dinsdag 27 mei 2008

Cijfers omdraaien

Philip wil voor het slapen gaan vaak nog even een boekje lezen. Bijvoorbeeld zijn boekje met cijfers. Er staat steeds op de linkerpagina een cijfer en op de rechterpagina een tekening met zoveel dingen. Eén ballon. Twee vliegers. Drie beren. Tot en met twaalf. (Ja, ik weet het. Tien, elf en twaalf zijn geen cijfers maar getallen.)

Hij kent de meeste cijfers al heel goed. Hoewel hij de 4 soms vijf noemt. En de 7 noemt 'ie vaak negen. Ik weet niet of hij zich dan echt vergist, of dat hij mij aan het plagen is.

Laatst liet ik hem zien dat je een cijfer ook kan omdraaien, door het boekje op z'n kop te houden. De 6 wordt dan een 9. Dat vond hij fascinerend. Hij ging het meteen met andere cijfers proberen. Hee, wat leuk, de 5 blijft een 5. Toen probeerde hij de 7, en hij riep meteen dat dat een L wordt. Maar dat de 3 een E wordt, daar is hij het nog niet helemaal mee eens.

zondag 25 mei 2008

Boze vogels

Ik had vorige week ruzie met een paar vogels. Eentje viel me zelfs aan.

't Gebeurde allemaal op de Maasvlakte, midden op de containerterminal. Er is daar een kantoortje, en daar had ik een vergadering. Dus ik parkeerde mijn auto op het parkeerterrein naast dat gebouwtje. Ik dacht nog, wat doen al die vogels hier. Die zaten een beetje te zitten op een grindstrook die daar als afscheiding is aangebracht.

Vogels op het parkeerterrein


Toen ik uitstapte werd het me snel genoeg duidelijk. Ze hebben daar nesten gebouwd, en ze zitten hun eieren uit te broeden! 't Is natuurlijk niet een goede omgeving voor je babies, met al die herrie en luchtvervuiling enzo, maarja, ze moeten toch wat.

Vogelnestje


Een paar uur later vertrok ik weer. Ik sprak nog wat kalmerende woorden tegen de vogel die het dichtst bij mijn auto zat, maar het mocht niet baten. Paniek en gekrijs alom. En één van de aanstaande ouders wist me zelfs nog op mijn hoofd te raken terwijl ik instapte. 't Was maar een zacht tikje, maar de bedoeling was duidelijk: ik moest weg. Nu meteen. En neem die stinkende auto mee.

De auto staat te dicht bij de kraamkamer

zaterdag 24 mei 2008

Discworld compleet

Ik ben vandaag even naar de boekwinkel geweest. Om de ontbrekende acht of negen Discworld-boekjes te kopen. Ik heb er nu 27 verzameld. Dat zijn alle ‘normale’ boekjes. Voor zover je überhaubt van normaal kan spreken bij Discworld. Met ruim tien euro per stuk is het wel een forse investering voor iemand die normaliter geen boek meer leest.

Het was niet meer verantwoord om één stapel te maken, zoals eerder nog wel kon. En dat zou ook niet zo goed meer op de foto hebben gepast. Daarom staan ze nu in twee stapels opgesteld op mijn buro.

Alle 27


De boekjes bevallen me prima. Ik vond Sourcery (de vijfde) wat minder goed, maar nog steeds de moeite van het lezen waard. Wyrd Sisters is weer heel goed.

En nanske heeft al hints laten vallen dat ze er wel eens eentje wil lenen. Want zolang ze van M's willekeurige inkoopgedrag afhankelijk is kan ze ze niet in de goede volgorde lezen.

dinsdag 20 mei 2008

Philip's oren

Het gebeurt de laatste tijd regelmatig dat Philip ons niet hoort. Als we hem iets vragen, of als we zeggen dat hij iets moet doen, of als we zeggen dat hij iets juist niet mag doen. Gelukkig is dat normaal gedrag voor een peuter. Hij hoort ons heus wel, hij negeert ons gewoon. Althans, dat hoop ik dan maar. Soms is hij wel heel volhoudend met dat negeren. Dan denk ik bijna dat hij ons echt niet hoort, dat er toch iets mis is met zijn oren.

Gelukkig zijn z'n oren prima in orde. Dat is makkelijk te bewijzen. Hij lust namelijk graag cola, maar dat mag hij niet (althans, niet zo vaak). Dus als ik een glaasje cola voor mezelf pak, dan doe ik dat in de keuken, en dan giet ik het bij voorkeur in een ondoorzichtig glas. Zodat Philip, in de huiskamer, niet op ideeën wordt gebracht. Want dan gaat hij zeuren. En dan moet ik wel weer heel opvoedkundig gaan doen enzo.

Maarja, een colafles zegt pfft als je 'm open doet. Als 'ie dat niet zegt dan is de cola niet meer lekker. En dat pfft, dat hoort Philip dus, he. Zelfs als er allerlei herrie in de huiskamer is. En dan roept hij meteen, heel vriendelijk, dat hij ook graag cola wil. Ik probeer het zo stil mogelijk te doen, heel langzaam de dop open draaien enzo, maar toch heeft 'ie het meestal wel in de gaten. Een hele geruststelling.

zaterdag 17 mei 2008

De wegen in Laos

Er zijn prima wegen in Laos. En slechte wegen. En van alles daartussenin. Zoals beloofd vertel ik daar nu wat over. In de vorm van een fotoverslag.

De wegen in Vientiane (de hoofdstad) zijn redelijk goed. Het meeste is geasfalteerd en wordt goed onderhouden. Er staan zelfs vaak witte strepen en pijlen op, en ze hebben een stoep voor de voetgangers.

Uitzicht uit het hotel in Vientiane


Maar niet álle wegen in Vientiane zijn geasfalteerd. Zo zag het er vier jaar geleden uit, toen we er in de regenperiode waren:

Blubberpoel


De doorgaande wegen zijn meestal van goede kwaliteit. Hier zie je er een op enkele tientallen kilometers van de hoofdstad. Je kan ook zien dat de afslagen meteen weer kleiwegen zijn.

Een verkeersader niet ver van Vientiane


Die kleiwegen zijn meestal ook goed berijdbaar. Maar daar kunnen ook behoorlijk grote gaten in zitten, zeker in het regenseizoen. Gelukkig waren we er dit keer niet in het regenseizoen.

Een B-weg niet ver van Vientiane


Dan gaan we naar het noordoosten van Laos. Het is daar bergachtig. De wegen zijn dan ook al gauw bergwegen. En over het algemeen prima berijdbaar.

Een bergweg in het noordoosten


Maar het is niet altijd zo mooi. De asfaltweg die van Sam Neua naar Vietnam gaat was vier jaar geleden nog prima in orde, maar nu zitten er regelmatig gaten in. Blijkbaar doen ze hier niet zoveel aan onderhoud.

Gaten in de weg


Een afslag van die weg gaat naar Ban Lao. Vier jaar geleden was het vanaf daar nog een modderig bergpad (van wel 70 km lang). Ze waren wel al hard aan het werk om er een behoorlijke weg van te maken. We moesten toen nog een tijdje wachten omdat ze net de berg aan het opblazen waren:

Weg in aanbouw


Hieronder zie je diezelfde weg, ook vier jaar geleden, zoals die toen op z'n best was. Er was een oude Chinese vrachtwagen kapot gegaan, op één van de vele plaatsen waar je elkaar niet kan passeren.

File


Maar nu is dat bergpad veranderd in een prima asfaltweg! Helaas bleek de ondergrond en de rots op sommige stukken niet zo stabiel. Hier was een stukje weg in de rivier gezakt:

De weg is weg


Dan de wegen in en bij Ban Lao (jawel, meervoud: er zijn 2 wegen). Ban Lao is een dorpje van zo'n 70 huizen, die voor het grootste deel langs één weg staan. Een modderweg. Gelukkig gaat er niet zoveel verkeer over. Vooral voetgangers en brommertjes. En natuurlijk allerlei vee.

De weg door Ban Lao


Aan het begin van het dorpje splitst de doorgaande weg naar Vietnam zich af. Dat is een iets betere modderweg, die regelmatig aangestampt wordt door zware vrachtwagens (en vee).

De weg langs Ban Lao


Maar ook die weg verandert in de regenperiode in iets - euhm - doorwaadbaars. Kijk maar hoe die er vier jaar geleden uitzag:

Plas op de weg


De laatste foto is een luchtfoto. Er staan wegen op, en dat is voldoende kwalificatie om opgenomen te worden in dit fotoverslag.

Bergwegen

donderdag 15 mei 2008

Eerste verjaardag

Het is vandaag precies een jaar geleden dat ik het eerste bericht schreef voor dit blog. Sindsdien heb ik er al zowat 150 geschreven. Soms een kort berichtje, soms een wat langer verhaal. Zo mogelijk met foto's. 't Ging vaak over klimmen en nog vaker over Philip. Philip is natuurlijk een dankbaar onderwerp.

Soms lees ik mijn eigen verhaaltjes weer eens terug, lang nadat ik ze geschreven heb. Dat is leuk, en alleen al voldoende reden om dit blog bij te houden. Maar het is ook leuk dat allerlei andere mensen 't lezen, familie en vrienden. En reacties achterlaten, en naar artikeltjes linken. Ook allerlei andere mensen lezen artikeltjes, die vinden ze via die links, of zoekmachines. Ik ben niet bang voor enige exposure.

Ik verdien er zelfs geld mee. Door Google advertenties te laten plaatsen. 't Schiet niet echt op: ik heb nog maar anderhalve dollar verdiend. In een jaar tijd.

Met een beetje geluk blijf ik nog heel lang berichtjes schrijven. Ik heb vast wel regelmatig een kleinigheidje te melden, of een fotootje te publiceren.

woensdag 14 mei 2008

Macbeth

Terry Pratchett heeft Macbeth gelezen.

Ik ook. Lang geleden, op de middelbare school. Tijdens de Engelse les. We moesten dat stuk van Shakespeare klassikaal lezen. Verspreid over een aantal lessen. En door een wat ongebruikelijke carrierestap (ik ging van 5 havo naar 6 vwo) onderging ik het jaar daarna precies hetzelfde. Hierdoor ben ik nog steeds enigszins bekend met de plot en dergelijke. Ik ken nog steeds de openingszin uit mijn hoofd (toegegeven, ik wist niet meer dat dat de openingszin is; ik wist wel dat 't heel dicht bij het begin zit):

When shall we three meet again
In thunder, lightning, or in rain?


Dus toen ik aan het volgende Discworld-boekje begon, Wyrd Sisters, en ik op de eerste pagina al de helft van bovengenoemde tekst tegenkwam, wist ik meteen hoe laat het was. Het boekje van Terry Pratchett is gewoon een rewrite van de tragedie van Shakespeare. Ongeveer net zoals de basis van de Discworld-boekjes (en dan bedoel ik letterlijk de basis: een gigantische schildpad die door de ruimte zwemt) een rewrite van de astronomie is.

Ik ging gauw op zoek naar mijn versie van Macbeth. Maar die kon ik niet vinden. Ik kon wel een ander Shakespeare-boek vinden, eentje die ik lang geleden ‘eventjes’ van mijn moeder geleend had (sorrie hoor, ik zal 'm binnenkort terugbrengen). Ik wilde even door Macbeth bladeren. Helaas is het zulke zware kost dat ik al na een paar bladzijden afhaakte. Gelukkig heb ik nog wel ontdekt dat de drie heksen van de openingszin de Weird Sisters genoemd werden.

Als je je klassieken niet kent dan mis je toch 't een en ander aan subtiele grapjes en referenties. Zoals dat de moordenaar z'n handen steeds aan het wassen is. Zo is die Engelse les toch nog ergens goed voor geweest.

maandag 12 mei 2008

Blije kindertjes

Afgelopen weekend ben ik weer eens als kliminstructeur naar de Ardennen geweest. Het was een klimweekend voor de jeugd. De jongste deelnemer was 8, de oudste was 16. We verzamelden bij de Uithof in Den Haag. Er werden vier meisjes in mijn auto geladen, drie van 10 jaar en één van 8 jaar. Dat paste makkelijk, inclusief bagage.

Blije klimkindertjes


We gingen naar de rotsen bij Durnal. Dat is een perfecte plek voor beginnende (buiten)klimmers. Er zijn diverse oefenrelais op de grond gemaakt. Daarmee kan je heel goed allerlei touwtechnieken laten zien en laten oefenen. En de beheerder van de rotsen beheert 't goed. Van één van de oefenrelais was de ketting verdwenen; die moest dus gerepareerd worden.

Oefenrelais repareren


Het weer werkte ook mee. Het was bijna té warm en zonnig. Gelukkig is er een riviertje vlakbij. Daar ging zo ongeveer de helft van de deelnemers tegen het eind van de middag zich even in afkoelen.

Een jeugdweekend is nauwelijks te vergelijken met een instructieweekend voor volwassenen. De kinderen leren veel sneller. Het is voor hun meer spelen dan klimmen. Ik had verwacht dat ik veel beter zou moeten opletten dan bij volwassenen, maar dat viel reuze mee. Het is verbazingwekkend hoe verantwoord zelfs de kleintjes bezig zijn. Veel kinderen klimmen al heel goed voor, en ze weten precies hoe ze dat veilig moeten doen. En ze kunnen goed klimmen! Zo klein als ze zijn komen ze vaak toch redelijk makkelijk door passages heen die, gezien hun lengte, best wel moeilijk zijn.

Nog een blij klimkindje


De kinderen vonden het zelf ook heel leuk. Voor sommigen was het al de derde keer dat ze mee gingen. En zo te horen waren ze van plan om volgend jaar weer mee te gaan.

donderdag 8 mei 2008

Pleisters plakken

Philip heeft pleisters ontdekt. Die helpen tegen elk pijntje.

Laatst had Philip geprobeerd Hobbes te aaien, maar Hobbes was daar even niet van gediend. Resultaat: een hard huilende Philip. En een poes die ontspannen bleef zitten. Er was een schammetje, maar het was nauwelijks te zien. Philip stond erop dat er een pleister op geplakt werd. Nou, vooruit dan maar. Vervolgens kon hij zijn vinger niet meer buigen, maar dat vond hij niet zo erg.

Ik ging weer in de tuin werken, en Philip ging even in de huiskamer rommelen. Na een paar minuutjes kwam hij triomfantelijk naar buiten. Hij had nóg ergens pijn, en hij had er zelf een pleister op geplakt.

Hoe meer pleisters, hoe beter


Een paar dagen later. Philip klaagt opeens over keelpijn. Nah, Lien is een beetje verkouden, misschien heeft hij daar wat van opgepikt. Maar wat doe je nou aan keelpijn? Een pleister op je keel plakken, natuurlijk. En dat mocht papa niet doen, nee, dat moest Philip zelf doen.

Pleister tegen de keelpijn

woensdag 7 mei 2008

Tuin fatsoeneren

Het was groeizaam weer, de afgelopen tijd, aan de hoeveelheid onkruid te zien. Gelukkig is het met dit weer ook prettig om in de tuin te werken. De afgelopen dagen heb ik elke avond een paar uurtjes aan de voortuin besteed.

't Ziet er nu weer redelijk fatsoenlijk uit. We hebben eerst het onkruid uit de borders verwijderd. ‘We’ zijn Philip en ik: Philip heeft ook een paar sprietjes eruit getrokken. Daarna heb ik er cacaodoppen overheen gestrooid. Die helpen tegen het onkruid, en het ziet er verzorgd uit. Een paar jaar geleden had ik dat ook al geprobeerd, en het resultaat beviel me wel. Maar je moet 't elk jaar herhalen en dat was er sindsdien dus niet meer van gekomen.

Voortuin met cacaodoppen


Nu moet ik nog het gras verder fatsoeneren. Ik had er laatst al de nieuwe verticuteerhark doorheen gehaald, maar dat is niet genoeg. Er moet nog meer onkruid uit, er moet ongetwijfeld gras bijgezaaid worden, en er moet vast wel bemest worden. Ofzo. En het onkruid tussen de tegeltjes moet weg. En de hele achtertuin moet nog. Als het een beetje mooi weer blijft hoef ik me voorlopig niet te vervelen.

dinsdag 6 mei 2008

Vlakte der Kruiken

Laos heeft niet zoveel toeristen. En niet zoveel toeristische bezienswaardigheden. De meeste toeristen gaan naar Vientiane (de hoofdstad), Vang Vieng (een idyllisch plaatsje een stukje naar het noorden) en Luang Prabang (de oude hoofdstad, vol met tempels en een paleis, nog verder naar het noorden). Allemaal in het noordwesten van Laos.

Er is wel meer bezienswaardigs, maar dat is nóg minder bezocht. Neem bijvoorbeeld de Vlakte der Kruiken (Plain of Jars). Die ligt ook in het noorden, maar dan een beetje meer naar het oosten. 't Heet zo omdat het een vlakte is, zomaar tussen de bergen, en omdat er kruiken liggen. Die kruiken zijn groot, sommige wel meer dan twee meter; je kan je erin verstoppen. Ze zijn zo'n 2000 jaar oud, en niemand weet met zekerheid te zeggen waarvoor ze waren. We zijn bij Site 1 geweest. De grotere kruiken staan daar op een heuveltje.

Bij een van de grootste kruiken


Er zijn ook een heleboel kleinere exemplaren. De meeste daarvan zijn zo ongeveer één meter hoog. Ze staan op een veldje onder de heuvel.

Het veld met de kleinere kruiken


De vlakte is in de “secret war”, ten tijde van de Vietnamoorlog, behoorlijk gebombardeerd door de Amerikanen. Daarbij zijn ook de kruiken niet gespaard gebleven. Die oorlog werd zo'n 40 jaar geleden gevoerd, maar de kraters zijn er nog. Toen we later van Sam Neua terug naar Vientiane vlogen kwamen we over de vlakte heen, en ik kon overal kleine en grote kraters zien.

Bomkrater


En er zijn heel wat van die bommen niet ontploft. Dat levert een aardige decoratie op voor in en om het huis. Maar er vallen nog steeds af en toe gewonden als een bom alsnog ontploft.

Bommen en granaten

Huisje op palen

Laatst waren we bij de ouders van Lien op bezoek, in Laos. Daar staan de huisjes vaak op palen. Zodat je, bijvoorbeeld, eronder in de schaduw kan zitten.

Het origineel


Laatst waren we bij mijn ouders op bezoek, in Nederland. Daar hebben ze een blokkendoos, en kurken. Dus wat bouwt Lien? Een huisje op palen.

De kopie

maandag 5 mei 2008

Vientiane

Vientiane is de hoofdstad van Laos. Het is een rustige stad; er gebeurt niet veel. Je kan 's avonds lekker door het centrum wandelen. 's Middags is het daar te heet voor.

Er staan allerlei heel oude bouwsels, er zijn koloniale gebouwen en ik zie ook steeds meer moderne gebouwen. Vanuit ons eerste hotel hadden we uitzicht op de That Dam. Dat is een oud boeddhistisch bouwsel. Er gaan geruchten dat er een draak in woont, ofzo. Het staat gewoon ergens op een rotondetje en ik heb er nooit iets bijzonders zien gebeuren.

That Dam


De Talat Sao is dé markt hét winkelcentrum van Vientiane. Je kan er bijna alles kopen, van ingrediënten voor je avondmaaltijd (inclusief allerlei insecten) via kleren en mobiele telefoons tot enorme koelkasten. De winkels zijn niet groot, het zijn eigenlijk gewoon veredelde marktstalletjes. Veel winkeltjes verkopen precies hetzelfde als het winkeltje ernaast. Het is binnen overal rommelig, en er zitten ook buiten veel handelaartjes op de stoep.

Mandjes voor de kleefrijst


Laos was ooit een Franse kolonie. Je kan er nog steeds prima stokbrood kopen. Niet alleen bij de Talat Sao, maar ook op allerlei andere plekken.

Stokbrood bij de Talat Sao


Sinds mijn vorige bezoek aan Laos, vier jaar geleden, hebben ze een nieuwe vleugel bij de Talat Sao gebouwd die er heel modern uitziet. Met airco en parkeerdek.

Blinkende deuren van de Talat Sao


In die nieuwe vleugel zit ook een mooi restaurantje. Je kan er Lao eten krijgen, maar ook westers eten. Het oude restaurantje, waar ze alleen maar Lao eten hadden en waar ik zo graag kwam, heb ik niet meer gezien.

Restaurantje in Talat Sao


Philip vond het ook wel leuk in Vientiane. Hij wandelde vrolijk rond op zijn sandaaltjes.

Philip bij de parkeerplaats van het hotel


Philip reisde bij voorkeur per tuktuk. Die zijn er genoeg in Vientiane. Meestal stond hij erop dat hij, en niet mama, de chauffeur betaalde.

Tuktuk


't Is tropisch en er groeit dan ook van alles. Philip raapt graag bloempjes op, die hij dan aan mama aanbiedt.

Bloempjes voor mama


Er zijn natuurlijk ook kappers in Vientiane. Lien vindt de kappers in Nederland niet zo goed en wel heel duur, dus ze maakte uitgebreid van de gelegenheid gebruik. Ze heeft minstens vier uur aan één stuk bij de kapster gezeten. Het resultaat was dan ook wel mooi.

Lien na vier uur bij de kapper


In al die uren hebben Philip en ik ons ook maar laten knippen. Philip keek daar nogal zorgelijk bij. Nou heb ik 'm in Nederland nooit bij een kapper gezien (daar was Lien tot nu toe altijd bij), dus misschien is dat zijn gebruikelijke houding ten opzichte van kappers.

Philip wordt geknipt


De kapper stelde voor dat 'ie mij ook zou scheren. Maar de man sprak alleen maar Lao, dus dat snapte ik niet meteen. En Lien had ja gezegd voordat ik het begreep. Hij begon met een tondeuse de baard van drie weken af te scheren, maar na een tijdje kiepte de stoel achterover en kwam het barbiersmes tevoorschijn. Slik. (Zoals Akshay zegt, als hij zich in India laat scheren: als ze met een vlijmscherp mes in razendsnelle bewegingen rakelings langs je halsslagaderen gaan, dan moet je je gewoon ontspannen.)

Ik ben geknipt en word geschoren


Laos was een Franse kolonie, zoals ik hierboven al aangaf. Ze hebben in Vientiane zelfs een Arc de Triomphe gebouwd, en die staat ook nog in het midden van een enorme rotonde. Ze noemen 't de Patuxay. Men is er niet bijster trots op; het bordje met uitleg dat erop zit heeft het over “a monster of concrete”. Maar het is wel een imposant gebouw. En vanaf bovenop heb je een leuk uitzicht.

Patuxay


De Patuxay heeft tegenwoordig zelfs een leuke fontein. 't Was al donker aan het worden toen 'ie aangezet werd, en dan is het lastig om te fotograferen. De foto hieronder doet dan ook niet echt recht aan de fontein. Er zijn honderden spuitmonden, die in een leuke choreografie een mooi waterballet opvoeren. En er zijn begeleidende ondergedompelde lampjes in diverse kleuren. Bovendien is het er gewoon heel gezellig. Er zitten en wandelen allemaal mensen, die heel ontspannen niks doen. Zowel Lao als buitenlanders.

Fontein bij de Patuxay

Allemaal vliegtuigjes

We hebben op vakantie nogal wat vliegtuigen van binnen gezien. Het begon groot, werd steeds kleiner, en werd toen weer groter. We hebben ook zoveel mogelijk verschillende luchtvaartmaatschappijen genomen.

De langste vlucht was natuurlijk die van Schiphol naar Bangkok. Daar namen we dan ook het grootste vliegtuig voor, een Boeing 747 van China Airlines. Philip vermaakte zich kostelijk aan boord. We hadden eigenlijk helemaal geen last van hem. De meneer naast hem ook niet. Waarschijnlijk heeft die meneer geen kinderen, en vond hij alle interrupties van Philip nog wel grappig.

In de Boeing 747 van Schiphol naar Bangkok


We gingen meteen door van Bangkok naar Vientiane. Met een Boeing 737 van Thai Airways. Dat heeft Philip niet meer helemaal meegekregen, want hij viel al gauw in slaap.

In de Boeing 737 van Bangkok naar Vientiane


We bleven ruim een week om en in Vientiane, en daarna vlogen we naar Xieng Khouang. Met een MA60 (een toestel van Chinese makelij) van Lao Airlines. Het was het kortste vluchtje van allemaal, minder dan 200 km.

Met deze MA60 van Vientiane naar Xieng Khouang


Daarna gingen we een stuk met de auto, zodat het volgende vliegtuig waar we instapten, anderhalve week later, van Sam Neua vertrok. Dat was een Cessna Grand Caravan van Lao Air, waarmee we naar Vientiane vlogen. Leuk hoor, zo'n klein vliegtuig. Het uitzicht was prachtig. We konden net niet de boom- en bergtoppen aanraken. En we konden de piloten goed in de gaten houden.

(De oplettende lezertjes hebben gezien dat deze (binnenlandse) vlucht door een andere maatschappij werd uitgevoerd dan de vorige (ook binnenlandse) vlucht.)

Uitzicht uit de Cessna


We hadden daarmee ook het kleinste formaat vliegtuig bereikt. De jumbo jet kan enkele honderden mensen vervoeren, de 737 ruim honderd, de MA60 een stuk of 50, en in de Cessna passen niet veel meer dan 10 mensen (plus eventueel kleine kinderen die je op schoot neemt).

Het is van Sam Neua naar Vientiane hemelsbreed ongeveer 300 km, dus een stuk verder dan de vorige vlucht. Sterker nog: we vlogen zo ongeveer over het vliegveld van Xieng Khouang heen. Waarom dan toch in zo'n klein toestel? In ieder geval omdat het vliegveld van Sam Neua nogal in de bergen ligt; er kunnen alleen kleine vliegtuigjes landen en opstijgen.

Met deze Cessna Grand Caravan van Sam Neua naar Vientiane


Van Vientiane terug naar Bangkok ging weer met een Boeing 737. Het vele vliegen begon al helemaal te wennen.

Met deze Boeing 737 van Vientiane naar Bangkok


En terug van Bangkok naar Amsterdam hadden we weer een Boeing 747. Philip is duidelijk een ervaren luchtreiziger geworden.

In de Boeing 747 van Bangkok naar Schiphol


Philip is ook heel erg safety-bewust. Hij stond erop dat zijn riem goed werd vastgemaakt. En in elk vliegtuig ging hij uitgebreid, en meerdere malen, de kaart met safety instructions bestuderen.

Veiligheid voor alles

zondag 4 mei 2008

Gordels om. Ook achterin

Veiligheid voor alles.

Laatst moesten we even weg met de auto. Philip vond dat Aap mee moest. Die mocht op de achterbank. Maar hij moest wel z'n gordel om.

Gordel om. Ook achterin

Zwaar werk

Het is best wel zwaar werk, had de dame van de tuinbenodigdhedenwinkel nog gezegd…

Vrijdag ging ik het gras in de achtertuin maar eens maaien. Ik hoopte dat ik daarmee ook het woekerende klaver, de vele paardebloemen en al het andere onkruid om zeep zou helpen - of tenminste een gevoelige klap zou geven. Maar dat viel vies tegen. Ik kreeg wel wat onkruid weg met de maaimachine, maar de paardebloemen bleven grotendeels overeind. En als klaver zou kunnen lachen dan zou het me in mijn gezicht uitgelachen hebben.

Ik was al doende tot een drastisch besluit gekomen: al het gras (en heel veel onkruid) eruit, opnieuw egaliseren (er zijn wat stukjes niet zo horizontaal), en nieuw gras erop. Ik voelde er veel voor om van die prefab plaggen te kopen. En om en passant de vorm van het gazon te veranderen. Het heeft nu een paar sierlijke maar bijzonder onhandige rondingen.

Dus op naar het tuincentrum. Ik vond een deskundig uitziende dame, ik beschreef haar mijn gazon en ik vroeg wat daaraan te doen was. (Je moet natuurlijk niet meteen je eigen oplossing suggereren; laat ze maar bewijzen hoe deskundig ze zijn.) Er kwam een uitgebreid verhaal, met onkruidverdelgen, bemesten, bijzaaien en verticuteren. En misschien ook wel maaien. Ze klonk inderdaad wel deskundig. Ik zei dat ik kant-en-klare plaggen leggen ook een goede optie vond, en daar was ze het wel mee eens. Maar 't is niet per se de goedkoopste optie. En bovendien: die plaggen hebben ze niet op voorraad. Ze moeten besteld worden, en je moet ze binnen 24 uur verwerken.

Enfin, ik verliet de zaak met een nieuwe verticuteerhark (die heb ik toch nodig, uiteindelijk). 's Avonds, zo ongeveer in de laatste zonnestralen, viel ik het gazon aan met de nieuwe gadget. De dame zei nog dat daarmee werken best wel zwaar is. En dat bleek ook. Ik heb nog niet eens de helft van het gazon goed bewerkt. Al na een derde ging mijn maaltijd protesteren (ja, ik had heel laat gegeten, en ja, ik heb 't binnen weten te houden). Ik voelde het een uur later nog in allerlei spieren.

Nou had ik nog nooit eerder geverticuteerd, dus ik wist niet precies hoe dat moest. Maar al doende leert men. Met verticuteren geef je 't platgestampte gras weer wat lucht, doordat je 't een beetje uit elkaar trekt en de grond een beetje open trekt. En je haalt allerlei rommel weg - vooral mos. 't Is nu een beetje afwachten; de komende tijd ga ik maar eens kijken wat het gazon van deze actie vindt.

Ik heb geen vooraf-foto, wel een achteraf-foto. Hier zie je het zwaarst getroffen deel. Het was erg mossig; nu is het nog steeds een beetje mossig maar ook vooral kaal.

Geverticuteert


Ik heb heel wat mos geoogst. Ik had geen idee dat er zoveel mos in zo'n klein stukje gazon zou zitten. Nou is mos ook wel erg veerkrachtig: met een beetje geweld kreeg ik verbazingwekkend veel in een emmer gepropt. Je kan er misschien wel een goed isolerende deken van maken om onder te slapen, als je zou moeten survivallen op een grasveldje en als je alleen maar een verticuteerhark bij je hebt.

Bergje mos van 10 m2 gazon

zaterdag 3 mei 2008

De verslaving wordt erger

De verslaving begint ernstigere vormen aan te nemen. Lien was een dagje weg, ik had van de week een financiëel meevallertje en de boekhandel was open. Zodat ik er weer 9 gekocht heb. Ik heb er nu 19 (van de 27). Het is daarmee efficiënter om te zeggen welke ik nog mis dan om te zeggen welke ik er al heb. (De eerder genoemde aantallen klopten niet, zoals de oplettende lezertjes aan het plaatje aldaar hadden kunnen zien).

Genoeg te lezen


Ik heb het natuurlijk over de Discworld-boekjes.

De eerste drie (The Colour of Magic, The Light Fantastic en Equal Rites) had ik in Laos en Thailand gelezen. Deel 4, Mort, is (voor het grootste deel) tijdens de Rocksport gevallen. En nu ben ik alweer halverwege de vijfde: Sourcery. Maar het gaat nu al een stuk minder snel dan tijdens de vakantie. En maandag begint het gewone leven weer, dan moet ik elke werkdag gaan werken. Dus ik ben nog wel even bezig voordat ik alles uit heb.

Ik schreef eerder dat je de boekjes niet echt in de juiste volgorde hoeft te lezen om het verhaal te kunnen volgen. Dat denk ik nog steeds, hoewel ik (en niet alleen ik) nou eenmaal vind dat je ze in de juiste volgorde hoort te lezen (neurotisch, nerd enzo). Maar toch is het beter om ze wel in de juiste volgorde te lezen. Er wordt namelijk wel degelijk voortgeborduurd op eerdere dingen. Zo lezen we in Sourcery weer over Rincewind en de Luggage. En daarmee kom je iets te weten over het einde van The Light Fantastic.

Laos wordt minder arm

Laos is een arm land. Maar het gaat al beter dan de vorige keer dat ik er was, vier jaar geleden. Ik zie meer rijkdom. De Talat Sao heeft een nieuwe vleugel. Glazen deuren met het opschrift Talat Sao Mall, drie verdiepingen winkels en daarboven een dubbel parkeerdek. Links ervan kan je het oude gebouw zien staan.

Nieuwe vleugel van Talat Sao


Er is daar een restaurantje dat in een willekeurig westers land niet zou opvallen. Ze serveren er zelfs frietjes.

Restaurantje in Talat Sao


En ik zie meer auto's, nieuwere auto's, duurdere auto's. Ik zag zelfs, bij de ingang van de nachtclub van het dure Mekong Hotel, een glanzende Hummer staan. Waar (kennelijk) de plaatselijke nouveau riche zich vermaakt.

Tuktuk en Hummer


Nou is het in Laos helemaal niet zo gek dat je een goede terreinwagen hebt. De wegen zijn nog lang niet overal verhard. De kleiwegen zijn vaak meer gat dan weg. Wat dat betreft zijn er duidelijk twee soorten terreinauto's te onderscheiden: de auto's die ook daadwerkelijk als terreinauto gebruikt worden (oud, vies, modderig, kapot) en de auto's die meer als statussymbool dienst doen (glanzend en opvallend geparkeerd).

vrijdag 2 mei 2008

Smakelijk hapje

We logeerden in Laos onder andere bij tante Soi. Op een avond waren we op bezoek geweest bij tante La, en toen we weer terug kwamen bij het huis van Soi zaten een paar mensen lekkere snacks te eten. Gebakken sprinkhanen.

Smakelijke hapjes


Philip had daar ook wel zin in. Hij kreeg er meteen eentje aangeboden en at 'm smakelijk op. En daarna nog een.

Philip lust ze wel


Ik twijfelde zelf nogal. Maar één van mijn (zij het minder gebruikte) motto's is “je leeft maar één keer”, dus ik probeerde het ook. Je eet het net als een garnaal: de harde stukjes breek je eraf. Wat overblijft is zacht en is niet vies. Het smaakt eigenlijk nergens naar.

Schoenen moeten in de kast

Opvoeden is soms oorlog voeren. Zo hebben we laatst de veldslag “schoenen opruimen” gevoerd. Die heb ik met enige moeite gewonnen.

In Laos is het de gewoonte dat je je schoenen (of teenslippers) uit doet als je ergens naar binnen gaat. Die gewoonte heeft Lien al lang geleden in huize Rijstveld geïntroduceerd. Maar het werd al gauw een bende in de gang; er ging allerlei schoeisel zwerven. Toen heb ik maar een schoenenkastje in elkaar getimmerd.

De schoenenkast


Philip trok zich nooit veel van het schoenenkastje aan. Eerst hielp papa of mama hem met het uittrekken van zijn schoenen, en dan ruimde papa of mama de schoenen ook maar meteen netjes op. Maar op een gegeven moment kon (en wilde) hij zelf zijn schoenen uit doen. Dat gaat als volgt: hij maakt het klitteband los, en gaat dan net zolang trappen met zijn voeten tot de schoenen losvliegen en ergens aan de andere kant van de gang (of de kamer) liggen.

Dat kon zo niet doorgaan. Dus niet zo lang geleden begon ik hem uit te leggen dat hij zelf zijn schoenen netjes moest opruimen. De eerste reactie was: “nee, hoor”. Maar ik hield voet bij stuk. Philip mocht pas de huiskamer in als zijn schoenen in het kastje stonden. Hij probeerde allerlei tactieken, onder meer huilen, lief lachen, mij negeren, boos worden en stampen, beweren dat hij écht niet bij zijn schoenen kon (die lagen wel 30 cm verderop), beweren dat hij het in het algemeen helemaal niet kon, de schoenen wel optillen maar dan vlak voor de kast weer uit zijn handen laten vallen. Het duurde een paar dagen, met lange sessies, maar uiteindelijk begreep hij dat het menens was. Sindsdien zet hij ze netjes in de kast.

Het is nog wel even vermeldenswaardig hoe hij ze in de kast zet. Hij maakt het klitteband los, zet zijn schoen met voet en al in de kast (helemaal op het tweede plankje), en wurmt dan zijn voet uit zijn schoen.

donderdag 1 mei 2008

Philip's autootjes

Philip heeft een heleboel autootjes (en een paar motorfietsjes, en zelfs een tuktukje). Dit zet hij graag achter elkaar. Op de bank bijvoorbeeld. En dan is het een treintje geworden. Vervolgens duwt hij met veel plezier tegen de achterste, zodat ze één voor één op de grond vallen.

De laatste tijd is hij meer bezig met - ehm - onderzoeken. Hij onderzoekt hoe de autootjes in elkaar zitten. Of beter gezegd: hoe ze uit elkaar kunnen. En dan mag papa ze weer in elkaar komen zetten. Als dat nog kan. Als er geen cruciale onderdelen ontbreken. Zo heeft de zwarte auto geen vooras meer.

Treintje


Vroeger deed ik dat soort dingen ook. Met wekkers. Die goeie ouwerwetse mechanische dingen, die je elke dag moest opwinden en die tik-tik-tik zeiden. Ik zette ze ook weer in elkaar. Althans, dat probeerde ik; ik hield wel eens onderdelen over. Maar de wekkers van tegenwoordig zijn allemaal elektronisch, daar is op die manier niet zoveel plezier mee te maken. Hoewel… als het goed is heb ik nog ergens zo'n ouderwetse wekker liggen. Die heb ik jaren geleden van mijn collega's gekregen. Omdat ik heel soms wel eens een heel klein beetje te laat op kantoor kwam, ofzo.

Autoperikelen

Ik ben blij met mijn auto. 't Is een comfortabel voertuig. Maar het ding heeft ook onderhoud nodig. Vroeger, met vorige auto's, deed ik dat zelf, maar nu niet meer. Ik heb een chronisch gebrek aan tijd. Dus als 'ie gaat piepen dat 'ie naar de garage wil dan maak ik maar weer een afspraak.

De auto
(De zwarte kat die voor de auto langs loopt is Casper. Casper brengt geen ongeluk.)


De auto was al een tijdje aan het piepen. Letterlijk. Als ik een scherpe bocht naar rechts maakte. En dan flitste er ook even een lampje op het dashboard aan. En meteen weer uit, zodat ik niet kon zien wat er aan de hand was. Met wat nadenken, en preventief kijken vlak voordat ik weer eens zo'n bocht nam, kwam ik erachter dat het met de motorolie te maken had. 't Zal wel een beetje te weinig aan het worden zijn, dacht ik.

Nou wilde hij ook weer eens naar de garage. De garage had geen tijd vóórdat we naar Frankrijk op vakantie gingen, dus de afspraak werd gemaakt voor de maandag direct daarna. Ik dacht nog, dat gepiep met die motorolie zingen we wel uit tot dan.

Maar natuurlijk ging de auto in Frankrijk steeds vaker piepen. Niet alleen bij een scherpe bocht naar rechts. Ook bij een minder scherpe bocht naar rechts, of bij een bocht naar links, of bij een hobbeltje. Ik besloot dat het tijd werd voor actie, anders zouden we misschien terug naar Nederland moeten lopen. Ik controleerde het oliepeil. Het was al onder het minimum.

We waren net bij een supermarkt die ook een benzinestation had. Ik dacht: daar verkopen ze vast ook wel motorolie. Bij dat benzinestation dus. Nou, nee, ze verkochten alleen maar benzine (en diesel, neem ik aan), en gas in tankjes en tanks. Maar geen motorolie. Gelukkig had de supermarkt wel pakken motorolie op de schappen staan. Het werd de eerste keer dat ik onderhoud deed aan deze auto; ik heb denk ik hooguit één keer de ruitewisservloeistof bijgevuld.

Motorolie bijvullen


Tijdens diezelfde vakantie werd vanuit de andere auto de observatie gedaan dat de rechterachterband een beetje zacht leek. Ik wilde dat best wel even controleren. Te zacht is niet goed voor het verbruik en versnelt de slijtage, heb ik wel eens gehoord. Maar ik vergat het steeds. En toen ik er eindelijk aan dacht (op de terugweg), en daadwerkelijk bij een benzinestation de luchtpomp gevonden had, bleek dat die luchtpomp stuk was. De slang ontbrak. Bah.

Toen kwam de maandag bij de garage. Het was ook weer tijd voor de APK. En het profiel van de achterbanden was ondertussen te ondiep. Dus nu heb ik een paar nieuwe banden. Zo zie je maar: problemen lossen zich soms vanzelf op. De rekening moet ik nog krijgen.