus ik heb de studeerkamer ontruimd (dat was misschien nog wel de grootste klus) en van nieuw behang en tapijt voorzien. Philip is helemaal gelukkig.

Wie niet zo gelukkig was met de verhuizing was mijn pc. Hij heeft het nog een tijdje volgehouden in de nieuwe kamer, maar opeens was het voorbij. Als ik 'm aanzet dan start 'ie wel op, maar na een minuutje ofzo loopt 'ie vast. Misschien kan ik 'm nog wel repareren, maar daar heb ik nu even geen zin in.

En gelukkig hoeft 't ook niet meteen, want ik heb de minimac nog! Die heeft twee jaar lang niks staan doen, maar bewijst nu goede diensten. Want wat blijkt: 't ding is goed bruikbaar om Android-applicaties te maken! En Chrome doet het er ook prima op.

Dus ik ben nu aan het wennen aan Eclipse, en ik ben me weer aan het inlezen in het ontwikkelen van apps voor Android. 't Is wel een beetje lastig allemaal. Ik ben op zich niet echt een fan van IDE's; ze zijn soms wel handig, maar ik geef toch de voorkeur aan Emacs en command line tools. En ik moet zeggen dat het Apple-toetsenbord dat ik bij de minimac gekocht had niet echt heel fijn werkt. 't Is zo'n dun toetsenbord met van die platte toetsen, waardoor ik vaak half naast de toets druk.

En programmeren voor Android is ook weer even wennen. Het is op zich niet moeilijk ofzo, maar ik moet me het hele programmeermodel eigen maken. Activities en Services en hun life cycles. Intents, wanneer en hoe moet je die gebruiken. En moet je ook nog letten op de API levels. Als ik mijn app maak voor de meest recente API (dat is nu 15), dan werkt die app dus niet op een oudere Android-versie.

Maar ik vind het leuk om weer wat nieuws te leren. Dus ik ben lekker aan het experimenteren. En dan komt het moment dat ik een werkende app had, maar 'm stuk gemaakt heb. En omdat ik nog geen version control system gebruik kan ik niet makkelijk de foutjes herstellen. Dus nu is het tijd voor het volgende deelproject: git. Ik heb 't al geïnstalleerd op de minimac, en ik ben me aan het inlezen. Tot nu toe bevalt 't me wel.

zaterdag 14 april 2012

Onbegrijpelijke telefoontarieven

Vrouwlief is weer eens in Laos. Ik bel haar af en toe. Maar dat kan ik beter niet gewoon vanaf mijn mobieltje doen; dat kost belachelijk veel. Er is vergeleken met drie en een half jaar geleden weinig veranderd.
provider starttarief per minuut
T-Mobile 6 cent 1,25 euro
KPN BelBasis 8,97 cent 1,5205 euro
XS4ALL 10 cent 0,16 euro
Belbazaar 4,5 cent 0,04 euro

donderdag 10 november 2011

Philip kan schrijven

Philip heeft ter ere van mijn verjaardag een tekening gemaakt van Link (althans, een mannetje met een zwaard - en hij heeft het veel over Zelda tegenwoordig). Op de voorkant staat deze tekst:
vOr FrAnS KAADOO
En onder de tekening staan een heleboel moeilijke woorden. Die hebben verder niets met de tekening te maken, maar blijkbaar zijn ze wel reuze interessant. Een aantal woorden heeft hij precies goed geschreven. Bij de andere woorden is de spelling ietwat fonetisch, en dat is soms best wel grappig (hoewel ik sommige woorden twee keer moest lezen voordat ik 't snapte). Een paar voorbeelden:
eelektriisun bet
poes hobs
iiriider
niiwe vilum
erbek
klimmtaaoe
(Toelichting: het hoofdeind van ons bed kan elektrisch omhoog; eigenlijk heet de poes Hobbes; ik heb een e-reader; we hadden net bij AH een dvd gekocht; ik had Philip kort geleden uitgelegd hoe een airbag werkt; en met klimmen gebruiken we touwen.)

zondag 23 oktober 2011

Klimmen in de Ardeche

Zondag

Ik was dus op zondagochtend aangekomen bij de gite. Na de hele nacht in de auto was ik niet bepaald fit. De andere deelnemers waren de avond tevoren gearriveerd, en waren na een nacht in een echt bed wel goed uitgerust. Dus zij gingen lekker klimmen, terwijl ik ging herstellen.

Ze waren naar een graniet-gebiedje gegaan. 't Was gemakkelijk gewaardeerd, ik hoorde ze enthousiast praten over de zesjes die ze gehaald hadden. (Dat is klimtaal. Een klimroute heeft een waardering, waarmee aangegeven wordt hoe moeilijk die is. Een route met moeilijkheidsnivo zes is meestal best wel pittig. Als zo'n route toch niet zo moeilijk blijkt te zijn, dan zeggen we dat 'ie gemakkelijk gewaardeerd is.)

Verschillende gesteentes hebben verschillende eigenschappen. Zo is graniet meestal heel ruw en compact. Ruw is fijn, want dan glij je niet zo gauw weg. Compact is juist lastig, want dan heb je minder grepen waar je vast kan houden of op kan staan. Kalksteen kan ook ruw zijn, maar het wordt glad als er veel op geklommen wordt. Het heeft wel vaak allerlei uitsteeksels en gaten. Zandsteen is meestal zacht en brokkelt af, en is daardoor vaak door dit soort erosie heel erg afgerond; dat geeft minder grip. Dat soort dingen maken heel veel verschil voor klimmers.

Maandag

Maandag ging ik voor 't eerst mee klimmen. We gingen naar een gebiedje met kalksteen. Althans, de anderen gingen daarnaartoe. Ik moest eerst met vrouw en kind boodschappen doen. Dat bleek niet zo'n heel groot nadeel te zijn, want de anderen hadden een hele tijd moeten zoeken waar het gebiedje nou ergens was. Terwijl ik hen vrij gauw vond, toen ik het busje geparkeerd zag staan. Ze waren nog maar net begonnen toen ik kwam.

Het was een leuk gebiedje. Niet zo heel hoog, en 's middags lekker in de zon. De routes waren redelijk goed gewaardeerd. Ik heb al een hele tijd niet geklommen, en ik kwam zonder al te veel moeite door een 5c heen. Dat klopt dan wel.

Dinsdag

De volgende dag gingen we weer naar graniet. Daar heb ik niet zoveel ervaring mee, en dat is dan meteen een stuk lastiger. Ik begon met een 4b, en daar had ik het eigenlijk best wel moeilijk mee. Bovendien hield de route opeens op! Althans, er waren geen haken meer. Als ik door wilde klimmen dan moest ik uitwijken naar een route ernaast. De route links was een volle graad moeilijker, en daar had ik nog geen zin in. En in de route rechts waren Aad en Eric bezig. Nah, ik liet me maar zakken. De topo (het boekje waarin de routes staan beschreven) klopte niet echt goed met de realiteit.

Later op dag ging het gelukkig beter met mijn klimnivo. Het lukte me om een 5c voor te klimmen, zij het met wat geweld en gevloek. Naast die 5c zat een 5b, en daar hing toevallig al een touw, zodat ik besloot om de 5b te topropen. Nou hoort een 5b makkelijker te zijn dan een 5c. In die 5b zat echter al vrij gauw aan het begin een sleutelpassage die me niet in één keer lukte, zelfs niet in twee keer. Het kostte me meerdere pogingen om er netjes doorheen te komen. Remy heeft 't met een handjam opgelost, maar ik hou niet van jammen - ik ben altijd bang dat ik dan val en een vinger achterlaat, ofzo.

(Alweer klimtaal. Bij toprope hangt er al een touw helemaal naar boven. Bij voorklimmen neem je het touw zelf mee naar boven, en hang je 't om de paar meter aan een haak. Met voorklimmen kan je dus een stuk verder vallen dan met topropen. En als er voor pakweg de derde haak een sleutelpassage (een moeilijk stukje) zit, dan loop je soms het risico op een grounder - dat wil zeggen, dat je op de grond valt. Jammen houdt in dat je bijvoorbeeld een hand in een spleet steekt, en dan je arm verdraait, waardoor je hand zó klem komt te zitten dat je eraan kan hangen. Jammen doet pijn.)

Woensdag

We hadden de weersvoorspelling gezien, en die zei dat het woensdag zou gaan regenen. En dat gebeurde ook. En als het regent dan kan je niet zo fijn klimmen. Het probleem is misschien niet eens dat je zelf nat wordt; het is veel vervelender dat de rots nat wordt. Die wordt dan heel glad. Bovendien wordt het touw ook nat, en dat zekert niet zo fijn. Dus wat gaan klimmers dan doen? Naar een klimwinkel. Of iets wat daarvoor doorgaat. We gingen naar de Decathlon in Montélimar. Er werd echter niet zoveel gekocht. Lukien zei al een paar dagen dat ze een opvouwbaar krukje wilde kopen, maar toen het puntje bij het paaltje kwam had ze toch geen belangstelling (te zwaar, zei ze). Ik zag een leuk stijgklemmetje: de Wild Country Ropeman. Helaas hadden ze alleen de Mk1, en die is alleen voor touw van minstens 10 mm. Uiteindelijk heb ik alleen een ballenpomp gekocht, en een stapel kleren voor vrouwlief.

Na de Decathlon zijn we door het centrum van Montélimar gaan wandelen. 't Is een leuk stadje, maar ongetwijfeld veel leuker als het niet regent. We hebben wat gedronken, we hebben een paar winkeltjes bekeken, en toen zijn we maar weer naar huis gegaan. Via de Super U ergens langs de weg naar Privas. Dat is zo'n typisch Franse megasupermarkt, waar je niet alleen eten kan kopen, maar ook kleren, magnetrons, speelgoed, et cetera. Vrouwlief vind het reuze jammer dat ze niet zulke winkels in Nederland hebben.

Donderdag

Donderdag was voor mij de laatste klimdag. We gingen naar een gebiedje met grès. We hadden eigenlijk geen idee wat voor gesteente dat was (zelfs onze oudgediende Aad niet); het enige wat ik zo gauw op Internet vond was dat het een soort sedimentair gesteente is. Later zag ik dat het vertaald wordt als zandsteen. Maar het was niet het zachte zandsteen dat we van bijvoorbeeld Berdorf kennen; het was hard, ruw en scherp, en met veel kristallen en kiezels erin. Er zaten allerlei kleine en grote richeltjes op, en er zaten en gekke gaten in, van éénvingergaten tot megabakken.

Dit was maar een klein gebiedje, net zoals de andere gebiedjes eigenlijk. Er waren maar enkele tientallen routes. En dat waren ook nog vooral makkelijke routes: viertjes en vijfjes. Er was maar een handjevol zesjes (waarvan maar één 6b en één 6a+, als ik het goed gezien heb). De rest was allemaal makkelijker. De routes waren ook niet erg lang, 't was bijna boulderen. Er zaten wel wat uitdagende problemen bij, en ik heb me er prima vermaakt. Jammer alleen dat het op het noorden ligt, zodat het best wel koud was. Lukien klom met een regenbroek en twee lagen dons. Nou was dat dons misschien wat overdreven, maar toen ik een tijdje in de wind stond te zekeren kreeg ik het ook koud, terwijl ik drie shirts, een fleecetrui en een softshell aan had.

't Was voor mij de kortste Rocksport ooit. Donderdagavond vertrok ik alweer naar huis met vrouw en kind. Vrijdag overdag lag ik uit te slapen, terwijl de andere klimmers lekker in de zon op een groot kalkmassief aan het klimmen waren (als de weersverwachting uitgekomen is en de plannen doorgegaan zijn).

zaterdag 22 oktober 2011

Klimmen in de Ardeche - de inleiding

Ik ga alweer heel wat jaartjes elk voorjaar en elk najaar een weekje klimmen in het zuiden van Frankrijk of daaromtrent, met mijn klimvriendjes uit Den Haag. We noemen dat de Rocksport. Maar het is me alweer twee jaar niet gelukt om daar iets over te schrijven op dit blog. Ik heb 't wel geprobeerd, maar er kwam niks leuks uit mijn toetsenbord. Laat ik nu weer eens een poging wagen.

Het reisdoel was dit najaar de Ardeche, waar iedereen voorbij rijdt over de Autoroute du Soleil. Jan, de organisator, had een goed uitgeruste gite gehuurd, vlakbij Privas. En in zijn wervende verhaaltje op de website van de NKBV-regio had hij nog enthousiast geschreven dat het er zo´n twintig graden is overdag, en dat de klimgebiedjes aan riviertjes liggen. De zwemkleding moest dus mee.

Maar ik moet bij het begin beginnen. Afgelopen voorjaar waren we naar de Ecrins, en dat was een geslaagde Rocksport. Fijne rotsen, goed weer, gezellige reisgenoten enzo. Maar ik had, zoals meestal, vrouw en kind thuis gelaten. En die vonden dat toch niet zo leuk. Dus dit najaar besloot ik om ze weer eens mee te nemen. Ik had ze één keer eerder meegenomen. Toen had een andere klimmer ook zijn aanhang (vrouw en baby) meegenomen. Dat was leuk voor mijn aanhang; zo bleven ze niet helemaal alleen achter op de camping.

Dit najaar was er verder geen aanhang. Ik hoopte daarom dat het huisje waar we gingen logeren zo´n beetje op loopafstand van een stadscentrumpje ofzo zou zijn. Want ik kan ze niet zo goed meenemen naar de rotsen, en ze de hele week in een afgelegen hutje laten zitten is ook niet leuk.

Tot zover de inleiding van deze inleiding.

Er waren weinig deelnemers. Er zouden meer mensen mee gaan, maar de één kon op het laatst geen vrij krijgen, de ander had een ziek familielid, en nog zo wat. Er bleven maar zeven klimmers over.

Ik reed in mijn eigen auto, met vrouw en kind, en de anderen gingen in een busje. Het busje was zaterdagochtend vertrokken, zodat ze zaterdagavond bij de gite waren aangekomen. Ik vertrok zaterdagavond en reed de hele nacht door op een kopje koffie en een blikje red bull. Zondagochtend kwamen we helemaal gaar in Privas aan. Waar bleek dat de gite niet op het adres was dat ik op de website van de gite gevonden had.

Na betere bestudering van de website vond ik gelukkig al gauw een ander adres. Althans, een groene stip op een kaartje. De in mijn auto ingebouwde navigatiemachine kende geen straten aldaar, maar het navigatieprogramma van Google Maps wel. Ik stelde de bestemming in, en Google Navigate ging mij enthousiast begeleiden. Het bleek al gauw dat de gite ietwat afgelegen lag. Ik moest al na een paar kilometer van de brede asfaltweg af. De weggetjes werden steeds kleiner, steiler en hobbeliger, tot het niet veel meer was dan een bergpaadje dat maar net breed genoeg was. De breedte (c.q. het gebrek daaraan) was niet het grootste probleem. Ook de steilte lukte nog wel. Maar de keien werden toch echt wel een probleem. Ik vreesde elk moment dat de auto vast zou lopen. Een Prius is echt niet een terreinwagen. Vrouwlief werd ook steeds zorgelijker - en dan druk ik me heel voorzichtig uit.

Uiteindelijk besloot ik maar om Jan te bellen. Ja, ik moest een klein weggetje hebben, met twee strookjes asfalt, voor elk wiel één, en wat gras ertussen. Nou, ik zag geen gras, en al helemaal geen asfalt, dus toen wist ik vrij zeker dat ik verkeerd zat. Het lukte om nog een klein stukje door te rijden, en toen kon ik omdraaien. Na nog een paar keer met Jan te hebben gebeld vond ik uiteindelijk de gite.

De gite lag dus écht wel afgelegen! Eerst een slingerweg vanuit Privas, de bergen in. Na heel wat kilometers en een aantal gehuchten een kleine (maar nog goed berijdbare weg) op. Na drie kilometer kwam het kleine weggetje waar Jan het over had. Dat slingerde zich nog eens drie kilometer de berg op, en toen pas kwamen we bij de gite aan. Het uitzicht was wel erg mooi, maar afgezien van een paar zendmasten was er daar werkelijk helemaal niets, en ook niets in de buurt. Vrouwlief was na een nacht in de auto al niet meer zo lief, en met het vooruitzicht van een week alleen met een kind in een afgelegen hutje vreesde ik voor een ernstige relatiecrisis. Gelukkig had ik de Wii meegenomen, zodat er nog enig vermaak was (in ieder geval voor zoonlief). En na een paar dagen was haar humeur al een stuk verbeterd (vooral omdat ze haar slaaptekort prima kon inhalen, denk ik). Om de pijn te verzachten besloten we uiteindelijk wel om een dag eerder terug te gaan.

vrijdag 21 oktober 2011

Happie-boekje

Donderdagavond laat, in Frankrijk, bij de McDonalds. Philip krijgt een kadootje bij zijn eten: een pak kwartetkaarten. Maar dat kadootje wilde hij niet hebben, hij wilde het ruilen. Ik legde hem uit dat hij dan naar een McDonalds-dame moest lopen en "changé" moest zeggen. Zo gezegd, zo gedaan, en met succes: hij kwam terug met een soort tekenboekje met invulspelletjes. Incusief potloodje.

Vrijdagavond, thuis. Philip zit op de bank met zijn tekenboekje. Hij heeft het over zijn happie-boekje. Ik dacht nog, waarom noemt hij 't nou zo. Ach, bij de McDonalds neem je hapjes van je eten, dus dat zal 't wel zijn. Maar toen zei Philip dat dat op zijn boekje stond. Eh? Hoe heeft hij het voor elkaar gekregen om bij een McDonalds in Frankrijk een boekje met een nederlandse tekst op de voorpagina te krijgen? Vol trots liet hij zien dat hij het goed gelezen had, en er stond inderdaad happy op. De kindermaaltijd van McDonalds heet immers ook het happy meal.

zaterdag 5 februari 2011

Waar komen mensen vandaan?

Vanochtend zat ik op de bank, rss feeds te lezen op mijn mobieltje. Op één van mijn favoriete blogs stond een artikel met een “artist's impression” van een botsing tussen twee planeten. Die liet ik aan Philip zien, en ik legde uit dat de maan zo ontstaan is. En dat de buitenkant van de aarde toen zo heet was geworden dat alles helemaal gesmolten was.

Enigszins bezorgd vroeg Philip of dat vandaag gebeurd was. Nee hoor, dat is heel lang geleden gebeurd. Toen waren er nog geen mensen, zelfs geen diertjes. Dat luchtte Philip weer een beetje op. Waarop hij de volgende vraag stelde: Maar waar komen de diertjes dan vandaan?

Tja, abiogenesis, evolutie en zo, leg dat maar eens even uit aan een jongetje van zes jaar. Ik vertelde dat dat nogal een ingewikkeld verhaal is, en dat ik het best wel wilde vertellen, maar dat ik dat wel zou doen als hij wat ouder is. Ok, zei Philip, … ga je dat dan morgen uitleggen?

zaterdag 10 juli 2010

Nieuwe stofzuiger

Een maand geleden waren de stofzuigerzakken op. Ik moest dus nieuwe stofzuigerzakken kopen. Maar de stofzuiger in kwestie begon al aardig uit elkaar te vallen, na een jaar of tien trouwe dienst en mishandeling. En die stofzuigerzakken zijn ook niet goedkoop, dus als ik dan nieuwe zakken koop, dan wil ik ze ook allemaal opmaken. Dat duurt nogal lang, gezien de frequentie van stofzuigen in huize Rijstveld.

Het alternatief is natuurlijk dat ik een nieuwe stofzuiger koop. Ik zat al een tijdje verlekkerd te kijken naar stofzuigerzakloze stofzuigers. Een Dyson, bijvoorbeeld. Nu deed zich eindelijk de ideale smoes voor om zo'n ding te kopen.

Maarja, zelfs zo'n mooie Dyson verplaatst alleen maar lucht van de zuigmond naar een uitlaatrooster, en stuurt het stof naar het stofreservoir. Je moet zelf de zuigmond langs alle stoffige plaatsen bewegen. En dat is niet een favoriete bezigheid in huize Rijstveld.

Toen herinnerde me ik de Roomba. Dat is een ufo-vormige robot die zelfstandig door de kamer heen en weer rijdt en het stof opeet.

Roomba (overgenomen van www.roomba.nl)


Het instapmodel, de 520, kost driehonderd euro. De duurdere modellen zijn niet echt anders, maar die hebben extra snufjes. Zoals een programmeerbare timer, een afstandsbediening en virtuele muren. Daar betaal je dan een paar honderd euro voor.

't Is dus niet een goedkoop ding, en daar moet je toch wel even over nadenken. Na circa drie seconden nadenken besloot ik dat ik er een wilde hebben. De extra snufjes vond ik overbodig en te duur, zodat ik een paar muisklikken later het instapmodel besteld had.

Ik heb 'm ondertussen drie weken in huis, en ik kan zeggen dat ik tevreden ben. Het resultaat is in orde. Het apparaat kan natuurlijk niet overal komen, maar wel op veel plekken waar ik zelf niet makkelijk kon komen. Zoals onder bedden, onder kastjes en onder de bank. De hoeveelheid stof die 'ie telkens weet te vinden is indrukwekkend.

Stofzuigen is makkelijk geworden, vooropgesteld dat de te zuigen kamer enigzins opgeruimd is. Als de kamer vol ligt met kleine speelgoeddingetjes, losse draden of allerlei andere rommel dan kan de Roomba niet optimaal werken. Dus de kamers van huize Rijstveld zijn tegenwoordig een stuk opgeruimder dan vroeger. Ik voel me nu ook meer een manager dan een arbeider: vroeger moest ik zelf stofzuigen, nu zorg ik dat de robot het werk kan doen.

Hij maakt wel meer geluid dan ik gehoopt had. Je gaat niet lekker een boekje lezen of een goed gesprek voeren terwijl de Roomba in dezelfde kamer aan het werk is. Ik heb niet eens geprobeerd om hem 's nachts de huiskamer te laten vegen.



Het apparaat zoekt z'n weg door de kamer door een willekeurige kant op te rijden totdat 'ie ergens tegenaan botst. Dan gaat 'ie een andere willekeurige kant op. Doe dat lang genoeg en dan heb je, statistisch gezien, de hele kamer wel gehad. De Roomba bepaalt zelf hoe groot de kamer ongeveer is en leidt daaruit af hoe lang 'ie moet werken.

Iemand vroeg hoe lang de Roomba in de praktijk bezig is met een kamer. Mijn indruk was dat 't meestal tussen één en drie kwartier was. Ik heb het maar eens getimed, en toen bleek dat de slaapkamer (ca. drie bij vier meter, dus 12 m2) zowat een uur kostte, terwijl de kamer van de kleuter (zowat 3,5 bij 2,5 meter = zowat acht m2) in een minuut of tien klaar was.

Het doet er voor mij niet echt zoveel toe hoe lang 't duurt. Ik zet 'm aan het werk en dan ga ik iets anders doen. Als hij klaar is dan zoekt 'ie zelf zijn oplaadstation op.

De Roomba is snugger genoeg om niet van de trap te vallen. Ik heb 'm zelfs op de bank aan het werk gezet. Hij was meer bezig met zich los te wurmen uit de hoekjes dan met stofzuigen (het resultaat was dan ook niet zo geweldig), maar hij gaf niet meteen op en hij viel er niet vanaf.



Er werd ook gevraagd hoe de poezen erop reageren. Nou, dat viel me wel mee. Ze blijven wel uit de buurt, maar ze reageren niet zo panisch als op de gewone stofzuiger. Op youtube zijn diverse filmpjes te zien waarbij er een poes bovenop een rondrijdende Roomba zit. Zoveel vertrouwen hebben mijn poezen niet, en ik denk niet dat het ooit zover komt. Maar echt bang zijn ze ook niet.

nanske zet zich in voor anderen

Als nanske iets van je wil, dan kom je dat heus wel te weten. Zelfs als het niet om haarzelf gaat.

Ik heb een paar weken geleden een Roomba gekocht. En dat heb ik de hele wereld laten weten via twitter:
fransinlaos Stofzuigen is weer leuk met mijn nieuwe Roomba 520. Eén druk op de knop en het gaat verder vanzelf. 9:51 AM Jun 19th

Binnen een paar uur had nanske het ontdekt:
cruenna @fransinlaos Nee! Gadgetfreak dat je dr bent! 12:09 PM Jun 19th

Daarna bleef het een tijdje rustig. Tot gisteravond. Toen twitterde ze (terwijl ze in de klimhal had moeten zijn):
cruenna @fransinlaos RT @jacvre: Wie heeft er een #roomba? En is het wat? Maakt ie veel herrie? Hoe lang is ie bezig met pak m beet 65 m^2? about 23 hours ago

en vlak daarna
cruenna @fransinlaos Oh en @jacvre zou ook nog graag weten hoe de katten reageren op de Roomba, dikke stress of valt dat mee? about 23 hours ago

Ik was wel in de klimhal, dus ik was niet meteen in staat om te reageren. En vanochtend moest ik uitslapen en boodschappen doen enzo. Dus wat gebeurde er vandaag, zo rond een uur of één 's middags? Ik kreeg een smsje van nanske:
Je bent toch nog niet weg, of wel? Doe anders 's twitter lezen?

Ik begrijp niet zo goed wat weg zijn te maken heeft met wel of niet twitter lezen; met die telefoons van tegenwoordig kan je bijna overal twitteren. Maar enfin, ik besloot om een review van de Roomba te schrijven. Binnenkort op dit blog te lezen.

woensdag 21 april 2010

iPhone en Android

Collega Roene en ik hebben het plan opgevat om miljonair te worden. Dat gaan we doen door een iPhone-spelletje te maken en op de iPhone-markt te verkopen. Roene heeft een iPod Touch, daar kan hij 't op testen. Maar ik heb noch een iPhone, noch een iPod Touch. Ik zal dus de iPhone van Lien af en toe moeten lenen. Maar dat is maar tijdelijk, hoor; zodra het geld begint binnen te stromen koop ik gewoon zelf een iPhone.

Maar om een iPhone-app te maken heb je een Mac nodig. En niet zomaar de eerste de beste tweedehands Mac. Nee, 't moet een Intel-Mac zijn. Als diepte-investering heb ik maar een Mac mini gekocht. 't Is een leuk klein doosje, het staat niet in de weg op mijn buro, en is toch redelijk krachtig.

Mac mini (foto © Apple)


Ik heb ook al de iPhone SDK gedownload, en een eerste poging gedaan om My First iPhone App te maken. Dat kostte meer moeite dan ik hoopte; de app is wegens tijdgebrek nog niet klaar.

Uiteraard vergeet ik Android niet. Ik ga 't spelletje tegelijk voor dat platform maken. Zo is 't meteen een mooie manier om de development kits, de programmeeromgevingen en dergelijke van deze twee platformen met elkaar te vergelijken. Daartoe heb ik gisteren de Android SDK maar weer eens gedownload en geïnstalleerd. Opmerkelijk verschil met de iPhone is dat My First Android App in slechts luttele minuten klaar was.

T-Mobile / Google G1 Android Phone


Helaas lukte het niet meteen om de Android app te testen. 't Kostte me eerst een boel moeite om de emulator werkend te krijgen. Ik denk dat ik een oude emulator-configuratie had, van een vorige keer dat ik de Android SDK had geïnstalleerd. Toen ik een nieuwe configuratie aangemaakt had werkte het namelijk wel. Maar voordat ik erachter was dat dat het probleem was was ik al heel wat tijd kwijt.

Vervolgens wilde ik de app op mijn G1 testen, via de USB-koppeling. Dat lukte helaas ook niet meteen. Windows hield vol dat mijn G1 alleen maar een USB disk was. Na een boel gehannes met USB devices en USB drivers gaf Windows eindelijk z'n verzet op, en daarna kon ik moeiteloos mijn “Hello, Android”-applicatie op mijn G1 zien werken.

De volgende stap is dat ik de app sign met een eigen private key. Dat is nodig om een release versie te maken. Dan moet ik eerst een certificaat maken enzo. Nah, dat komt de volgende keer wel, ik vind het wel mooi voor vandaag.

dinsdag 6 april 2010

C# is toch niet geweldig

Zo'n twee maanden geleden schreef ik dat ik tegenwoordig in C# programmeer. En dat ik dat toch wel een aardig taaltje vond. Modern, enzo.

Nou, ik ben er toch wel wat op teruggekomen. Ik ben tegen een paar dingen aangelopen die me niet zo bevallen. Properties, bijvoorbeeld. Daarover zal ik vandaag klagen. Later zal ik over delegates en events klagen.

Wat is een property? Het is iets dat het midden houdt tussen een method (een aktie) en een field (een waarde). Stel dat je een class hebt die een AGV representeert. Die zou bijvoorbeeld een method ‘GaRijden’ kunnen hebben, en ‘GaLinksaf’ en ‘Stop’ et cetera. En de class zou als fields onder meer ‘Snelheid’ en ‘ContainerGewicht’ kunnen hebben.

agv.GaRijden();
agv.GaLinksaf();
System.Console.WriteLine("snelheid is " + agv.Snelheid + " m/s");


Een property is, zoals gezegd, iets dat het midden houdt tussen een method en een field. Je gebruikt 'm alsof 't een field is, maar in werkelijkheid roep je met het opvragen en instellen een stukje code aan. Je zou bijvoorbeeld een property voor het opvragen van de positie kunnen maken:

Systeem.Console.WriteLine("positie is " + agv.Positie);

In de AGV-class zou dat er zo uit kunnen zien:

public Coordinates Positie {
get {
// zet de GPS-ontvanger aan
// wacht op een locatie-fix
// return de positie
}
}


Er gebeurt nogal wat bij het ophalen van de positie, maar dat zie je niet. Dus je weet niet wat je allemaal teweeg brengt. Dit soort constructies is dan ook niet zo slim. Microsoft zelf zegt daarover:

“Properties are used like fields, meaning that properties should not be computationally complex or produce side effects.”


Zoals eerder vermeld zijn niet alle IT-professionals in staat om goed werk te leveren. Dus ik reken er maar niet op dat deze eigenschap van C# altijd goed gebruikt wordt.

En wat voegen properties eigenlijk toe? Je kan ze altijd vervangen door (zonodig) een private field (die de waarde bevat), gecombineerd met gewone get- en/of set-methods.

dinsdag 30 maart 2010

Stil zijn

Soms plaag ik Philip. Dan praat ik hem bijvoorbeeld na als hij iets zegt. Hij reageert steevast met iets als: “Papa, dat is niet leuk. Dat mag jij niet zeggen!”

Als ik dan vraag wat ik dan wél mag zeggen, dan is het antwoord: ”Niks!” Ok, dan zeg ik ‘niks’: “Niks, niks, niks. Niks. Niks, niks.” Maar vreemd genoeg is dat ook niet naar wens.

Gelukkig heeft Philip er nu wat op gevonden. Hij zegt niet meer dat ik niks mag zeggen. In plaats daarvan zegt hij: “Papa, niet doen. Je moet nu gewoon stil zijn.”

donderdag 4 februari 2010

C#?!

't Is ondertussen al zo ongeveer vijf en dertig jaar geleden dat ik voor het eerst een computerprogrammaatje maakte. Er zijn oudgedienden die erin geslaagd zijn om in zo'n lange periode vooral bezig te zijn met één of een paar verschillende programmeertalen. Dan heb je het dus over mensen die het grootste deel van hun werkzame leven met een taal als PL/1 of Cobol hebben gewerkt.

Zo niet ik. Als kind programmeerde ik (met enige hulp van papa) op een IBM-mainframe in een scripttaaltje dat Exec heette. In de middelbare-schooljaren was het vooral Basic (een spaghetti-taal) en APL (een nogal wiskundige taal). Allebei write-only-talen: het is veel te makkelijk om er een chaotisch of onleesbaar programma in te schrijven. Later kwam (Turbo) Pascal; die taal was wat dat betreft een stuk beter.



Tijdens het voortgezet onderwijs kwam C in mijn leven. Dat was eerst even schrikken; 't was nogal cryptisch. Maar dat wende gauw en ik vind het nog steeds één van de fijnste talen om mee te werken. Ik maakte verder kennis met diverse assembly-talen en machinetalen, en zelfs Prolog. Tijdens stage leerde ik PL/1 kennen, en Rexx (een opvolger van Exec). Als afstudeeropdracht schreef ik een compiler voor Modula-2 (een opvolger van Pascal). In C.

Bij mijn eerste baan programmeerde ik in het begin vooral in C. Later moest ik in Visual Basic werken. Die taal heeft z'n toepassingsgebied - en daar zaten wij ver buiten. 't Was één van de redenen dat ik ontslag nam. Bij de volgende werkgever kwam ik in de wondere wereld van Perl terecht. En UNIX shell scripts. En uitgebreide makefiles.

the Perl Camel
(a trademark of O'Reilly - www.perl.com)


Ondertussen had ik ook kennis gemaakt met C++. Ik vond de concepten wel interessant, maar de taal was zo rommelig, en zich nog zo aan het ontwikkelen, dat ik me er niet echt toe aangetrokken voelde. En 't was er eigenlijk ook niet van gekomen om er echt iets mee te doen.

Bij mijn derde baas leerde ik Java kennen. Wat een heerlijke taal! Veel van de goede concepten van C++, maar dan zonder de meeste nadelen van C++. En uitstekend gedocumenteerd. Ik heb jarenlang bijna niets anders gedaan. Eigenlijk alleen tussendoor wat JavaScript, een grappig modern scripttaaltje. En toen kwam ik opeens bij het onderhoud van oude software terecht. Ik ging in Cobol werken! Gelukkig maar heel eventjes. Toen was het weer een hele tijd C (en een beetje C++).

Dino
(© 2007 Frans van Otten)


Ik heb al die tijd geprobeerd wat afstand te houden van Microsoft Windows-specifieke programmeertalen en -omgevingen. Mijn ervaringen daarmee waren niet zo positief. Zolang je je precies aan hun manier van werken hield, dan ging het wel goed. Maar zodra je daar ook maar een beetje buiten kwam, dan werd het opeens heel lastig. Het spul was rommelig, slecht gedocumenteerd en foutgevoelig.

Nu ontkom ik er niet meer aan. Ik moet in .Net werken, met C#. En wat blijkt? Ik vind het niet eens zo heel erg. C# is dan ook een moderne taal, en voor een groot deel gebaseerd op Java. Ik vermaak me eigenlijk best wel.

Maar ik denk dat ik nooit zal wennen aan Visual Studio. Zo'n grafisch georiënteerde geïntegreerde ontwikkelomgeving vind ik maar niks. Eclipse vond ik ook al waardeloos. Geef mij maar Emacs en een bash-shell.

zondag 29 november 2009

Nieuwe wasmachine

Ja, wat is dat nou voor een onderwerp: een nieuwe wasmachine?! Spannend, hoor. Nou, 't gaat eigenlijk vooral om de oude wasmachine. Misschien had ik dit beter “vroeger was alles beter en goedkoper” kunnen noemen.

Een jaar of vijfentwintig geleden vonden Marcel en ik een wasmachine. Op straat, bij het grof vuil. Een Marynen MF228. Het apparaat zag er nog goed uit, en we besloten 'm mee te nemen om te kijken wat we ermee konden doen. We sleutelden in die tijd aan alles. Zo hadden we een skelter uitgerust met een brommer-motor. En we hadden meerdere keren oude koelkasten omgebouwd zodat we er fietsbanden mee konden oppompen.

Het kostte ons weinig moeite en tijd om de wasmachine aan de praat te krijgen. Ik weet niet meer wat eraan scheelde; het was meer dan een een los schroefje, maar we hoefden niets duurs te vervangen ofzo.

Wat later verhuisde Marcel vanuit het ouderlijk huis naar een flatje. De wasmachine ging mee en deed een aantal jaar prima de was. Toen Marcel toch maar een nieuwe kocht woonde ik in Delft, in een studentenkamer. Ik kon de wasmachine prima gebruiken. En vervolgens is 'ie steeds met me mee verhuisd, tot aan mijn huidige woning toe. De enige reparatie die ik er in al die tijd aan gedaan heb was het vervangen van de rubber afdichting bij de deur.

Oud beestje


Maar vorige week vond ik dat het apparaat eindelijk met pensioen mocht. Hij deed 't nog wel, maar niet meer van harte. De was kwam er steeds minder droog uit, als je het ‘halve lading’-knopje ingedrukt had dan deed 'ie helemaal niks meer, etc. Bovendien was 'ie vies en verroest. Niet dat ik klaag, hoor. Hij moest ondertussen toch al minstens dertig jaar in gebruik zijn. Ik moet nog zien dat de nieuwe het zolang volhoudt!

We zijn op goed geluk naar de Makro gegaan en hebben een nieuwe gekocht. Geen Marijnen, die worden niet meer in Nederland verkocht. Het werd de LG WD-13481TP. Inclusief thuisbezorgen, installeren, extra garantie et cetera nog geen vijfhonderd euro. Een paar dagen later zag ik toevallig dat het ook nog de beste koop is, volgens de Consumentenbond. En ik zag ook dat 'ie bijna overal minstens een paar tientjes minder kost dan wat ik ervoor betaald heb. Grmbl. Nouja, hij doet 't. Zolang het duurt. En de oude? Die is met de installateur mee gegaan.

zaterdag 28 november 2009

De baard van Sinterklaas

Philip is opgeroepen voor de griepprik. Hij wordt binnenkort vijf, dus hij viel nog net in de doelgroep. 't Is wat onhandig dat ze het prik-uurtje tijdens schooltijd hebben gepland, maarja, zo heeft Philip een extra vrije middag in ruil.

Foto overgenomen van www.grieppandemie.nl


De logistiek rondom het prikken was prima georganiseerd. Binnen tien minuten stonden we weer buiten. Het heen en weer lopen naar de parkeerplaats duurde langer.

Het prikken zelf ging ook goed. De prikmevrouw probeerde Philip af te leiden met een paar vragen over de rommel-Piet, maar daar gaf Philip alleen maar uit beleefdheid antwoord op. Hij keek vooral heel benauwd. Maar toen het erop aan kwam hield hij zich prima: hij heeft niet gehuild en ook niet au gezegd. Nog maar anderhalve maand geleden, toen hij voor een reis naar Laos werd geprikt, kon hij een paar snikjes niet onderdrukken.

Maar 's avonds klaagde hij dat zijn arm toch wel een beetje pijn deed. Hij wilde er graag iets op. Iets specifieks. Hij had het eerst over iets wits, en ik dacht dat hij het over pof had (we waren in de klimhal). Maar al gauw maakte hij duidelijk dat het om een stukje van de baard van Sinterklaas ging. Ik had al snel door wat hij bedoelde (sneller dan toen hij een nobsteen wilde; en de crypto's gaan ook steeds beter). Er moest een plukje watten met een stukje tape op zijn arm worden geplakt. Over de pleister van de prikmevrouw heen. Toen was het weer helemaal in orde.